Verenigde Staten

De Verenigde Staten heb ik verschillende keren bezocht. Niet elke keer was er aanleiding om een reisverslag te schrijven. Een aantal keer heb ik dat wel gedaan, zoals natuurlijk toen ik er de eerste keer naar toe ging. Dat was in 1995 als huwelijksreis door het Zuidwesten van het enorme land. Omdat ik nog niet zo heel veel reiservaring had en mijn kersverse vrouw niet van avontuur houdt, kozen we voor een georganiseerde rondreis. Zelfs dan kan er overigens nog van alles misgaan.

Later ging ik voor mijn werk nog een aantal keren naar de Verenigde Staten, zoals naar Philadelphia en Dallas. Van die bezoeken heb ik geen verslag gemaakt. Dat heb ik wel gedaan van mijn bezoek aan New York, waar ik de beroemde New York City Marathon liep. Ook van mijn marathonreizen naar Boston, Chicago en New York heb ik een verslag gemaakt. Verder valt op deze pagina een verslag te lezen van mijn bezoek aan Washington DC.

Rondreis Verenigde Staten in 1995

Proloog

De eerste keer dat ik naar de Verenigde Staten ging was op mijn huwelijksreis. Ik had van tevoren bij Kras Stervakanties een volledig verzorgde rondreis geboekt, want mijn vrouw houdt niet zo van avontuur. Soepeltjes ging het allemaal niet. Ik had het maanden geleden geregeld, maar drie weken voor vertrek werden we gebeld dat de reis niet doorging omdat er te weinig deelnemers waren. Er werden alternatieven aangeboden, maar die bevielen mij niet. Ik wilde per se naar Amerika. De dame van het reisbureau zou haar best doen en later werd ik teruggebeld dat we alsnog meekonden met een reis die wel voldoende deelnemers had. Na ons trouwen op 17 mei 1995 konden we dus vol goede moed vertrekken voor onze honeymoon.

Vrijdag, 19 mei 1995

Ik wilde vroeg opstaan want ik wist uit ervaring hoeveel tijd het kan kosten om de deur uit te gaan en we zouden om 9 uur bij mijn schoonouders zijn, die ons naar Schiphol gingen brengen. Na het gebruikelijke gemopper en het drie keer controleren van alle sloten en gordijnen vertrokken we naar Vogelenzang. Ik wilde ruim op tijd inchecken om een raamplaats te kunnen bemachtigen. Want veertien uur ergens midden in het vliegtuig zitten en misschien zelfs in het rokersgedeelte, zag ik niet echt zitten.
Rond een uur of tien komen we eindelijk op Schiphol aan. We worden stevig aan de tand gevoeld door het veiligheidspersoneel. Nadat we ons diverse keren gelegitimeerd hebben en schriftelijk hebben verklaard niets gevaarlijks bij ons te hebben, kunnen we eindelijk inchecken. Maar dat valt tegen! Alle plaatsen blijken vooraf gereserveerd te zijn en wij zitten niet naast maar achter elkaar langs het gangpad. Ik ontplof bijna. Je boekt een huwelijksreis en dat presteert het reisbureau het niet eens om ons naast elkaar te zetten in het vliegtuig. De grondstewardess adviseert ons om het een en ander bij de gate te regelen.

Maar eerst genieten we nog van een kopje cappuccino met notengebak. Het lukt ons gelukkig om plaatsen te wisselen, zodat ik toch nog een raamplaats heb met zowaar mijn kersverse vrouw naast mij. We zeulen onze grote handbagagetassen de Amerikaanse Boeing 767 van United Airlines in en strompelen naar onze plaatsen.

De start verloopt voorspoedig en binnen twee minuten zie ik Nederland onder ons verdwijnen. Het weer was slecht bij vertrek. Zwaar bewolkt en af en toe een flinke bui. Al snel zitten we dan ook boven de wolken, maar boven Engeland is het weer helder. Na Engeland zien we nog even de oceaan, maar dan is het de rest van de vlucht bewolkt. Pas in de buurt van Washington kan ik weer iets anders dan wolken zien. Mijn vrouw krijgt flink de pest in als de stewardess pinda’s uitdeelt en ons daarbij vergeet. De service is trouwens in het algemeen wat matig. Drinken komt als we bijna uitgedroogd zijn en het eten lijkt ook al niet echt op wat de fraaie menukaart beloofde. We waren tegen half een opgestegen en de vlucht zou ongeveer 8 uur duren. Dat klopt wel, want even over achten kondigt de gezagvoerder de landing aan. Ik verbaas mij over de enorme villaparken rond Washington. Wat een rijkdom. Maar dan wel direct onder het vlieglawaai. De landing vindt in een hevige turbulentie plaats en het toestel wordt flink door elkaar geschud. Gelukkig verstaat de piloot zijn vak en belandden we veilig bij het luchthavengebouw. Met een soort op en neer beweegbare, rijdende slurf worden we naar de pier gebracht en kunnen we de douane passeren. Het gaat allemaal zonder problemen. We leveren de visumpapieren in, pakken onze koffers van de bagageband en geven die weer ergens anders af voor de volgende vlucht. Dat schijnt normaal te zijn in Amerika, dat je bij een overstap je ruimbagage opnieuw moet inchecken. Dan volgt het lange wachten. Ruim drie uur moeten we ons vermaken in het luchthavengebouw van Washington, dat alleen uit een eindeloze pier lijkt te bestaan. Het wachten duurt lang en te laat bedenken we ons dat we nog andere plaatsen moeten regelen. Dat is dan al te laat. Het vliegtuig is overvol en we moeten genoegen nemen met onze gereserveerde plaatsen op 27e en 28e. Waardeloos en dan mogen we nog blij zijn dat we meekunnen, want het vliegtuig is over booked en sommige passagiers zullen via een grote omweg naar Los Angeles moeten vliegen. United Airlines is dus geen aanrader!
Met 20 minuten vertraging kiezen we weer met veel gehobbel en geschut het luchtruim. Ik vervloek United Airlines en in het bijzonder een buurman die op een raamplaats uitgebreid ligt te snurken. We zien niets onderweg en het eten laat weer lang op zich wachten. En als het zover is, zijn we weer bijna als laatste aan de beurt en is er voor mij geen lasagne meer te krijgen. Gelukkig zitten we naast aardige mensen, die ook voor de Western Highlights­tour naar de Verenigde Staten gaan. Het laatste deel van de reis proberen we met succes wat te slapen. In Nederland is het inmiddels vroeg in de ochtend en dat beginnen we nu wel te merken.
Tegen zonsondergang landen we in Californië, op de luchthaven van Los Angeles. We hoeven niet meer door de douane en hebben binnen een kwartier onze bagage compleet. Onze reisleider Hans, blijkt een soort cowboy met hoed en paardenstaart. Hij heeft zelfs een Amerikaans accent. Hij begeleidt ons naar de uitgang, waar pendelbusjes ons naar het hotel moeten brengen. Het wachten duurt lang in het met uitlaatgassen gevulde busstation en na ongeveer een kwartier van ongeduld kunnen we ons in een busje worstelen, dat ons door het drukke verkeer naar de vlakbij het vliegveld gelegen hotelbuurt brengt, waar ook ons hotel, het Comfort Inn LAX, staat. De kamer is uitstekend en we genieten van een heerlijk bad voordat we rond 1 uur Amerikaanse tijd samen in één van de 140 centimeter brede bedden stappen. In de kamer ruikt het alsof net het tapijt met shampoo is gereinigd en dat kan kloppen want de vloerbedekking voelt nog vochtig aan.

Zaterdag, 20 mei 1995

Al om zes uur ’s ochtends wekt de telefoon op het nachtkastje ons. Ik heb als een blok geslapen, maar mijn vrouw niet. Ze had het koud. We moesten om kwart voor zeven de koffers naar de bus brengen, maar dat wordt vijf voor zeven. Dan nog ontbijten. Tenminste, dat dachten we. Het wordt bepaald geen American Breakfast. Alleen een cakeje met wat rommel erin en koffie en thee. Ik erger mij eraan dat voor dit karige ontbijt een vol uur is uitgetrokken. We hadden beter nog een half uur langer kunnen slapen. Aan tafel maken we kennis met twee van de weinige jonge medepassagiers. Het zijn Barteo uit Lelystad en Nicoline uit Laren.
Om acht uur vertrekt de bus. Het is een zeer luxe bus met twee achterassen. De zwijgzame chauffeur heet Alan. Het is bewolkt, maar de vooruitzichten zijn gunstig. Reisleider Hans, de halve Amerikaan met cowboyhoed en staartje, stelt zich nogmaals voor en biedt een excursie aan naar het pretpark Universal Studio’s. We rijden via een interessante omweg naar Hollywood Boulevard, waar in het trottoir naamtegels van beroemde film­, televisie­ en radiosterren zijn gemetseld.

Ook bezoeken we het Boulevard Hotel met zijn permanente fototentoonstelling over de geschiedenis van Hollywood en het beroemde Chinese Theater, waar verschillende grote beroemdheden, zoals Marilyn Monroe en Arnold Schwarzenegger hun hand- of voetafdruk in het zachte cement hebben gedrukt. Twee dagen geleden was Bruce Willis nog langs gekomen voor deze eervolle ceremonie.
Na een krap half uurtje rondkijken rijden we weer verder richting Universal Studio’s. Ondanks de forse prijs van vijftig dollar per persoon, brengen we toch maar een bezoek. Het blijkt bijzonder de moeite waard. Universal Studio’s is één grote amusementsfabriek, die in het teken van de filmindustrie staat en waar je je niet kunt vervelen. We zien een stukje van Londen en Parijs, een wildwest­stadje, Jaws en tal van attracties die met een of andere film te maken hebben.

Het is moeilijk om een keuze te maken uit het aanbod, daarom lopen we eerst maar achter onze reisleider aan, die ons adviseert om eerst de rondrit met de trein te maken. Daar zou het later op de dag te druk voor worden. De trein bestaat uit een motorvoertuig met drie open wagons. Hij rijdt overigens niet op rails. Voorin staat een vrouwelijke gids die uitleg geeft in een tempo waar geen radio tegen op kan. De spraakwaterval gaat maar door. Zo toeren we rond door de zogenaamde filmsets, waarvan mijn echtgenote maar blijft geloven dat deze voor echte films worden gebruikt. Van alles is nagemaakt, het Wilde Westen, een brug over een oorlogsjungle en stukken van steden uit diverse landen. Het hoogtepunt van de rit is een tochtje door het nachtelijke New York, waarbij we bijna onder een van een viaduct neerstortende metro worden bedolven en midden in een vuurgevecht tussen gangsters en de politie terecht komen. Ondanks de sensatie houdt de spraakwaterval naast de chauffeur geen seconde haar mond dicht. We beginnen wel een beetje gek te worden van dat mens. We maken ook nog een aardbeving mee in een metrostation en bijna verdrinken we in de kolkende waterstroom die via scheuren in de tunnelwand het station binnen stroomt. Verder zijn we er getuige van dat een visser compleet met boot door Jaws wordt opgeslokt, gevolgd door een bloedfontein in de zee. Na de rit lopen we achter Hans aan naar een in een dal gelegen deel van het pretpark. Het hoogteverschil overbruggen we met roltrappen. Beneden maken we op een als een serie crossfietsen vermomde kermiswagen een ritje door de wereld van ET. Daarna worden de half geroosterd in een pakhuis, waar we in de film Backdraft mogen meespelen. Ik heb nog nooit zo’n indrukwekkende branddemonstratie meegemaakt. De show eindigt met het gedeeltelijk instorten van het gebouw. In een andere studio zien we hoe filmeffecten op een soms heel primitieve wijze worden gemaakt. Het publiek mag meespelen in de film Back to the future. Dan gaan we eerst maar eens wat eten, want we vallen allebei om van de trek. We bestellen spaghetti en een snack waarvan we de naam niet weten. Het lijkt op een loempia, maar dan met een ander soort vulling. Na de lunch gaan we naar het hoger gelegen deel terug. We wandelen rond door het landelijke stadje waar het inmiddels aanzienlijk drukker is geworden. De zon is doorgebroken en het wordt subtropisch warm. De truien kunnen uit. Ik wil eerst naar Back to the future, waar je een sensationele rit met de tijdmachine kunt maken. Maar het wachten in de rij duurt zo lang dat we de show van de Flintstones dreigen te missen. Tenslotte stappen we maar uit de rij en gaan we eerst naar de show. We kunnen er nog net in, want de belangstelling is overweldigend. De show is ook schitterend en we hebben goede plaatsen. Ik blijf filmen totdat de accu van mijn camera bijna leeg is. Na de Flintstones is dan eindelijk Back to the future aan de beurt. We moeten weer een hele tijd in de rij staan. Of liever gezegd: in de rij lopen. Door een labyrint van hekjes langs enorme borden met waarschuwingen, wat gebruikelijk is in dit land met zijn claimcultuur.
Na een flinke wandeling moeten we nog even wachten en dan kunnen we in één van de als de DeLorean uit de film gedecoreerde cabines plaatsnemen. Er verschijnt een videoscherm rondom ons heen en dan begint de rit door de toekomst. Het is sensationeel. We vliegen dwars door een gebouw, worden aangevallen door een Tyrannosaurus en vliegen met een geweldige vaart door een wonderbaarlijk Science Fiction-­landschap. Intussen schut de auto waarin we zitten ons hard door elkaar. De tijdmachine reageert nauwkeurig op de beelden die we zien en het is net alsof we echt vliegen. Na vijf minuten is de pret voorbij en staan we weer buiten. Gelukkig zijn we niet misselijk geworden. Tot slot wonen we een Wild West-show bij met een stel stuntcowboys. Het valt een beetje tegen allemaal, maar de show is toch wel aardig. Dan is het bijna half vijf en moeten we snel terug naar de bus. Mijn vrouw wil eerst nog naar het toilet, maar het duurt lang voordat we dat gevonden hebben. Dan zijn we ook nog de juiste uitgang kwijt. We zoeken wanhopig, want het is al tien over half vijf en we moesten tien minuten geleden bij de bus zijn. Ik vraag toch maar even de weg en dan is het snel gevonden. We draven naar de bus en komen als laatste passagiers aan.
We vertrekken via de freeway naar Palm Springs, waar we rond half zeven aan komen. De beloofde rondrit blijft echter beperkt tot een tour door de hoofdstraat en mijn humeur wordt er niet beter op als we al snel het centrum achter ons laten en na een kwartier in een uitgestorven buitenwijk belanden. Daar is ons hotel. Een complex van vier lagen appartementenrijen en een restaurant van de Denny’s­-keten. We zitten op de eerste etage van een van de vleugels en hebben weer een gezellige kamer. Alleen maakt de airconditioning een enorme herrie.
Ik wil nog even een eindje wandelen, al zullen we het centrum van Palm Springs wel niet meer zien. Jammer, want dat zag er gezellig uit. Na een kwartiertje eten we ons avondmaal in het restaurant van Denny’s. Volgens de Amerikaanse gewoonte wachten we bij de ingang totdat een ober ons naar een plaats in het vrijwel lege restaurant brengt. Ik bestel kip. Mijn vrouw neemt vis. Terug in het hotel vallen we uitgeput in slaap. De jetlag is nog niet over.

Zondag, 21 mei 1995

Vandaag vertrekken we pas om negen uur, zodat we een beetje kunnen uitslapen. Maar we zijn allebei al eerder wakker dan de wekker, dus staan we maar op tijd op. We pakken de koffers in en gaan naar beneden voor het ontbijt. Het ontbijt is ditmaal niet inbegrepen, dus eten we wat bij Denny’s. We nemen een stukje taart met koffie, thee en jus ’d orange. Op tijd rijden we weg richting Laughlin, waar we de volgende nacht zullen doorbrengen. We rijden langs enorme windmolenparken, die volgens de gids op initiatief van Jimmy Carter zijn gebouwd. De rit langs de filmsterren in Hollywood kunnen we vergeten. Het is volgens Hans onmogelijk om daar met de bus te komen. Enkele passagiers hebben daar de pest over in. Het reisbureau doet beloftes die niet nagekomen kunnen worden. Hans is het gezeur snel zat en adviseert ons om onze grieven aan het reisbureau te richten, want hij kan er niets aan doen. Hij heeft naar eigen zeggen geen invloed op wat de reisorganisatie belooft.
Onderweg stoppen we in een gebied met Joshuabomen. We zouden naar het Joshua Tree National Park gaan, maar Hans stelt een alternatief voor, zodat het bij dit plukje bomen zal blijven. Voor de koffie stoppen we bij McDonald’s, die in de Verenigde Staten veel goedkoper is dan in Nederland, zodat we er voor weinig geld ons karige ontbijt kunnen aanvullen. Dan rijden we weer verder door de woestijn. Die is trouwens relatief groen, omdat het niet lang geleden flink geregend heeft. Vandaag is het licht bewolkt. Een beetje heiig, maar de zon is wel al goed te voelen. Het is bijzonder warm en er staat een harde, hete woestijnwind. Voor de lunch kiest Hans weer een restaurant van Denny’s uit, maar wij geven de voorkeur aan een nabijgelegen McDonald’s. Die lijkt ons wat beter geschikt voor de lunch. Dan volgt het laatste stuk, waarbij we onder andere vruchtbare akkers passeren. Er wordt veel aan irrigatie gedaan in dit dal. Rond een uur of vier komen we in Laughlin aan, een van de goksteden in Nevada, aan de Colorado­rivier. De stad is in de jaren vijftig gesticht en groeit enorm. We zien de meeste bizarre hotels en gokpaleizen. Het is een voorproefje van wat ons in Las Vegas te wachten staat. Ons hotel ligt aan de rand van de stad en de kamers blijken slechts vijftien dollar per nacht te kosten. Dat is echt Kras! We brengen de koffers naar de kamer en maken een wandeling langs enkele van de gokpaleizen. Het is bloedheet buiten en ook hier staat een harde föhnwind.
Een van de hotels, Ramada Express, staat helemaal in het teken van de spoorwegen. Er rijdt zelfs een stoomtrein omheen. We maken een ritje en nemen een kijkje in het casino. Het is fascinerend hoeveel mensen hier komen gokken. We hebben nog nooit zo’n grote verzameling speelautomaten gezien. En alles staat in het teken van de trein. De oprichter moet wel een groot spoorwegliefhebber zijn. We bezoeken nog een geschenkenwinkel, maar kopen er niets. We lopen weer terug naar ons hotel, het River Site Hotel, met uitzicht op de Colorado River. De kamer is inmiddels schoongemaakt en mijn vrouw doet een tukje, terwijl ik ga zwemmen in het hotelzwembad. Dan gaan we eten. We hebben kaarten gekregen waarmee we gratis aan het uitgebreide buffet in het casino kunnen deelnemen. Het eten is prima en je kan zoveel eten als je wilt. We eten allebei ons buikje rond. Heerlijk. Na het eten lopen we nog wat door het casino, maar van de gokapparaten blijven we af. We zien een verzameling klassieke auto’s en vooral heel veel gokkers. De casino’s zijn niet zo deftig als in Nederland. Gokken is in de Verenigde Staten voor de gewone man. Na een flinke dwaaltocht door het enorme hotel vinden we de kamer terug en vallen we uitgeput in slaap.

Maandag, 22 mei 1995

De wekker gaat om half zeven en om kwart over zeven moeten de koffers naar de bus. De volgende etappe gaat van Laughlin via de Grand Canyon naar Flagstaff. Het ontbijtbuffet is net als het diner gisteravond weer zeer uitgebreid en lekker, dus eten we ons allebei te barsten. Om een uur of negen vertrekt de bus en kunnen we een beetje uitbuiken. We draaien meteen de snelweg op voor de lange en enigszins saaie rit door de woestijn. Mijn echtgenote ligt al snel te pitten. Vandaag is het licht bewolkt met hier en daar een stukje blauwe lucht. Het wordt steeds gezelliger in de bus en hoewel Hans het hoogste woord blijft voeren met een geschiedenis van de Indianen, is duidelijk dat de passagiers aan elkaar beginnen te wennen, hoewel sommigen duidelijk meer spraakzaam zijn dan anderen.
Na een lange rit door onder andere een pijnbomenwoud, belanden we rond half een in een dorpje bij de Grand Canyon. De meeste passagiers hebben geboekt voor een helikoptervlucht over de canyon, maar wij vinden negentig dollar voor een half uurtje vliegen toch wel wat duur. Ik zag echter kort voor we het dorpje inreden een vliegveld waar voor vijftig dollar een rondvlucht geboekt kan worden. Helaas heeft mijn vrouw er geen zin in. Zij gaat liever wat rondkijken en om half twee naar de Imax­film over de Grand Canyon. Ik loop snel naar het vliegveld en ben net op tijd voor de rondvlucht van een uur. Met belasting inbegrepen blijkt het zestig dollar te kosten. In de Verenigde Staten worden bijna alle prijzen zonder belasting aangegeven.
De vlucht gaat met een tweemotorig propellervliegtuigje dat plaats biedt aan twintig personen en twee piloten. Het begin is leuk, maar na een paar minuten blijkt het toestel wel erg gevoelig voor turbulentie te zijn. We moeten niet voor niets de hele vlucht de veiligheidsriemen vast houden. Het uitzicht is echter overweldigend. Ik probeer te filmen en te fotograferen tegelijk, maar dat gaat niet altijd even makkelijk in het hevig schuddende toestel. Intussen geeft de copiloot onverstoord uitleg. Hij is aan dit comfort gewend. Het ergste is echter de benzinelucht die in het vliegtuig hangt. De vlucht is prachtig, maar ik zou niet met zo’n ding naar Europa willen vliegen. Na bijna een uur draaien we weer richting vliegveld om met een keurige landing een eind aan deze boeiende maar zware vlucht te maken. Half drie ben ik weer terug in het dorpje en kom ik mijn echtgenote tegen die net uit het filmtheater komt. Ze zegt dat ik de film echt moet gaan zien en ik haast mij om de voorstelling van half drie nog te halen. Dan kan ik de film nog net helemaal zien, want kwart over drie vertrekt de bus weer.
De film is inderdaad de moeite waard. Prachtige beelden van de natuurkracht die van de Grand Canyon uitgaat. Zo kan je het in het echt niet beleven. Na de film is het kwart over en moet ik rennen om de bus te halen. Die vertrekt echter nog niet, want we zijn nog lang niet compleet. Pas tegen half vier gaan we weer rijden. Ditmaal voert de route langs het grootste Nevajo­ reservaat van de Verenigde Staten. We zien afgelegen indianendorpen en tal van kleine markten langs de weg. De indianen leven van handel in toeristenwaar. Vooral zilver en turkooizen zijn populair. Het ziet er door de bank genomen wel erg arm uit. De indianen hebben het nog steeds niet best. Veel jongeren schijnen het geluk buiten hun stam te gaan zoeken, waardoor de geschiedenis van de Indianen nog wel eens spoedig zou kunnen eindigen. Tegen de avond bereiken we Flagstaff. We hebben ditmaal een afgelegen hotel dat in de tijd van Route 66 betere tijden moet hebben gekend. Het maakt een wat aftandse indruk. De hele buurt straalt trouwens vergane glorie uit. Binnen ziet het hotel er gelukkig prima uit en het is er schoon.
We gaan snel aan de wandel door het pittoreske plaatsje en eten taco’s bij een Mexicaans fastfood restaurant. Dit restaurant maakt een vreemde indruk. Het is er vies en het personeel lijkt lichtelijk gestoord te zijn. De lauwe taco’s zijn echter goed te eten. We spoelden ze weg met een enorme beker frisdrank. We hadden small besteld, dus dan kun je nagaan hoe large er uitziet.
Onderweg naar het hotel kopen we wat souvenirs bij de museumclub, waar nog nostalgische reclame gemaakt wordt voor de Route 66, die ooit langs ons hotel liep. Ik film nog een goederentrein die langs rijdt. Er lijkt geen einde aan te komen. Moe van de zuurstofarme lucht in dit op tweeduizend meter boven zeeniveau gelegen stadje, duiken we ons bed in.

Dinsdag, 23 mei 1995

Het is alweer de vijfde dag. We staan om zes uur op en gaan om kwart voor zeven naar de bus. Volgens Hans krijgen we nu een echt ontbijt, maar het blijkt opnieuw niets voor te stellen. Een donut en een kopje koffie en daar wordt opnieuw een vol uur voor uitgetrokken. Ik loop naar buiten om een trein te kunnen filmen die langs het hotel rijdt. Maar het duurt wel drie kwartier voordat er eindelijk een langs komt. Dan heb ik nog steeds een half uur over om te eten. Na vijf minuten heb ik mijn donut op en moet ik het gemopper van mijn vrouw aanhoren die het erg ongezellig vond dat ze alleen moest ontbijten.
De bus vertrekt voor een excursie die in de plaats komt van het bezoek aan het Joshua Tree National Park. We rijden naar een gebied rond een oude vulkaan dat er sinds de laatste uitbarsting als een maanlandschap uitziet. Het is een bijzondere ervaring en de lucht is ongekend zuiver. We zitten nu heel hoog boven zeeniveau. We komen te laat bij de bus terug. Hans was ons al aan het zoeken.
Vervolgens rijden we naar een indiaanse ruïne. Dat is ook heel interessant. Het dorp was van de Anasia’s, die inmiddels zijn uitgestorven. Ooit hebben hier flats van maar liefst drie etages gestaan. Het weer is vandaag prachtig. Het is weliswaar bewolkt, maar de zon schijnt ook volop. Op de achtergrond zien we de besneeuwde bergtoppen aan de horizon.
Dan rijden we verder. We zien veel indianen onderweg, want we zitten midden in het grote Navajo­reservaat. We rijden door de schitterende Painted Dessert naar Lake Powell, waar een van de grootste stuwdammen van de Verenigde Staten staat. Het is jammer dat het nog geen namiddag is, want dan is deze woestijn op zijn mooist. Bij de dam maken we weer heel wat foto’s. En weer komen we te laat terug bij de bus. De tweede keer vandaag. We schamen ons diep.
Even later stoppen we bij een winkelcentrum, met een Wall Mart, waar ook heel veel indianen komen. We kopen flink in, want films, batterijen en cd’s kosten hier bijna niets. Nog even snel een Whopper wegwerken in de bus, want we wilden niet nog een keer te laat komen.
Dan rijden we verder naar Kanab, waar we zullen overnachten. We moeten onze horloges verzetten, want er is een uur tijdverschil met het westen van de Verenigde Staten. We komen rond een uur of drie op onze bestemming aan. Vijf mensen blijven in Kanab, de rest gaat mee met de extra excursie naar Bryce Canyon. Wij hebben deze excursie ook geboekt. Alleen al de rit er naartoe is bijzonder de moeite waard. We zien prachtige gekleurde bergen, al is het meest interessante de hele dag al aan de rechterzijde van de bus te zien en zitten wij natuurlijk links. Naarmate we het park naderen wordt de natuur steeds mooier. Het regende onderweg een beetje, maar nu klaart het weer op. Dan komen we bij Bryce Canyon aan en wat we zien is niet te geloven zo mooi. Een overweldigend landschap van grillige, rode rotspieken zover als het oog reikt. We maken een wandeling naar het dal en dan weer naar boven. Het is behoorlijk klimmen en onderweg zien we eekhoorns, dennenbomen en schitterende, grillige bergen. De lucht is heerlijk fris en de zon zorgt voor een betoverend schaduwspel op de rotsen. Het kost Hans moeite om ons en een andere fanatieke filmer bij de groep te houden. We moeten steeds wachten tot de mensen uit beeld zijn. De tocht omhoog is zwaar en voor sommige oudere leden van het reisgezelschap wel heel zwaar. Maar iedereen haalt het en het was bijzonder de moeite waard. Helaas schiet het extra ritje naar Red Canyon er bij in doordat we wat vertraging hebben opgelopen. We eten in een restaurantje in een cowboydorpje dat bekend schijnt te zijn om zijn mineralenwinkeltjes. Het is al donker als we weer terug rijden naar Kanab voor de overnachting.

Donderdag, 24 mei 1995

We worden wakker in onze relatief kleine hotelkamer in Kanab in Utah. Het ontbijt is weer lachwekkend: wat kleffe gebakjes en ranja. Er is tenminste nog iets, wat het hotel heeft geen ontbijtzaal. Het ‘eten’ wordt geserveerd in de souvenirwinkel. Na een kwartier hebben we de maaltijd op en ditmaal hoeven we gelukkig geen uur te wachten. We vertrekken een kwartier eerder dan gepland. Buiten ziet de lucht er dreigend uit, maar het is nog droog. De eerste stop vandaag is bij een grote souvenirwinkel naast een benzinestation die door Indianen gedreven wordt. Volgens Hans is het een goed adres om zilveren sieraden te kopen. Hij is er zelf kennelijk een goede klant, want hij is behangen met allerlei kitscherige hangers en andere rommel. Ik vind het echter niet bepaald een goedkope winkel. Of de sieraden duur zijn kan ik niet beoordelen, maar twintig dollar voor een eenvoudig t­-shirt vind ik behoorlijk aan de prijs. We kopen niets en wachten tot het half uur eindelijk voorbij is.
We rijden verder naar het Zion National Park. Het begint te regenen en tegen de tijd dat we bij het park aankomen is de bui aangegroeid tot een wolkbreuk. We worden drijfnat tijdens het korte sprintje van de bus naar het bezoekerscentrum. Wandelen is geen optie vandaag. Fotograferen al helemaal niet. Daarom koop ik maar wat dia’s in het souvenirwinkeltje. We lopen nog even door het museum om toch nog iets te zien van het park en rijden dan weer verder, op weg naar de volgende attractie.
We stoppen bij een groot Outlet Center in St. George. Hier kunnen we winkelen en voor weinig geld kleding inslaan. Dat zegt Hans. In werkelijkheid zijn de spullen duur en van slechte kwaliteit. Ik moet nog wel wat broeken passen, maar er zit niet een model bij waarin ik niet voor gek loop. We eten een hamburger en wat salade en dan stappen we weer op de bus.
We beginnen aan het laatste deel van de rit naar Las Vegas. Als we daar tegen de avond aankomen, barst er opnieuw een wolkbreuk los. Het regent vrijwel nooit in de gokstad, behalve als wij er op bezoek komen natuurlijk. We rijden door de stromende regen over The Strip en laten het stadje al snel weer achter ons.
Zoals gebruikelijk is ons hotel ver buiten het centrum, waar de prijzen een stuk lager liggen. Het Boomtown Hotel staat boven een casino en je kan er vanaf 1 dollar overnachten. Een excursie naar Las Vegas komt op maar liefst 25 dollar per persoon uit. Het lijkt ons voordeliger om met wat andere reizigers een taxi te pakken. Een voordeel van het Boomtown Hotel is wel weer dat er een buffet is met prima eten. En dat voor nog geen zeven dollar.
Omdat we geen andere liefhebbers voor een taxi kunnen vinden, betalen we maar de 25 dollar voor de excursie. We rijden eerst naar Downtown, waar we een paar klassieke casino’s bezoeken. We wandelen door het Luxor Hotel en bekijken de enorme goudklomp in het Golden Nugget. Het hotel dat naar deze goudklomp is genoemd, schijnt het grootste van de Verenigde Staten te zijn. Alleen al de receptie is zo’n 100 meter lang! We zien de wonderlijkste dingen en mijn camerabatterij raakt sneller leeg dan ooit. Boven de hoofdstraat van Down Town wordt een overkapping gebouwd. Echt tijd om rond te kijken is er echter niet. Hans loopt met een enorme vaart het ene gebouw in en het andere gebouw uit. Wij rennen er achteraan. Een paar keer raak ik de groep kwijt als ik een foto wil nemen.
We rijden naar The Strip. Dat is het nieuwe gedeelte van Las Vegas. We stoppen bij The Mirage, dat een kopie van het oude Rome moet voorstellen. Het staat vol Romeinse tempels en bewegende standbeelden. Het personeel is als Romein verkleed. Erg leuk allemaal. Dan ben ik ineens de groep definitief kwijt. Ik ren in verschillende richtingen, maar ik zie geen bekenden meer. Ook de bus is nergens meer te vinden. Ik loop nog langs de Witte Tijgers en een imitatie vulkaanuitbarsting, maar als het half twaalf is, vind ik het toch wel tijd om terug naar het hotel te gaan. Ik zoek een taxi, maar het kost moeite om er een te vinden waarvan de chauffeur het Boomtown Hotel weet te vinden. Ik weet zelf wel waar het is, dus uiteindelijk stap ik in bij een taxi en zeg ik de chauffeur hoe hij moet rijden. Op het laatst gaat het echter mis. Hij pakt de afslag niet, ondanks dat het hotel al duidelijk in zicht is. De volgende afslag is pas zo’n tien kilometer verder. Intussen tikt de meter vrolijk door. Het komt uit op een ritprijs van 30 dollar. Ik betaal 25 dollar, omdat ik vind dat het door de onkunde van de chauffeur zo duur is geworden. In het hotel moet ik nog een tijdje het gemopper van Hans en mijn vrouw aanhoren.

Donderdag, 25 mei 1995

Het is prachtig weer vandaag. Om zeven uur zijn we wakker en drie kwartier later zitten we aan het overvloedige ontbijt van het Boomtown Hotel. Rond negen uur vertrekken we met de bus voor een zeer lange rit van 600 kilometer naar Fresno in Californië. In Nederland vond gisteren de voetbalwedstrijd tussen Ajax en AC Milan plaats. De passagiers hadden een voetbalpool georganiseerd, maar niemand had de uitslag goed geraden. Het werd 1-0 voor Ajax. Er was wel iemand die de ruststand goed had geraden en die won de pot van 13 dollar. De rit is verder niet echt interessant. De meeste passagiers slapen onderweg. We stoppen onderweg wel bij een oud zilvermijnstadje. Calico moet een authentiek stadje voorstellen, maar in werkelijkheid is het heel toeristisch. Als we stoppen komt de ‘Sheriff’ aan boord. Hij ziet in mijn echtgenote een dankbaar slachtoffer en voor zij er erg in heeft, wordt zij met handboeien aan de bus uit geleid. De arrestatie duurt gelukkig niet lang. We maken wat foto’s en hebben het na een uurtje wel weer gezien. We rijden weer verder. Het blijft lekker zonnig vandaag. Rond lunchtijd stoppen we bij een Truck Stop, waar ik een Rand McNally Road Atlas koop. Op de parkeerplaats staan talloze Amerikaanse Trucks die glanzen alsof ze net uit de fabriek komen. Ik maak wat foto’s van de rijkelijk verchroomde wegreuzen, die af­ en aanrijden. We lunchen bij McDonald’s en rijden dat weer verder naar Fresno. Van deze stad zien we alleen een eindeloos industrieterrein, waarop ook ons hotel staat. Gezellig. Het heet terecht The Economy Inn en staat bij een knooppunt van snelwegen. Het is geen omgeving voor een romantische avondwandeling. Dat wordt ook afgeraden, omdat Fresno berucht is om de gewelddadige bendes. We ‘dineren’ bij McDonald’s, omdat er weinig andere mogelijkheden zijn. We zijn blij dat we maar één nacht in Fresno verblijven.

Vrijdag, 26 mei 1995

Zonder ontbijt vertrekken we uit Fresno. We horen dat we er goed aan hebben gedaan om gisterenavond niet naar de binnenstad te gaan. Bij een vuurgevecht in de hoofdstraat zijn twee mensen doodgeschoten. We laten de onaantrekkelijke stad snel achter ons en rijden een gebied met indrukwekkende bossen in. Het wordt steeds bergachtiger als we het beroemde Yosimity National Park naderen. Voor het ontbijt stoppen we in een dorpje met een Deli’s en een McDonald’s. We kopen broodjes voor onderweg en ik neem er nog een 2 liter fles bij met Coca Cola Classic.
Het is stralend weer vandaag, zodat we de schade van het Zion National Park in het Yosimite National Park kunnen inhalen. De weg is niet prettig. De ene haarspeldbocht volgt na de andere en om een onduidelijke reden heeft de chauffeur vandaag een enorme haast. Misschien vindt hij het gewoon leuk om als een coureur door de scherpe bochten te racen. De passagiers kunnen er echter niet om lachen. Sommigen gaan bijna over hun nek. Als er geklaagd wordt bij Hans, zegt deze dat we haast hebben omdat er maar weinig parkeerplaatsen zijn bij het park. We stoppen eerst in een bos met reusachtige bomen. Het zijn sequoia’s, die meer dan honderd meter hoog kunnen worden. We bekijken een omgevallen exemplaar, waar nog soldaten uit de Amerikaanse Burgeroorlog voor geposeerd hebben. Dan rijden we verder naar het mooiste deel van het Yosimite Park. Via een lange tunnel bereiken we een prachtig uitzichtpunt. Op de parkeerplaats staan wat typische gele schoolbussen geparkeerd. Het is overigens heel rustig. In de verte stort het water van de beroemde Bridalveil Fall (Bruidsluier) naar beneden. Deze waterval is alleen in de lente te bewonderen als de sneeuw in de bergen smelt.
Als de groep gaat lunchen lopen mijn vrouw en ik naar een andere waterval, die tot de zes grootste van de wereld behoort. We worden drijfnat door de dichte nevel die rond het watergeweld hangt, maar door de warme lentezon zijn we snel weer droog. Achteraf hadden we net zo goed met de picknick kunnen meedoen, want de volgende excursie is naar de waterval die we net hebben gezien. Nou ja, we hebben het spektakel in ieder geval niet gemist.
We rijden verder naar San Francisco. Onderweg stoppen we in een dorpje waar we ieder een kokosnoot met een rietje kopen. De kokosmelk is een delicatesse. Via Silicon Valley, waar het grootste deel van de Amerikaanse elektronica-industrie is gevestigd, rijden we naar San Francisco dat we tegen de avond bereiken. Via de dubbeldeks Oakland Bay Bridge arriveren we in het centrum van de stad. We hebben een prima hotel ditmaal. Wel weer in een verre buitenwijk natuurlijk, maar dat hadden we wel verwacht. Met de bus rijden we ’s avonds via de freeway langs zeer beruchte en enge wijken naar China Town, waar we zullen dineren in een ‘traditioneel’ Chinees restaurant.
Eerst wandelen we nog wat rond langs interessante winkels vol goedkope elektronica. Daar wil ik morgen nog wel even op mijn gemak rondsnuffelen. Nu is er geen tijd om te winkelen.
In marstempo lopen we naar het restaurant, waar Hans gereserveerd heeft. Het is een leuk restaurant. We zitten met zijn tienen aan grote ronde tafels die kunnen draaien. In het midden staan schalen met lekkere hapjes, die je door de rijst kan prakken. Achtereenvolgens krijgen we gemarineerde spareribs, soep, een soort loempia’s en een grote vis. Het toetje bestaat uit Chinese gelukskoekjes. Daarin zit een briefje met een boodschap. Na het diner rijden we via de Oakland Bay Bridge naar Treasure Island, vanwaar we een prachtig uitzicht hebben op de Skyline van San Francisco. Pas rond elf uur zijn we terug in het hotel. We gaan snel slapen, want morgen zal het een drukke dag worden.

Zaterdag, 27 mei 1995

Vandaag hebben we de hele dag om San Francisco te bekijken. We spoelen het Kras-ontbijtje weg met ondrinkbare koffie en rijden dan met de bus naar het centrum. Onderweg passeren we het Capitool en een wijk met prachtige Victoriaanse huizen. San Francisco is een mooie en vriendelijke stad, die bij wijze van uitzondering ook goed op voetgangers is ingesteld. We maken een lange fotostop bij de Golden Gate Bridge, waar we ook een aan deze brug gewijd museum bezoeken. Buiten is een klein stukje van de draagkabel te zien, die een enorme doorsnede heeft. Je begrijpt niet hoe mensen dit hebben kunnen bouwen.
Het was aanvankelijk bewolkt vanochtend, maar het weer wordt steeds beter. Warm wordt het echter niet, vanwege de kille wind die uit de richting van de oceaan waait. De oceaan zelf zien we even later, als we in de havenbuurt stoppen bij de zeer toeristische Fishersmans Warf. We stappen aan boord van de Golden Bear voor een rondvaart langs de havens en het eiland met de beruchte Alcatraz­gevangenis. Bijzonder is dat we onder de Golden Gate Bridge en de Oakland Bay Bridge doorvaren. Onderweg worden we gevolgd door een groot aantal meeuwen, die kennelijk weten dat er wel eens wat voedsel vanaf de boot wordt gegooid. Na ruim een uur zijn we terug in de haven, waar zeehonden en pelikanen te zien zijn. Met de groep wandelen we naar het beginpunt van de Cable Car. Mijn vrouw en ik gaan echter liever wat winkels bekijken, dus nemen we afscheid van de rest. We horen van Hans waar en wanneer we weer op de bus kunnen stappen en gaan dan op pad. Bij McDonald’s werken we een hamburger en wat patat naar binnen. De winkels vallen in eerste instantie wat tegen. Niets is geprijsd. Als je wat wilt kopen, moet je met de vrij agressieve verkopers over de prijs onderhandelen. Maar dan moet je wel goed weten wat iets mag kosten. We lopen verder op zoek naar China Town. De wandeling valt echter niet mee vanwege de steile hellingen in San Francisco. We volgen de route van de Cable Car en komen zo waar we naar toe wilde gaan. Het is intussen behoorlijk warm geworden. In China Town koop ik bij een camerawinkel een telezoomlens. Mijn vrouw koopt een nieuw fototoestel, want over haar oude toestel was zij niet echt tevreden meer. Later koop ik nog een echte Lee spijkerbroek. Vroeg in de avond nemen zwervers bezit van de stad. De winkels gaan dicht, behalve die in China Town, waar het leven ’s avonds verder gaat. Daar zien we chique geklede stelletjes wandelen op weg naar de vele theaters. Minder sportieve rijkelui laten zich in enorme limousines vervoeren. Wij eten vanavond bij Burger King en bellen even later op Union Square naar familie van mijn vrouw, die in Californië woont. Op hetzelfde plein staat de bus op ons te wachten. Moe en blut rijden we terug naar het hotel.

Zondag, 28 mei 1995

Vandaag is het weer een dagje bussen. We vertrekken half tien en rijden via de freeway zuidwaarts richting Carmel en Monterey. Kort na vertrek stoppen we bij een artisjokkenwinkel. Wij gaan naar een nabij gelegen Burger King voor ontbijt.
Na anderhalf uur komen we bij Fishersmans Warf van Monterey aan, dat nog toeristischer is dan de gelijknamige haven in San Francisco. Er zijn alleen souvenirwinkels en restaurants. Er zouden zeehonden moeten zitten, maar die zien we niet. Wel vliegen er enorm veel meeuwen en aalscholvers rond. Wij gaan naar een K-Mart verderop. Onderweg zien we een auto die tot aan het dak volgestouwd is met huisraad. Er blijkt een soort zwerver in te wonen. Waarschijnlijk iemand die zijn huis uitgezet is en nu alleen zijn auto nog heeft, waarin hij al zijn bezittingen bewaart. Als we terugkomen uit de winkel, zien wij de auto met huisraad net wegrijden. We lopen nog even langs het strand en stappen dan weer in de bus voor een mooie rit langs de 17 Miles Drive. Helaas vinden meer mensen deze route mooi, zodat de weg beter 17 Miles Traffic Jam genoemd kan worden. Rechts in de diepte zien we de Stille Oceaan. We stoppen even bij een zeehondenrots, waar we behalve zeehonden een soort marmotten zien. Ik kan nu mooi mijn nieuwe telelens uitproberen. De dieren worden vetgemest door de vele Japanners die hier rondlopen. Ze kunnen waarschijnlijk niet de bordjes lezen waarop staat dat het verboden is de dieren te voeren. De volgende stop is bij The Lonely Cypress, misschien wel de beroemdste boom van de Verenigde Staten. In deze buurt staan extreem dure huizen met uitzicht over de oceaan. We zien ook het huis waar de film The Birds van Alfred Hitchcock is opgenomen en het huis waar Clark Gable gewoond heeft. We eindigen bij ons volgende hotel in het gehucht Solino. Het Super 8 Motel is een mooi hotel al staat het helaas wel naast een heel drukke verkeersweg. In Solino is geen restaurant. Daarom rijden we met de bus terug naar Monterey. De groep gaat bij Denny’s eten, maar wij en een moeder met dochter uit het reisgezelschap zoeken liever iets leukers. Monterey heeft een heel gezellig centrum. Vanuit de bus hadden we een straat met vele restaurants gezien, maar die weten we niet terug te vinden. Daarom lopen we richting zee. We vinden een leuk restaurant met verwarmd terras. Daar gaan we eten. Het smaakt prima. Mijn vrouw neemt vis. Ik heb liever kip. We wandelen weer terug naar de bus, waarbij we wat van de rijkdom van Monterey zien. De ene limousine is nog langer dan de andere. Er rijdt er een voorbij met een open schuifdak waarop een op Diana Ross lijkende dame heeft plaatsgenomen.
Terug bij de groep blijkt er een discussie te zijn ontstaan over de fooien die we aan Hans en chauffeur Alan zullen geven. Hans klaagde dat hij nauwelijks salaris kreeg en stelde daarom een bedrag van 3 dollar per dag, per persoon voor. De chauffeur zou 2 dollar krijgen. Dat komt dan op 100 dollar per stel uit. Een wel heel vette fooi, lijkt ons. Er ontstaat nog meer ergernis als een van de passagiers het voor Hans en Alan opneemt en de fooien wil incasseren. De meerderheid vindt dat ieder voor zich mag uitmaken wat hij aan fooi geeft en daar blijft het bij.

Maandag, 29 mei 1995

Vandaag gaan we vroeg op pad voor een lange rit. Na het Kras-ontbijt, geserveerd door de directrice van het motel, vertrekken we naar Los Angeles. Vanwege dichte mist kunnen we niet de fraaie route langs de kust volgen. In plaats daarvan rijden we via de saaie freeway 101. Onderweg breekt de zon door, maar bij de kust blijft het volgens Hans mistig. De eerste stop is bij een aantal winkels. Wij gaan naar de K-Mart waar we nog drie spijkerbroeken kopen. Bij McDonald’s is de Big Mac in de aanbieding. Ik lust er wel een na het magere ontbijt van vanochtend, maar de Big Mac wordt ’s morgens niet gebakken, zegt het personeel. We vervolgen onze weg over de saaie snelweg. Na anderhalf uur komen we bij het stadje Solvang met huizen in Deense stijl. Het ziet er allemaal Deenser uit dan Denemarken zelf, met molentjes en kleurige huisjes in vakwerkstijl. Leuk ook is dat de mist en bewolking volledig zijn verdwenen. We hebben twee uur de tijd om hier rond te kijken. We eten lasagne met Deense kaassnippers in een leuk restaurantje. De winkels zijn met hun Deense prijzen niet echt interessant. Als we om half drie weer in de bus stappen is het intussen tropisch warm geworden. Het is nu nog maar een kort stukje rijden naar Santa Barbara. Dit deel rijden we gelukkig wel langs de prachtige kust. Helaas zitten we weer aan de verkeerde kant met uitzicht op de berghelling. In Santa Barbara is een straattekenfestival aan de gang. De groep had het idee om in dit stadje een groepsfoto te laten maken, maar helaas komt daarvan weinig terecht. Iedereen heeft meer belangstelling voor de gezellige sfeer, de band die optreedt en de schitterende straattekeningen. Het is alsof we naar de jaren zeventig zijn teruggekeerd. In het half uurtje dat voor deze stop is uitgetrokken, geven we ook de fooien aan Hans en de chauffeur. Het laatste stuk rijden we in een file langs de kust langs Santa Monica en Malibu. Via Ventige, een kopie van Venetië, rijden we Los Angeles binnen. Van de rijkdom komen we in de armoede terecht. De buitenwijken zijn verschrikkelijk om te wonen. Rond half zeven komen we bij het hotel aan. We gaan voor de laatste keer naar een K­Mart, maar die heeft niet veel bijzonders te bieden. Ernaast is een Burger King, waar we dineren. Het valt ons op de terugweg op dat de straten uitgestorven zijn. Er stopt een politieauto met twee agenten die vragen wat wij op straat doen. Wij krijgen het advies om zo snel mogelijk naar het hotel te gaan en daar te blijven. We volgen dat advies maar op. Op de kamer zijn geen handdoeken en die krijgen we ook niet. We drogen ons daarom maar af met de föhn.

Dinsdag, 30 mei 1995

De huwelijksreis zit er bijna op. We rijden met minibusjes naar de luchthaven vlakbij het hotel. Bij het inchecken voor de binnenlandse vlucht naar Washington verbaas ik mij er over dat er niet of nauwelijks controle is. Het is echt net alsof je op de bus stapt. Ik heb tot mijn ongenoegen weer geen raamplaats, maar in het vliegtuig kan ik ruilen met een mevrouw, die toch maar zit te lezen. Mijn vrouw blijft naast mij zitten. Onderweg zie ik grote overstromingen die het midden van de VS teisteren. Tegen de avond landen we in Washington Dulles, waar we nog enkele uren moeten wachten op de aansluiting naar Amsterdam. In die tijd moeten we weer de koffers van de band halen en opnieuw inchecken. Ditmaal is er wel paspoortcontrole. We vliegen ’s nachts de oceaan over en landen vroeg in de ochtend op Schiphol.

New York Marathon

Proloog

3 november 2010 was de dag aangebroken dat ik naar New York ging vertrekken voor deelname aan de New York City Marathon. Maanden van voorbereiding zijn hieraan vooraf gegaan. Conditie opbouwen, lezen over looptechniek en een paar lange afstanden, zoals de Marathon van de Haarlemmermeer. De laatste weken heb ik het wat rustiger aan gedaan. Mijn rechterknie was nog wat gevoelig van de marathon, die ik 5 september gelopen heb om te kijken of ik de afstand aan kan. Wat laat, want intussen had ik het New York Marathon-arrangement al geboekt. Kort ervoor had ik mij op dringend verzoek van mijn vrouw medisch laten keuren, maar de uitslag daarvan had ik wel kunnen voorspellen. Ondanks mijn vorderende leeftijd en zittende beroep, voel ik mij topfit. Niet snel, maar wel met voldoende uithoudingsvermogen om bij een niet al te strakke tijdslimiet de 42 kilometer en 195 meter uit te lopen.

Meedoen aan de New York City Marathon is de droom van iedere enthousiaste lange afstandloper. Een beurs in dezelfde periode gaf mij een zakelijk excuus om naar de Big Apple af te reizen en voordat ik er goed over had nagedacht, had ik geboekt. Gewoon inschrijven als deelnemer is erg moeilijk en feitelijk ben je als buitenlander dan kansloos. Wil je toch meelopen, dan kan dat alleen via een sponsor of een door de organisatie erkend reisbureau. Ik koos voor de laatste optie. Advanced Travel Partners op Schiphol bood als enige een betaalbaar pakket aan, dat niettemin kaal nog rond de 2000 euro kostte. In totaal gaat het geintje mij zeker 2500 euro kosten, maar het is 'once in a lifetime', houd ik mijzelf voor.

Door drukte op mijn werk en in mijn gezin, ben ik aan voorbereiding van mijn bezoek aan de stad zelf niet toegekomen. Ik heb ook niet veel tijd om er rond te kijken. Woensdagavond kom ik aan, donderdag naar de beurs, vrijdag en zaterdag voor mijzelf en dan zondag de marathon, die de hele dag in beslag neemt. Maandag heb ik ook nog vrij, maar dan zal ik niet meer tot veel in staat zijn. Ik herinner mij nog de spierpijn en stijfheid op 6 september na mijn eerste marathon sinds jaren.

Woensdag, 3 november 2010

Na nog een drukke ochtend thuis werken en spullen pakken - waar is dat verrekte loopshirt waar ik nog een print op moet strijken? - vertrek ik op tijd naar de dichtst bij Schiphol gelegen gratis parkeergelegenheid om daar op de bus naar de luchthaven te stappen.

Het is druk bij de balie van ATP. Er is een aparte balie voor de marathondeelnemers, waar ik een enveloppe krijg met voucher voor het startbewijs en een rood lint, waarmee ik herkenbaar ben als ATP-klant. Ik zit in het goedkoopste hotel en krijg daarom geen voucher voor allerlei feestjes rond de loop, zoals een pastaparty. Ook zal ik het zonder oranje loopshirt moeten doen. Ik zit er niet mee. Het was mij geen duizend euro extra waard geweest. Helaas is het ook niet zeker of ik een transfer van JFK Airport naar Manhattan kan krijgen. Als ik een dag later was vertrokken wel, maar ik ben een dag eerder gegaan dan de andere Hotel 99-gasten, om nog een dag op de beurs te kunnen meemaken.

De douaneformaliteiten zijn minder streng dan ik verwacht had. Er was verhoogde terreurdreiging vanwege bompakketjes die vanuit Jemen naar de VS waren gestuurd, maar op Schiphol is van dit alles niets te merken. Geen lange rijen en geen ondervragingen of extra bagagechecks. Wel word ik gefouilleerd, ondanks dat het detectiepoortje niet piepte.

De KL641 zou kwart over twee vertrekken, maar door de lange rit naar de Polderbaan, wordt dat een kwartiertje later. Het is mooi weer. Nog even is Amsterdam te zien, dan maakt de 777 van de KLM een draai naar het westen. De Noordzeekust met in de verte Texel is het laatste wat ik van Nederland zie. Het toestel verdwijnt in de wolken en klimt langzaam verder tot een hoogte van 11 kilometer.

Er zijn veel marathondeelnemers aan boord. Reden voor de KLM om een pasta-maaltijd aan te bieden. Vol goede koolhydraten, aldus de stewardess. De vlucht duurt bijna acht uur en gaat via het noorden van Schotland, net onder IJsland en Groenland door naar New Foundland en zo door naar New York, waar ik ongeveer kwart over vijf lokale tijd zal landen. Het tijdverschil is vijf uur. Normaal zes uur, maar in de VS begint de wintertijd een week later dan in Nederland, waar net afgelopen weekend de klok was verzet.

Af en toe kijk ik even naar buiten, maar er is weinig te zien. Boven Groot-Brittannië hing een ononderbroken wolkendek en verder is het alleen oceaan, met heel af en toe het stipje van een boot. Ondanks een slechte nachtrust voel ik mij niet moe en vermaak ik mij met muziek uit mijn Bose koptelefoon die het vliegtuiglawaai vrijwel geheel dempt, een Volkskrant en mijn onafscheidelijke netbook-computertje. Ik heb ook nog een boekje mee, maar in vliegtuigen heb ik nooit zo'n zin om boeken te lezen.

Naast mij zitten ook twee marathonlopers. Zij willen één keer in hun leven een marathon lopen en dan moet het maar dé marathon zijn, vinden zij. Het vliegtuig is tot op de laatste stoel volgeboekt en ik schat dat drie kwart voor de marathon naar New York reist. Na zo'n zes uur is weer wat land te zien. Het besneeuwde noorden van Canada. Langs de kust gaan we zuidwaarts. Het weer wordt steeds beter en volgens de piloot zijn de verwachtingen voor New York ook gunstig.

Kwart over vijf lokale tijd landen we op JFK Airport. De zon is bijna onder. In Nederland is het nu kwart over tien, maar ik voel niet echt een jetlag. Het duurt lang voordat rij 27 aan de beurt is om het vliegtuig te verlaten en na een lange wandeling zie ik dat ik voorlopig ook het vliegveld nog niet af ben. Hoewel er veel douaneloketten open zijn, staat er een gigantische zigzagrij, die maar heel langzaam opschuift. Na een uur ben ik eindelijk aan de beurt. Ik moet net als eerder dit jaar in Las Vegas van beide handen vier vingers laten scannen en ook nog mijn beide duimen. Nog een foto en ik sta weer geregistreerd.

De koffers zijn natuurlijk al lang en breed gearriveerd. Men heeft zelfs de band maar stilgezet, omdat er toch geen nieuwe bagage meer komt. Met wat moeite weet ik mijn koffer te vinden tussen de vele andere grijze Samsonites. Snel door de laatste controle en dan verzamelen in de hal. Ik hoor van ATP dat ik met de bus mee kan naar Manhattan. Dat scheelt weer een metrokaartje. Ik merk al snel dat er meer Hotel 99-gasten zijn. Reden om de bus ook naar ons hotel te laten rijden. Dat is helemaal makkelijk. Het is intussen wel donker geworden, maar de rondrit is niettemin een belevenis. In de hele stad is nog volop drukte en veel winkels blijven 's avonds en soms zelfs 's nachts open.

Na wat nutteloze rondjes en een heel eind achteruit rijden, staat de bus eindelijk voor het Hudson-hotel en kunnen de meeste passagiers uitstappen. Een dik kwartier later en na het nodige gezoek, zijn we bij Hotel 99 aangekomen. Dit zit in een typisch New Yorks gebouw, waarschijnlijk uit de jaren twintig. Oude bakstenen, ijzeren brandtrappen langs de gevel en smalle, hoge ramen. Het ziet er beslist niet slecht uit met zijn moderne entree. Het inchecken gaat voorspoedig en ook de kamer is zeker niet verkeerd, al heb ik geen eigen badkamer met wc. Ik zet mijn spullen neer en ga op zoek naar wat te eten.

Buiten op Broadway is het gezellig. Er is een ruime keuze aan restaurants en bijna alles is nog open. Ik houd het vanavond simpel. Bij een Italiaanse fastfood aan de overkant bestel ik lasagne. Die is er niet, maar ik kan wel een bord spaghetti krijgen met gehaktsaus. Dan dat maar. Het valt niet tegen, al ziet het tentje er wat smoezelig uit. Na het eten ga ik direct naar het hotel terug. Douchen en naar bed. Morgen wordt weer een drukke dag.

Donderdag, 4 november 2010

De nacht was niet bepaald rustig. Afgezien van de telefoon die kwart over vier ging, heb ik een gehorige kamer. Ik hoor het buiten over Broadway onafgebroken voorbij razende verkeer alsof mijn raam open staat. Ook wordt in New York midden in de nacht nog vuilnis opgehaald en dat gaat met behoorlijk wat lawaai gepaard. En dan natuurlijk nog de bekende huilende sirenes. Die horen bij de stad, maar 's nachts kan ik er niet veel waardering voor opbrengen. Buiten hoor ik de regen tikken. Het wordt de hele dag slecht weer, las ik in de voorspelling.

Moe sta ik op. Vandaag ga ik naar de beurs in het Jacob K. Javic Convention Centre, waar ook een evenement rond de marathon plaatsvindt. Ik kan dan meteen mijn startnummer met bijbehorende spullen ophalen. Ik neem een douche die maar niet op temperatuur wil komen en trek mijn voor de gelegenheid meegenomen pak aan. Een ontbijtzaal heeft het hotel niet, dus besluit ik maar eens te kijken of er op de beurs iets te eten is. De tijd gaat al weer heel snel en het loopt tegen tienen als ik het nabij gelegen metrostation van 96st Street afdaal. Maar eerst moet ik een kaartje kopen. Dat doe ik via een automaat, waar dollarbiljetten in kunnen. Ik probeer een briefje van twintig, maar dat weigert de machine. Er wordt namelijk maximaal zes dollar wisselgeld gegeven. Gelukkig heb ik ook wat losse dollars bij mij. Een kaartje kost 2,25 dollar, ongeacht waar je naar toe gaat. Je kan zoveel overstappen als je wilt, want het kaartje vervalt pas bij het verlaten van een metrostation. Wel zijn de enkele reizen maximaal twee uur geldig.

De metro's rijden af en aan. Ik pak per abuis de Local, terwijl ik de Express had moeten nemen. De Local stopt zo'n twaalf keer onderweg, terwijl de Express op de route naar Pennsylvania Station maar twee keer stopt. Niets aan te doen. Ik kijk een beetje rond naar de vele forenzen. New Yorkers komen uit alle delen van de wereld. Iedereen zit een beetje gelaten voor zich uit te kijken. Er worden weinig kranten gelezen en mobieltjes worden alleen gebruikt om door e-mails te scrollen. Al snel merk ik dat dit komt omdat er in de metrotunnels geen bereik is. Na Times Square kom ik eindelijk op mijn bestemming aan. Het regent nog steeds en mijn kleine parapluutje biedt maar weinig bescherming.

Er zou een pendelbus rijden, maar die kan ik nergens ontdekken. Dan maar lopen. Het is ongeveer een kwartier naar het Javits Centre. Het is makkelijk te vinden en aan het einde van de straat zie ik het grote, zwarte, glazen gebouw staan. Eenmaal binnen lijkt alles om de marathon te draaien. Vanaf tien uur konden de startnummers worden opgehaald en het is al direct een drukte van belang. Ik ben al aan de late kant, dus ik ga eerst naar de beurs. Ik moet naar de perskamer om mijn badge op te halen, maar zonder badge kan ik daar niet naar toe, zegt de bewaker bij de roltrap. Hoe ga ik dat oplossen? U moet met de lift naar boven, zegt een dame van een van de tientallen registratiebalies. Na lang zoeken vind ik de lift en eenmaal in de perskamer is alles snel geregeld. Er is ook nog wat te eten en te drinken en ik heb een mooi uitzicht over de hal waar de beurs plaatsvindt.

Ik bezoek de stands, maak een groot aantal foto's en haal in de tussentijd mijn startnummer voor de marathon op. Zoals ik wel verwacht had in Amerika, is er een compleet commercieel circus opgezet. Er is controle bij de ingang, maar die weet ik verbazend makkelijk te omzeilen. Wel moet ik mijn paspoort en voucher laten zien, voordat ik het gedeelte in mag waar de startnummers worden verstrekt. Wel logisch, want een startnummer vertegenwoordigt een waarde van niet minder dan 325 dollar. Dit mag dan wel de leukste marathon ter wereld zijn, maar het is beslist ook de duurste.

Behalve een startnummer en een chip voor op mijn schoen, krijg ik een renners-pakket met T-shirt voor de Continental Friendship Run, die zaterdagochtend plaatsvindt. Dat is zes kilometer hardlopen ter voorbereiding op de 42 kilometer en 192 meter die mij zondag te wachten staan. Ik weet nog niet of ik aan de Friendship Run mee ga doen, maar ik pak wel het tasje aan, waar ook powerbars, sportdrank en andere lekkernijen in zitten. Zo heb ik een deel van mijn ontbijt voor zondag alvast binnen, als het niet gaat lukken een restaurant te vinden.

Een stukje verder krijg ik nog een zakje met allemaal spullen, waaronder een mooi zwart rennershirt met NYC Marathon opdruk. Het kost behoorlijk wat geld om mee te doen, maar je krijgt er ook wel wat voor terug. Zo tref ik ook een uitnodiging aan voor de Marathon Eve Experience op zaterdagavond. Ik slenter nog even over de enorme markt met loopschoenen, loopkleding, heel veel kleding met NYC Marathonopdruk, sportdrankjes, oplapmiddelen, presentaties, dvd's en ga zo maar door. Het is peperduur allemaal, ondanks de gunstige koers van de dollar. Ik ga nog even terug naar de beurs, maar daar loopt het intussen tegen sluitingstijd. Met een behoorlijke vracht aan bagage ontdek ik buiten gelukkig wel de pendelbus naar Pennsylvania Station, want hoewel het eindelijk gestopt is met regenen, heb ik weinig zin om met het grote gewicht aan tassen een kwartier te lopen.

De rit duurt vanwege de verkeerschaos langer dan de wandeling vanochtend, maar uiteindelijk bereik ik toch de niet makkelijk te vinden trap naar het metrostation. Ditmaal neem ik natuurlijk wel de Express, die gelukkig ook bij 96st Street stopt. Het is druk, maar de metro is nooit echt overvol tot nu toe.

In het hotel doe ik snel weer mijn makkelijke kloffie aan. Het lijkt mij wel wat om naar Times Square te wandelen. Het is een behoorlijk eind, maar dan zie ik wel aardig wat van New York onderweg. In de metro zie je helemaal niets. De winkels langs Broadway zijn bijna altijd open. Pas na achten gaan de eerste winkels dicht, maar er zijn ook zaken die dag en nacht open blijven. Vooral restaurants melden 24 uur per dag open te zijn.

Ik bedenk mij dat ik zondagochtend nog ergens moet zien te kunnen ontbijten, want op een lege maag loop ik geen marathon uit.

Het is jammer dat het blijft regenen, maar de sfeer is wel leuk. Het is erg relaxed op straat. Naar mate ik Times Square nader, komen er steeds meer souvenirwinkels die allemaal hetzelfde lijken te verkopen. Vier T-shirts voor een tientje, vrijheidsbeelden in alle soorten en maten en zelfs een maquette van Manhattan, met alle wolkenkrabbers erop. En wat te denken van een model van het Empire State Building met King Kong die zich aan de spits vasthoudt!

Na een uur wandelen bereik ik het indrukwekkende Times Square. Hier zijn de grote theaters met musicals als Mama Mia, Lions King en natuurlijk West Side Story, die hier volgens mij al sinds de jaren zestig onafgebroken draait en die je eigenlijk gezien moet hebben. Goedkoop is het niet. De beste plaatsen kosten 176 dollar. Je kan kiezen uit niet minder dan vier tijdstippen per dag. Je zal maar acteur zijn! Een zwaar leven.

Ik kijk mijn ogen uit. Er is zoveel licht, dat het op een bewolkte avond niet donker wordt in dit deel van de stad. Hier worden altijd de laatste seconden van het jaar afgeteld, wat elk jaar weer over de hele wereld wordt uitgezonden. Dit is het kloppende hart van New York, dat weer het kloppende hart van de Verenigde Staten is.

Ik vind dat ik genoeg gewandeld heb en pak de metro terug naar 96ste Straat. Ik had bij het metrostation een betaalbaar Thais restaurant ontdekt en dat lijkt mij wel iets voor vanavond. Het is een aardig tentje en het eten is naar lokale maatstaven acceptabel. Het is in ieder geval Amerikaans veel. Al om negen uur ben ik weer op mijn kamer. Geen tijd om in New York de dag te beëindigen, maar ik moet mijn krachten sparen voor zondag. Beneden in de lobby trof ik een dame van Advanced Travel Partners, die mij vertelde dat ik zondag al om half zes bij het hotel wordt opgehaald voor de busrit naar de start van de marathon. Dat is geen tijd natuurlijk, maar het zal ook niet makkelijk worden om er op eigen gelegenheid naar toe te gaan, hoewel de metro zijn eindpunt bij de veerboot naar Staten Island heeft. Ik schijn bij de start nog wel te kunnen ontbijten en dat zal ongetwijfeld verantwoord voedsel zijn voor de grote krachtsinspanning. De restaurants bij het hotel gaan 'pas' om zes uur 's ochtends open op zondag en die hebben alleen vette meuk, zoals omeletten, op het menu staan. Vannacht doe ik mijn oordopjes in, die ik gelukkig in ruime getale heb meegenomen.

Vrijdag, 5 november 2010

Weer heb ik matig geslapen, al hebben mijn oordopjes wel voorkomen dat ik van het lawaai op straat wakker werd. De telefoon had ik uitgeschakeld, zodat ik niet weer midden in de nacht gebeld kon worden. 4 uur werd ik wakker en het duurde minstens een uur voordat ik weer indommelde. Het zijn een beetje de zenuwen voor zondag. Vooral het zeer vroege tijdstip van vertrek vind ik geen goed idee. Dat wordt uiterlijk vijf uur mijn bed uit zondag.

Om een uur of acht sta ik op, neem een douche, kleed mij aan en ga op pad. Echte plannen heb ik niet. Het weerbericht had regen voorspeld. Daarom wilde ik vandaag geen tour boeken. Daar is niets aan als het regent. Die tour maak ik morgen wel. Dan wordt het zonnig. Ik probeer via internet te reserveren, maar dat geeft problemen. Telefonisch lukt het wel. Het wordt een dure excursie, maar er is dan wel een boottocht inbegrepen en continue begeleiding door een gids. De tour begint tien uur. Ik kan dan niet met de Continental Airlines Friendship Run meedoen, maar dat was ook niet praktisch geweest, één dag voor de marathon en om 9 uur 's ochtends.

Eenmaal op straat blijkt het weer mee te vallen. Het is droog, maar wel erg koud. Ik kijk bij een paar restaurants wat de ontbijtmogelijkheden zijn en stap ergens naar binnen waar ik voor zo´n zes dollar iets met eieren, spek, groente en koffie krijg. Dan pak ik de metro. Ik had gisteren een vierrittenkaart gekocht. Een ritje kost dan maar 2 dollar in plaats van 2,25 dollar. Ik besluit tot het eindpunt te rijden, om ook wat van Brooklyn te zien. Dat valt echter tegen. Na een uur ben ik al heel ver in Brooklyn, maar rijden we nog steeds door een tunnel. Ik stap uit en neem lijn 4 terug naar Manhattan. Lijn 4 stopt bij China Town en Brooklyn Bridge. Het lijkt mij wel leuk om daar even rond te kijken.

Als ik weer boven de grond kom, breekt net de zon even door. Ik sta op een plein waaraan het stadhuis en het gerechtshof van New York staan. Rondom is China Town. Ik kijk op mijn kaartje en loop dan in de richting van Brooklyn Bridge. Er moet een straatje bestaan, van waaruit je hele mooie foto's van de hangbrug kan maken. Ik weet dat straatje echter niet te vinden. Misschien ligt het aan de overkant in Brooklyn. Ik heb geen zin om daar onderzoek naar te doen. Je kan de Brooklyn Bridge lopend oversteken, maar dat lijkt mij wat te vermoeiend in deze dagen dat ik mijn krachten moet sparen voor de marathon.

Bij een supermarkt koop ik een zakje chips en een fles sportdrank. Dan wandel ik China Town in. Dat is een gezellige buurt, waar inderdaad alleen Chinezen lijken te wonen. Het verbaast mij hoeveel restaurants er zijn en welke enorme hoeveelheden voedsel er verkocht worden. Eten Chinezen zoveel, of is hier sprake van een structureel overaanbod? Heel bijzonder is de buurt niet, daarom zet ik al snel koers naar het centrum. Ik wilde niet veel lopen vandaag, maar dat is bijna onvermijdelijk als je wat wilt zien en niet over een fiets beschikt.

Via een brede straat loop ik richting Union Square. Onderweg valt mij op dat winkels in bepaalde straten allemaal hetzelfde verkopen. Eerst zijn er een paar blokken met alleen juweliers. Dan volgen meubelzaken en tenslotte zijn er alleen lampen-winkels.

Na een uur lopen beginnen de wolkenkrabbers. Die zijn in het oosten van Manhattan hoger en talrijker dan in het westen. Vooral langs 5th Avenue staan enorme kolossen, waaronder het Empire State Building. Nu ik toch een lange afstand wandel, besluit ik maar om door te stappen tot Times Square, waar ik bij het invallen van de duisternis de overvloedige lichtreclames wil fotograferen. Via het prachtige Chrysler Building loop ik met een ommetje naar Times Square, waarbij ik onderweg een plein zie met een grote kunstijsbaan, die intensief gebruikt wordt. Er is ook een enorme Legowinkel, waar je zelfs bouwdozen van de Tower Bridge en de Taj Mahal kan kopen. Met ruim 250 dollar zijn het geen goedkope speeltjes, maar de dozen bevatten dan ook rond de 5000 onderdelen. Daar zijn de kinderen wel even zoet mee.

Het wordt snel donker en ik moet mij haasten om op tijd bij Times Square aan te komen. Het schiet echter niet erg op met op elke straathoek stoplichten die heel lang op rood blijven staan. Gelukkig wordt in New York heel voorzichtig gereden, zodat zonder veel gevaar door rood overgestoken kan worden, wat dan ook massaal gebeurt.

Op Times Square is het een drukte van belang vanavond. Er is bijna niet door de mensenmassa heen te komen en nu is het nog vrij vroeg. Ik maak snel een groot aantal foto's en bestel dan lasagne bij een van de Italiaanse restaurants rond het plein, dat eigenlijk gewoon een stukje Broadway is. Na het eten loop ik nog even terug, om de sfeer op mij te laten inwerken. Dit is wel New York, zeg ik in gedachten tegen mijzelf. Op een van de lichtreclames is het publiek op Times Square te zien. Een Aziatische dame op het grote scherm maakt daar een foto van, die zij vervolgens laat zien. Met een beetje geluk sta je erop en kan je er net op tijd een foto van maken. Veel voorbijgangers proberen dat, maar je moet heel snel zijn en een goede camera hebben. Tussen het publiek lopen ronselaars die kaartjes voor shows verkopen. De musicals zijn meer in trek. Er is een verkoopkantoor waar kaartjes voor alle musicals met korting gekocht kunnen worden en daar staat een enorme rij voor.

Ik wil het niet laat maken. Acht uur pak ik de metro naar het hotel. Morgen zie ik wel de rest van de stad.

Zaterdag, 6 november 2010

Waarschijnlijk door het tijdverschil word ik al weer kwart over vier wakker. Ik probeer mijn gedachten te verzetten om weer in slaap te vallen, maar dat lukt niet. Ik hoop dat ik de volgende nacht beter zal slapen, maar alleen al die gedachte houdt mij verder wakker. Half acht sta ik op. Wat eerder dan gepland, maar dat kan nooit kwaad omdat de tijd altijd sneller verstrijkt dan ik zou wensen.

Morgen is het Race Day. Reden om het vandaag wat rustig aan te doen. Ik open de jaloezieën en zie dat het prachtig weer wordt vandaag. De lucht is blauw en de straten zijn weer droog. Ik ontbijt bij hetzelfde tentje als gisteren, waar ik twee Nederlandse jongens ontmoet. Zij zijn een weekendje naar New York, maar doen niet mee met de marathon. Dat verbaast mij wel een beetje, want waarom zou je dan juist nu naar New York gaan. De halve stad wordt ontregeld door het evenement. Buiten zie ik verschillende hardlopers voorbij komen over Broadway.

Ik pak metro 1 naar het centrum, waar ik bij de 50th Street uitstap. Dat is vlakbij waar ik op de bus moet stappen voor de tour. Ik ben nog veel te vroeg. Daarom slenter ik eerst nog even naar Times Square, dat vlakbij is. Het ziet er wat desolaat uit in de ochtendzon. Van het dynamische is weinig meer te merken. Het is duidelijk dat Time Square ontworpen is om 's avonds en 's nachts te schitteren. Er staan al weer lange rijen mensen om met korting een kaartje voor een van de musicals vanavond te bemachtigen. Ik neem een milkshake bij een McDonalds met een uitzonderlijk smaakvol designinterieur en wandel op mijn gemak naar de straat waar de tourbussen staan. Ik ben vroeg, maar toch staan er al heel veel mensen in de rij. Het zijn kleine busjes met donker glas. Jammer, want dat maakt het onmogelijk om onderweg fatsoenlijke foto's te maken en ik weet zeker dat ik onderweg mooie dingen zal zien, die ik graag zou vastleggen. Ondanks de drukte, is het busje niet helemaal vol en heb ik een goede plaats. Alleen kan ik mijn benen niet kwijt. De stoelen zijn niet op lange Europeanen berekend. We rijden eerst via Times Square naar Union Square om vandaar mooie foto's van het Empire State Building te kunnen maken. Gids James vertelt over de geschiedenis van het gebouw. Hoe het rond 1930 in slechts 14 maanden is gebouwd en hoe het na het uitbreken van de grote economische crisis lange tijd leeg bleef staan. Zo kreeg het destijds de bijnaam Empty State Building.

Ik leer veel van de uitleg van de gids. Zo worden we gewezen op de lichtkrant op Times Square, waar in 1945 met spanning het nieuws over de oorlog werd gevolgd en waar een reusachtig volksfeest losbarstte, toen bekend werd gemaakt dat de oorlog voorbij was. Ook wist ik niet dat van de tientallen Broadway-theaters er maar drie echt aan Broadway gevestigd zijn. James wijst ons ook op de Fashion Area langs 7th Avenue. Hier bevinden zich van oudsher de grote modehuizen, waaronder Macy's, dat de grootste modewinkel ter wereld schijnt te zijn.

Tijdens de stops vraagt James ons de stoplichten te respecteren, al geeft hij toe dat niemand dat doet in New York. 'Green means walk; red means run', grapt hij. In Manhattan wonen 1,5 miljoen mensen, maar overdag zijn er zo'n 4,5 miljoen mensen met alle forenzen erbij. Wonen in Manhattan is onbetaalbaar. Dat zag ik gisteren al bij een makelaarskantoor. Een beetje appartement doet een half miljoen dollar en dan zit je nog niet in de betere buurten. Bovendien zijn in de Verenigde Staten alle prijzen exclusief BTW.

De mooiste gevels vind je in SOHO, wat hier South of Houston Street betekent. Er is ook een wijk die NOHO heet. We rijden door China Town en James legt uit hoe dit steeds groter wordt en inmiddels Little Italy heeft opgeslokt. Van die wijk is nog maar één straat over en zelfs daar hangt het vol met Chinese uithangborden. We stoppen bij Pier 17 voor de boottocht.

Helaas gaat een deel van de excursie niet door vanwege de vele wegafsluitingen dit weekend. In plaats daarvan mogen we anderhalf uur op de boot wachten. Ik ben teleurgesteld, maar besluit er maar het beste van te maken. Het is prachtig weer vandaag en de wolkenkrabbers van het Financial District schitteren in de ochtendzon. Ik maak een ommetje en neem nog wat foto's van de Brooklyn Bridge en Manhattan Bridge. Voor de boot staat een lange rij te wachten. De taxiboot is laat. Gelukkig kan ik nog net op het bovendek, al moet ik wel staan.

De boot vaart eerst naar een andere pier om nog meer passagiers op te pikken en zet dan koers richting het Vrijheidsbeeld. We varen langs het Financial District, dat vanaf het water het beste is te bekijken. Na het ronden van een bocht, zie ik in de verte Liberty Island met het beroemde Vrijheidsbeeld. Dat is alleen vanaf het water redelijk te fotograferen. Het eiland bezoeken zou trouwens niet eens lukken, vanwege de lange wachttijden voor de veerboot. In de verte zie ik de enorme Verrazano Narrow Bridge, waar morgen de marathon begint.

Na het Vrijheidsbeeld varen we nog onder de Brooklyn en Manhattan Bridge door. Dat levert mooie foto's op, al is het jammer dat de monumentale Brooklyn Bridge gedeeltelijk in de steigers staat en met plastic is ingepakt.

Na de boot rijden we verder met de bus naar Wall Street. Er is niet veel te zien. De New York Stock Exchange is afgezet met dranghekken en er is veel politie aanwezig. De volgende stop is bij Ground Zero, waar intussen de bouw is begonnen van de enorme Freedom Tower. Die wordt nog veel hoger dan de Twin Towers, die hier tot 11 september 2002 hebben gestaan. We bekijken de bouwplaats vanuit de hal van een bankgebouw, want vanaf de straat is niet veel te zien. Volgens James zal de Freedom Tower in 2014 gereed zijn. Om de hoek is de brandweerkazerne, waarvan op die noodlottige dag bijna alle medewerkers zijn omgekomen. Een koperen plaquette op de gevel herinnert daaraan. Vlakbij is het Battery Park. Daar staat een kunstwerk, the sphere, dat bij de aanslag op de Twin Towers zwaar beschadigd is geraakt. De kunstenaar wilde dat het in beschadigde toestand in het park gezet zou worden, om de herinnering aan 9-11 levend te houden.

Manhattan betekent volgens James Vele Heuvels. De meeste van die heuvels zijn in de loop der tijd echter afgegraven. Alleen Harlem schijnt nog redelijk heuvelachtig te zijn. Central Park ook, trouwens. Dat zal ik morgen nog wel merken. Central Park is ook de laatste stop van de tour. We kijken bij de poort waar John Lennon is neergeschoten en wandelen een stukje het park in, waar een deel Strawberry Fields is genoemd, ter nagedachtenis aan de Beatle-zanger.

Na de busexcursie wandel ik terug naar Central Park, waar de voorbereidingen voor de marathon in volle gang zijn. Ik wandel over de laatste kilometer van het parcours om mij een beetje mentaal voor te bereiden. Zo fit als nu, zal ik mij op die plek morgen niet meer voelen. Langs het parcours staan vlaggen van alle deelnemende landen. Ik laat mijzelf fotograferen met de Nederlandse vlag in mijn hand. Het is een heel bijzonder gevoel om hier te lopen en de finish te zien. Binnen 24 uur hoop ik hier de NYC Marathon te volbrengen, de droom van iedere hardloper.

Met de metro ga ik terug naar het hotel, maar dat gaat niet zonder slag of stoot. Ondanks de verwachte drukte, heeft het metrobedrijf besloten dit weekend groot onderhoud te plegen. Een aantal stations is daarom gedeeltelijk afgesloten. Zo ook 66th Street. Ik kan alleen richting Brooklyn. Daarna moet ik ergens zien over te stappen om weer de goede kant op te rijden. Dat kan pas bij 50th Street. De metro richting The Bronx komt snel, maar blijft lang staan. Pas na ruim vijf minuten rijden we stapvoets verder, waarbij veel gestopt wordt onderweg. Pas na 72th Street, gaat het weer normaal. Ik denk dat ik zeker wel 20 minuten langer onderweg ben geweest, voor een ritje dat normaal nog geen tien minuten duurt. Morgen, na de marathon, moet ik maar naar 72th Street lopen. Daar wordt geen onderhoud gepleegd.

Terug in het hotel zet ik alles klaar voor morgen, zodat ik vanavond meteen naar bed kan als ik van de Marathon Eve Experience thuiskom. Als internationale deelnemer mag ik daar gratis naar toe. Er is muziek, eten, drinken en vuurwerk. Het lijkt mij gezellig en het duurt maar tot 8 uur. Dan kan ik er om 9 uur inliggen en dat zal wel nodig zijn ook, want morgen moet ik er om 5 uur uit. 6 uur zomertijd, dat wel, maar toch.

Met de metro rijd ik naar de 66th Street en van daar loop ik naar Central Park waar het feest plaatsvindt. Aangekomen, merk ik dat er een gigantische rij staat. Ik betwijfel of ik vanavond de Marathon Eve Experience ga meemaken. Toch sluit ik achter in de rij aan om te kijken hoe snel het gaat. Dat valt mee. We kunnen steeds een paar meter naar voren. Toch duurt het nog een half uur voordat ik eindelijk de feesttent in kan. Er zijn buffetten met broodjes, lasagne, groenten en rijst met spinazie. Te drinken is er alleen bier en water. Geen vruchtensappen of andere gezonde drankjes. Ik neem maar een biertje. Zoveel kwaad zal dat niet kunnen. Ik eet goed, want ik denk niet dat er morgen ontbijt zal zijn. Half acht barst een spectaculair vuurwerk los. De zware dreunen worden door de rond het Central Park gebouwde wolkenkrabbers weerkaatst, wat een heel bijzonder effect geeft. Tegen achten wordt de hele hemel met vuurwerk verlicht. Dat is de afsluiting. Ik haast mij naar Broadway voor de metro naar het hotel. Ik wil er zo vroeg mogelijk in liggen. Dat lukt. Half negen doe ik het licht uit. Vannacht treedt de wintertijd in, dus ik krijg toch nog een uurtje extra.

Zondag, 7 november 2010

Vandaag is het Race Day. De dag van de marathon der marathons. Ik heb goed geslapen en werd half vijf wakker, zodat ik nog even rustig de gedeelde badkamer kon gebruiken. Ik had mijn spullen al klaargelegd, maar ik vergeet toch nog mijn jas. Daar kom ik achter als ik buiten de snijdende kou voel. Met jas wandel ik naar de bus, die behoorlijk volloopt. Allemaal mensen die ook in Hotel 99 verblijven, maar die ik nu pas voor het eerst zie. Ik hoop dat er bij de start verwarmde tenten zijn, want we zullen uren moeten wachten. We vertrekken zo vroeg, omdat al om 7 uur de Verrazano Narrow Bridge voor al het verkeer wordt afgesloten. Voor die tijd moet de bus er overheen zijn en dat wordt nog spannend omdat er vanochtend wel heel erg veel verkeer richting Staten Island gaat.

We vertrekken en we schieten lekker op, omdat het zo vroeg op zondagochtend zowaar rustig is op straat. Weer merk ik hoe groot Manhattan is. Pas na drie kwartier zijn we bij de zeer lange Brooklyn Battery Tunnel naar Brooklyn. Na ruim een uur passeren we de prachtige Verrazano Narrow Bridge. Aan de rechterkant is ver in de verte het Vrijheidsbeeld te zien. Links schittert de Atlantische Oceaan in het vroege ochtendlicht. Er is vrijwel geen wolkje aan de hemel. Het wordt een koude, maar wel zonnige dag vandaag.

We stappen de bus uit en voelen meteen wat een ijskoude wind er staat. Ik heb een blauw startnummer en moet dus naar het blauwe kamp. Daar zijn wat tenten en worden warme dranken als thee en oploskoffie aangeboden. Er zouden ook broodjes zijn, maar dat verhaal blijkt niet te kloppen. Ik ril nu al van de kou, ondanks mijn sweater en regenponcho die ik over mijn renners-outfit heb getrokken. In de tent is het iets aangenamer, omdat daar de snijdende wind niet is te voelen. Maar warm is het er ook niet. Het is pas 7 uur en ik baal ervan dat ik nog 2,5 uur moet wachten voordat de kleding kan worden ingeleverd en het tijd is om naar het start-vak te gaan. Zat ik nu maar in Wave 1 of 2. Die vertrekken een uur en een half uur eerder. Ik hoop niet dat mijn spieren stijf worden van de kou. Dat kan ik nu even niet hebben.

Voor ontbijt was geen tijd vanochtend. Gelukkig heb ik nog een pakje pizzakoekjes uit Nederland meegekregen en wat zakjes met sportieve ontbijtspullen. Dat vult tenminste een beetje. Buiten staan enorme rijen mobiele toiletten, maar de rijen die ervoor staan zijn minstens even lang. Iedereen heeft natuurlijk de kouwe pies, net al ik trouwens. Er zit weinig anders op dan rillend in de rij aan te sluiten, want op wildplassen staat diskwalificatie en het barst van de politie.

Ik ben blij als het eindelijk half negen is. Ik lever mijn tas met kleding af bij een van de UPS-vrachtwagens en heb nu alleen nog mijn renkleding aan. Gelukkig wel met lange broek en lange mouwen. Er zijn echter ook mensen die de hele ochtend al in een korte broek rondlopen. Die moeten wel uit Alaska komen. Buiten staan luidsprekers die voortdurend instructies laten horen in het Engels, Spaans, Frans en Duits. Wave 2 is intussen naar het startvak en vijf voor negen zijn wij aan de beurt. Dan gaat de tijd ineens een stuk sneller. Kwart over negen gaat het startvak dicht. Nog 25 minuten voor het startschot. Dat lijkt lang, maar de tijd vliegt. We lopen naar de snelweg, waar de start is en stellen ons op. Nu wordt het echt spannend. Het is half tien geweest. Ik geniet van het beetje warmte dat de laagstaande zon uitstraalt.

Dan is het zover. Precies op tijd en toch onverwacht wordt het startkanon afgeschoten. Iedereen juicht en joelt, terwijl de luidsprekers ‘New York, New York’ van Frank Sinatra laten horen. Er komt nog geen beweging in de massa. Het is als een mammoettanker waarvan de motoren zijn gestart. Alles trilt en dreunt, maar het duurt minuten voordat de kolos van zijn plaats komt. Vooraan zie ik aan de op en neer dansende hoofden, dat de marathon begonnen is. Drie minuten na het startschot passeer ook ik de eerste detectielussen en gaat mijn tijd in. Het is nog altijd wandelen. Voor mij rijst de machtige, uitdagende Verrazano Narrow Bridge op met zijn twee gigantische poorten, waaraan de boomdikke kabels zijn bevestigd. Het is een prachtige, maar wel zware start.

Op het hoogste punt is het brugdek 80 meter hoog. Als ik zover ben, zie ik aan de andere oever een flatgebouw staan van ruim vijftien verdiepingen. Vanaf de brug is daarvan het dak te zien. Beneden vaart een containerschip. Dat is tachtig meter lager. Ik was van plan de zware klim wandelend af te leggen, maar vanwege de drukte is het niet sociaal om een ander tempo te lopen dan de rest. Bovendien is de helling niet zo heel erg steil. Wel zijn de vele kledingstukken midden op het parcours erg vervelend. Er was in het startvak nog speciaal verzocht om geen kleding op de brug te werpen. Toch is het echt uitkijken om niet te struikelen. Een dame naast mij doet dat niet en komt lelijk te struikelen. Als ik de andere kant heb bereikt, zitten de eerste twee miles erop. Ik ben in Brooklyn aangekomen.

Onder aan de brug splitsen de groepen zich, omdat de straten te smal zijn om iedereen door te laten. Ik heb blauw. Verder zijn er oranje en groen. We lopen nu maar liefst vijf mijl over de 4th Avenue van Brooklyn. Het is meteen al heel gezellig. Er staat enorm veel publiek langs de kant en hoewel de eerste lopers al ruim een uur geleden zijn gepasseerd, is iedereen nog onverminderd enthousiast. Langs de hele route staan de mensen drie rijen dik de lopers aan te moedigen. Vanaf hier is nu ook iedere mijl een verzorgingspost waar water en sportdrank worden aangeboden. Ik besluit er zoveel mogelijk gebruik van te maken om kramp te voorkomen, zoals bij de Haarlemmermeer Marathon, waar maar om de vijf kilometer gedronken kon worden.

Om de kilometer staat een band te spelen of hebben mensen een muziekinstallatie buiten gezet. De gebouwen zijn hier niet hoog, zodat ik optimaal van de zon kan genieten. De kou begint langzaam maar zeker uit mijn lichaam te verdwijnen. Van het lopen, maar zeker ook van de sfeer en de warmte die van het publiek uitgaat. Dit is genieten!

Bij 8 mijl komt eindelijk een einde aan de 4th Avenue. Met een ingewikkelde bocht bij een van de weinige wolkenkrabbers van Brooklyn slaan we Lavayette Avenue in. Dit is een mooie straat met oude bomen, waarvan de takken met hun bonte herfstkleuren een tunneldak lijken te vormen. Daarna volgt Bedford Avenue, die door de jodenwijk van Brooklyn gaat. Overal lopen orthodoxe joden met hun zwarte hoeden en gekrulde bakkenbaarden. Zoveel heb ik er zelfs in Antwerpen nog nooit gezien.

Als we via een brug de wijk Queens bereiken, zijn we precies halverwege. Ik voel mij nog prima, hoewel ik er al een halve marathon op heb zitten. Onderweg stop ik een paar keer om mensen langs de kant een foto van mij te laten maken. Helaas moet ik zuinig zijn, want met mijn wegwerpcamera kan ik maar 27 foto's maken. Ik heb spijt dat ik niet een kleine digitale camera heb meegenomen. Veel mensen hebben dat gedaan. Ik zie ook veel iPhones. Daarmee kan het thuisfront precies de vorderingen van de loper volgen, hoorde ik vanochtend van iemand. Het is ook via internet te volgen wanneer iemand de detectielussen bij iedere mijl passeert, maar ik vraag mij af of de website de ongetwijfeld overweldigende belangstelling kan verwerken.

Het stuk door Queens is vrij kort. Al van ver is de Queensboro Bridge te zien, die de laatste zware uitdaging vormt. Hij is niet zo hoog als de Verrazano Narrow Bridge, maar veertig meter klimmen wordt het toch wel en dat is na zo'n 25 kilometer hardlopen geen makkie. We lopen over het benedendek. Rechts hangen de kabels van de skytram, die beide oevers voor voetgangers verbindt. Tijdens de lange klim begint mijn rechterknie te protesteren. Ik moet mijn tempo verlagen om mijn knie te sparen. Het is een kwaal die ik tijdens de Haarlemmermeer Marathon heb opgelopen en die nog niet helemaal hersteld is. Gelukkig begint de pijn nu pas, want tijdens trainingen had ik er soms na een kilometer al last van. Eenmaal boven op de brug hervat ik mijn normale tempo weer. Ik passeer het 25 kilometerbord. Aan het andere eind van de brug zijn we eindelijk in Manhattan, hoewel we nog 17 kilometer te gaan hebben.

Via 1st Avenue gaat het naar Harlem en vervolgens naar The Bronx, de beruchtste wijk van New York. Harlem is al een beetje een voorbode. Zo gezellig als het Nederlandse Haarlem is, zo somber is het New Yorkse Harlem. Hier wil ik 's avonds niet over straat wandelen. Nu is het echter net zo gezellig als langs de rest van de route. Ook hier staat een enorme massa mensen de lopers toe te juichen. Na 3,5 mijl passeren we de Willis Avenue Bridge en bereiken we The Bronx. Hierbij vergeleken is Harlem nog een chique villawijk. De grauwe bakstenen woonkazernes lijken meer op ouderwetse fabrieken dan op woningen. Menig gevangenis ziet er van buiten aantrekkelijker uit. Ik denk dat de marathon de enige gelegenheid is om hier veilig doorheen te kunnen lopen. Lang duurt het niet. Na een paar korte straten lopen we via de Third Avenue Bridge Manhattan weer in. De route gaat nu verder over de 5th Avenue, die langs Central Park loopt, waar de finish is. Het is waar dat je persoonlijk wordt toegejuicht als je je naam op je T-shirt zet. Ik had een fotomontage van de New York Marathon op de achterkant gezet en voorop 'Vincent from Holland' in de kleuren van de Nederlandse vlag. De aanmoedigingen geven het nodige beetje energie dat ik goed kan gebruiken om de laatste, steeds langer wordende miles te overbruggen.

Rechts is inmiddels het Central Park verschenen. De laatste twee miles gaan door het park. Ik vind het wel een beetje jammer dat de route niet langs de hoogste wolkenkrabbers van Manhattan gaat. Dat zal wel komen omdat men daar niet de straten wil afsluiten. Ik krijg een brok in mijn keel als ik de hoek bij Columbus Circle herken. Het is nog een halve kilometer. Ik ga het halen. De marathon der marathons. Niet de snelste, maar beslist wel de leukste en meest indrukwekkende. Ik begrijp nu wel waarom mensen er zoveel voor over hebben om mee te doen. Ik kom dan uit Nederland, maar er doen ook Australiërs en Japanners mee. Die zullen nog veel meer geld kwijt zijn dan ik. Het laatste stukje is magisch. Het glooiende pad met de vlaggen van alle landen aan weerskanten. Ik moet nog mijn best doen om binnen vijf uur te finishen, maar ik wil toch eerst nog een keer op de foto bij de Nederlandse vlag.

Dan de laatste meters. Ik heb het gehaald. Het is onwerkelijk. Na alle voorbereidingen, het lange wachten vanochtend en de ongeveer vijf uur hardlopen, is het nu ineens voorbij. Ik neem mijn medaille in ontvangst. Verderop worden tassen uitgedeeld met herstelvoedsel en iedereen krijgt een deken van aluminiumfolie tegen te snelle afkoeling. Ik ga op de foto en sluit mij dan aan bij een langzame optocht richting de UPS-vrachtwagens. Iedereen feliciteert elkaar, ook mensen die elkaar niet kennen. Sport verbroedert, dat blijkt wel. Als ik eindelijk mijn tas met kleding terug heb, wil ik de drukte uit. Gelukkig is de uitgang bij 77th Street vlakbij. Bijna iedere voorbijganger feliciteert mij. Als marathonloper krijg je enorm veel respect in New York, ook al zijn er nog zoveel deelnemers. Helaas wordt het lopen naar het hotel, want het metrostation is onbemand en de kaartjes automaat weigert mijn 20 dollar biljetten, tenzij ik een dure meerrittenkaart koop. Maar daar heb ik nu niets meer aan. Het lopen gaat echter nog prima. Van mijn knie heb ik wel last, maar het gaat zolang ik geen trap hoef op te lopen. Dan wordt het echt hijsen.

In het hotel neem ik een uitgebreide, hete douche. Dan pak ik mijn koffer vast in, zodat ik morgenochtend snel op pad kan om nog wat van New York te zien, voordat de bus mij half 3 ophaalt voor de transfer naar het vliegveld.

Omdat het mijn laatste avond in New York is, vergeet ik mijn vermoeidheid en ga ik toch nog de stad in. Ik heb een uitnodiging voor een feestavond in de Asher, een discotheek bij Times Square in de buurt. Maar eerst verwen ik mij weer met een Thaise maaltijd. Ik hoef nu niet meer op mijn dieet te letten. Voor maar 20 dollar eet ik mij klem. Dan koop ik mijn laatste 4 rides ticket voor de metro naar het centrum. Ik stap uit bij Times Square en geniet weer van de bijzondere sfeer die hier 's avonds heerst. Op zondagavond blijken wel de winkels eerder dicht te gaan, behalve dan de zaken die continu open zijn. Ik wandel naar de Asher, maar die blijkt heel wat verder te zijn dan ik dacht. Het is op nummer 618 en bij Times Square heeft de 46ste straat pas nummer 120. Zoals ik al vreesde is het bijna op de hoek bij de Hudson. Het blijkt echter niet leuk om er alleen naar toe te gaan. De muziek staat zo hard dat een gesprek niet te voeren is en in mijn eentje dansen zie ik niet zo zitten. Dansen überhaupt niet, na 42 kilometer hardlopen. Ik heb vandaag wel weer genoeg van mijn benen gevergd. Ik loop terug naar Times Square en half twaalf keer ik terug naar het hotel.

Maandag, 8 november 2010

Ik was mijn telefoon vergeten uit te schakelen en dat wordt kwart over vier afgestraft. Vloekend schakel ik hem uit en zet hem dan weer aan omdat hij ook als wekker fungeert. Alleen zet ik nu wel de telefoonontvangst uit. Gelukkig kan ik na een tijdje verder slapen. Half acht word ik vanzelf wakker. Omdat ik alles al had klaargezet, kan ik er om 8 uur vandoor. Ik neem weer hetzelfde ontbijtje in hetzelfde tentje en ga op pad. Eerst naar 66th Street. In Central Park wordt nog een verkoop van marathonspullen gehouden en ik hoop dat het een en ander is afgeprijsd. Dat blijkt niet het geval. T-shirts kosten nog steeds 40 dollar, wat belachelijk veel geld is. Alles is peperduur, terwijl ze het na vandaag aan de straatstenen niet meer kwijt zullen raken. Ik koop een New York Times met marathonbijlage om thuis te lezen. Als ik binnen de 4.30u had gelopen, had ik erin gestaan, maar dan had ik wel een half uur minder lol en nog veel meer pijn aan mijn knie gehad.

Nog een keer loop ik over de laatste halve kilometer van de marathonroute. Er wordt hard gewerkt om de finish, de tribunes, de vlaggen en de dranghekken weg te halen. Na vandaag is het afgelopen met de festiviteiten rond het grootse loopevenement. Ik verlaat Central Park bij Columbus Circle en loop richting Times Square. Het begint te regenen. Een ijskoude regen. Ik zie mijn plan om een rondrit met een open dubbeldekker in het water vallen. Aan de andere kant ben ik blij dat we dit weer gisteren niet hebben gehad, want dan was het niet te doen geweest. Toch vervelend. Ik moet mij nog vier uur zien te vermaken en de winkels heb ik wel gezien. Een alternatief is er echter niet. Voor een museum is de tijd te kort en lekker wandelen is met mijn knie en het slechte weer ook geen prettige optie.

Rond een uur of twaalf besluit ik nog wat met de metro te gaan rijden. Ik neem lijn N die over de Manhattan Bridge rijdt. Dat vergt echter wel wat geduld. Ik neem mij voor om tot half 2 mee te rijden en dan weer terug te gaan, anders haal ik de transferbus niet. Ik zit in de voorste wagon en kan door de deur zien wat de bestuurder ziet. Het is een leuk gezicht als we over de Manhattan Bridge rijden. Aan het eind verdwijnt de metro weer een tunnel in. Ik rijd nog even verder in de hoop nog wat van Brooklyn te zien. Het duurt echter ruim een kwartier voordat we weer aan de oppervlakte komen. Buiten is niets te zien omdat de baan verdiept ligt. Bij New Utrecht Avenue stap ik uit en loop ik naar het andere perron voor de terugreis. Het is intussen half twee.

De metro laat erg lang op zich wachten en ik begin er rekening mee te houden dat ik de transferbus niet ga halen. Ik kan dan nog met de metro naar het vliegveld, maar echt handig is dat natuurlijk niet. Tien over half twee komt eindelijk lijn N het station binnen rijden. Voor mijn gevoel rijden we tergend langzaam met veel te veel haltes terug naar Manhattan. Ik hoop dat we twee uur de Manhattan Bridge over rijden. Dan haal ik het nog wel. Maar het wordt vijf over twee. Weer gaat het met een slakkengang, omdat er aan de brug gewerkt wordt. Er komen nog veel haltes voordat we weer bij Times Square zijn, waar ik op lijn 1 moet overstappen. In de metro kan ik helaas niet bellen om te zeggen dat ik wat later kom. Het is bijna half drie als ik de gereedstaande lijn 1 inspring. Het is de local, maar ik wil niet het risico lopen dat ik een kwartier op de Express moet wachten. Achteraf had ik dat beter wel kunnen doen, want even later raast de Express voorbij. Pas tien over drie ben ik bij het hotel. De bus is vertrokken. Andere Nederlanders bieden mij nog vervoer aan, maar dan moet ik wel 15 dollar bijdragen. Ik heb geen 15 dollar meer en reken snel uit dat de metro toch wel iets goedkoper is. Ik pak mijn bagage en loop voor de laatste keer naar het metrostation van 96th Street. Daar komen weer problemen. De kaartautomaat weigert mijn dollars. Boos loop ik naar het loket. Daar verkopen ze echter geen enkele reizen. Ik krijg twaalf kwartjes voor mijn drie dollar en zo kan ik alsnog een kaartje kopen. Ik had beter meteen met mijn creditcard kunnen betalen, want door al het gedoe zie ik net de Express voor mijn neus vertrekken.

Ik moet veel overstappen, zie ik op de plattegrond in de metro. Eerst bij 72nd Street op de Local, want de Express stopt niet bij Columbus Circle, waar ik op lijn A moet overstappen. Lijn A gaat naar het vliegveld, maar ik zie op de kaart ook dat er een sneller alternatief is. Lijn E rijdt via een andere route en heeft veel minder tussenstations. Van lijn A stap ik over op lijn E. Helaas in de verkeerde richting, omdat ik nog steeds het verschil tussen uptown en downtown niet snap, maar een station later heb ik dan eindelijk de goede metro te pakken. Onderweg klinken weer de talrijke waarschuwingen, zoals voor verdachte pakketjes die je direct bij het metropersoneel moet melden. Als je personeel kan vinden tenminste. De leukste waarschuwing is: 'Ladies and Gentlemen. It is dangerous to ride on the outside of the metro car. Please only travel in the inside of the metro car.' Het is echt waar! Ik moet bijna tot aan het eindpunt mee, maar het gaat wel redelijk snel allemaal. Tegen vieren ben ik bij het station waar ik op de Airtrain moet overstappen. De metro van New York gaat niet naar de luchthaven. De Airtrain is niet goedkoop met 5 dollar, maar wel leuk. Ik sta voorin en kan bestuurdertje spelen, want een echte bestuurder is er niet aan boord. Ik bel ATP om te vragen bij elke terminal ik moet zijn. Het blijkt terminal 4 te zijn. Het ritje duurt ongeveer een kwartier en zo kom ik toch nog op tijd op JFK International Airport aan.

Het is even zoeken. Veel borden wijzen naar de aankomsthal, maar waar de vertrekhal is mogen passagiers zelf uitzoeken. Ik volg de borden naar de gates, maar daar word ik tegengehouden door een dame die eerst mijn instapkaart wil zien. Ik vraag hoe ik daaraan moet komen, waarop zij mij naar de eerste verdieping verwijst. Daar is grote drukte rond het vertrek van een Al-El-toestel. De vele orthodoxe joden in hun zwarte kledij wachten gelaten tot zij binnenstebuiten worden gekeerd. Hopelijk gaat het bij mijn vlucht vlotter, want ik ben natuurlijk redelijk aan de late kant. Inchecken via de automaat lukt niet. Ik ga naar de incheckbalie en daar legt de grondstewardess uit dat ik niet zelf kon inchecken omdat ik deel uitmaak van een groep. Zij bezorgt mij de instapkaart en verwijst mij naar een lange rij waar ik in moet staan om mijn koffer te kunnen afgeven. Dat gaat nog redelijk vlot en zo kan ik eindelijk met instapkaart naar gate B24. Weer word ik gefouilleerd zonder dat het poortje piept. Ik kan net zo goed mijn riem omlaten en mijn schoenen aanhouden. Bij de gate zoek ik een rustig plekje op om mijn verslag uit te tikken. Gelukkig is er een stopcontact zodat mijn netbook straks met volle accu het vliegtuig in kan.

We kunnen op tijd instappen in vlucht 642 van de KLM. Ook de deur gaat op tijd dicht. Het is leuk dat de bemanning de marathonlopers expliciet welkom heet en ons feliciteert met onze geleverde prestatie. Maar dan begint het lange wachten. Het is erg druk op de luchthaven en de piloot waarschuwt dat het zo maar een uur kan duren voordat wij opstijgen. De vertraging blijft echter beperkt tot 40 minuten. Op het scherm in de stoel voor mij, zie ik dat we 5854 kilometer voor de boeg hebben. Ik maak het mij gemakkelijk en wacht tot we de lucht in zijn en New York onder het nog altijd dikke wolkendek verdwijnt.

Als ik mijn verslag heb bijgewerkt, wordt de maaltijd opgediend. Rijst met kipcurry ditmaal. De andere keuze was pasta, maar daar had ik niet zo'n trek in. Ik zet een film op. The A-team, die net op DVD uit is. Het kan mij echter niet zo boeien. Spanning ontbreekt en de verhaallijn is dun en zeer onrealistisch. Al snel verslapt mijn aandacht en zet ik het scherm weer op vluchtgegevens.

Chicago Marathon

Proloog

In 2019 kwam ik op het idee om de marathon van Chicago te gaan lopen. Dat is één van de zes Abbott World Marathon Majors, waarvan ik er toen nog vier op mijn lijstje had staan. Boston, Chicago, Londen en Tokyo. Berlijn en New York had ik al eerder gelopen. Ik ging eens Googelen en ontdekte dat het mogelijk was om mij in te schrijven voor de editie van 2020. Wel zou nog een loting plaatsvinden, omdat er net als bij veel andere grote internationale marathons altijd veel meer belangstellenden dan startbewijzen zijn. Maar het zat mee. Na enkele maanden ontving ik een e-mail waarin stond dat ik tot de gelukkigen behoorde die mee konden doen. Wel moest ik nog even het inschrijfgeld van 240 dollar overmaken, maar dat had ik er wel voor over. Ik ging ook snel op zoek naar een voordelige vlucht en een Airbnb. Die voordelige vlucht vond ik via een aanbiedingenwebsite bij Air Portugal. Een Airbnb was lastiger te vinden. Ik houd ervan om op loopafstand van de start te zitten, maar dat bleek in Chicago onbetaalbaar. Ook Booking.com had niets onder de 300 euro per nacht. Wel slaapzalen met stapelbedden, maar daar had ik niet zo’n zin in. Zo kwam ik steeds verder van het centrum te zitten. Uiteindelijk vond ik een kamer die mij wel iets leek en die dicht bij een metrostation was. Daar vandaan kon ik in een half uur in het centrum zijn. De prijs was met 160 euro voor zeven nachten naar de maatstaven van Chicago zeer redelijk.

Maar toen brak de coronapandemie uit. Dat werd toch wel een probleem. Lang zag het er nog naar uit dat de marathon gewoon door zou gaan, maar ik zou er sowieso niet aan mee kunnen doen, omdat de Verenigde Staten de grenzen hadden gesloten. Ik vroeg mij af wat er ging gebeuren. Zou ik mijn geld kwijt zijn? Dat laatste gebeurde gelukkig niet. Ook in de VS was de pandemie zo ernstig, dat het onmogelijk werd een massa-evenement als een marathon te houden. Toch was het een opluchting toen dit per e-mail bevestigd werd. Ik kon kiezen of ik in 2021, 2022 of 2023 wilde lopen. 2021 leek mij nog wat aan de vroege kant, maar 2022 zou denk ik wel gaan lukken. De verhuurder van de Airbnb deed gelukkig helemaal niet moeilijk. Ik kon kiezen tussen mijn geld terug vragen of later komen. Ik koos voor het laatste, want bij restitutie houdt Airbnb altijd een bedrag in en het is de vraag of ik opnieuw zo’n goed en betaalbaar adres kan vinden. De verhuurder schreef dat ik het maar moest laten weten wanneer ik zou komen. Met mijn vliegticket ging het minder makkelijk. De luchtvaartmaatschappijen waren door de pandemie behoorlijk in de financiële problemen gekomen, maar de tussenpartij zou zich inspannen om mij schadeloos te stellen. Dat gebeurde pas een half jaar na de oorspronkelijke reisdatum en ik kreeg ook lang niet alles terug. Een reden om in het vervolg maar rechtstreeks bij luchtvaartmaatschappijen te boeken. Dat is nauwelijks duurder en geeft meer rechten.

Twee jaren verstreken. De coronapandemie was nog niet over, maar er waren geen volle ziekenhuizen meer. De maatregelen werden versoepeld, dus zag het er naar uit dat mijn marathonavontuur in Chicago ditmaal wel door zou gaan. In april liep ik de marathon van Boston, een van de andere Abbott World Marathon Majors. Dat ging zonder problemen. Ik boekte bij Lufthansa een redelijk geprijsd vliegretour met gunstige vertrek- en aankomsttijden en informeerde de Airbnb wanneer ik in Chicago zou verblijven. Rond september werd het nog even spannend toen corona weer flink de kop opstak en er ook nog eens grote capaciteitsproblemen waren op Schiphol, waardoor veel vluchten werden geannuleerd. Maar op 5 oktober kon ik dan toch echt richting Chicago vertrekken.

Woensdag, 5 oktober 2022

Mijn vlucht naar Chicago gaat via Frankfurt en ik moet al om 8:05u vanaf Schiphol vertrekken. Omdat de chaos op de luchthaven nog dagelijks de kranten haalt, heb ik besloten om al om 5:00u aanwezig te zijn. Dat betekent de bus van 4:41u en dus om 4:00u opstaan. Nog even snel een schaaltje yoghurt met muesli naar binnenwerken en dan er vandoor. Mijn tas had ik al ingepakt en ik had kleding voor vandaag klaar gelegd. Dus kan ik snel de deur uit. De bus is op tijd en al redelijk vol op dit vroege uur. Zonder problemen rijd ik naar Schiphol, waar ik kan vaststellen dat het met de chaos enorm meevalt. Het is wel even zoeken, want er zijn nieuwe ingangen bij gekomen, maar ik hoef nergens in de rij te staan. Ik had wel een uurtje later kunnen gaan, maar ik wilde natuurlijk niet het risico lopen om alsnog mijn vlucht te missen. Bij de gate zoek ik een plekje op met een stopcontact, zodat ik nog wat werk kan doen voordat ik aan boord moet. Het vliegtuig staat al klaar.

We mogen op tijd instappen, maar vertrekken met een kwartier vertraging vanwege dichte mist op Frankfurt. Ik zie nog even mijn woonplaats Hoofddorp, voordat we door het dichte wolkendek richting de blauwe hemel vliegen. Het is rustig in het vliegtuig en ik ben blij met mijn raamplaats ver achter de vleugel. Helaas is er weinig te zien. Pas een kwartier voor de landing zitten er wat gaten in het wolkendek en zie ik de Duitse heuvels met leuke dorpjes en bossen.

Op de luchthaven van Frankfurt moet ik een behoorlijk eind lopen naar gate Z54. Onderweg is de paspoortcontrole. Erg streng zijn ze niet. Nadat ik heb verteld waarom ik naar de VS ga en dat ik gevaccineerd ben en een ESTA heb, mag ik doorlopen. In Chicago zal dat wel strenger worden gecontroleerd, maar dat zie ik dan wel weer. Lang hoef ik niet te wachten, want al na een kwartier begint het boarden. Het is een groot vliegtuig, een Boeing 747, dus is de rij lang. Maar ook hier gaat het snel en efficiënt. Ik worstel mij naar mijn plaats en installeer mij voor de bijna negen uur durende vlucht. Ook nu heb ik een raamplaats kunnen bemachtigen.

Als we zijn opgestegen, zie ik dat we over Nederland gaan vliegen. Helaas is het nog altijd bewolkt in heel West-Europa, dus ik zie niets van mijn moederlandje. Via Schotland en Noord-Ierland bereiken we de Atlantische Oceaan. Ik heb mijn koptelefoon met ruisonderdrukking opgezet, zodat ik nauwelijks het behoorlijke lawaai van de motoren hoor. De koptelefoon houdt geen andere geluiden tegen en dat is wel jammer, want een kindje dat eerst heel vrolijk was begint nu hysterisch te krijsen en lijkt niet tot bedaren te brengen. Ik hoop niet dat die herrie de hele vlucht gaat duren, want dan word ik gek.

Als we IJsland naderen wordt de lunch opgediend. Een bakje ravioli in championsaus. Niet echt gezond, maar wel lekker. Net als van Nederland, Engeland en Schotland zie ik niets van IJsland, door het nog altijd voortdurende wolkendek, dat het hele noordelijke halfrond lijkt te bedekken. Heel even zie ik een klein stukje van de kust van IJsland, maar dan is het weer witte brei. Boven de oceaan is af en toe wel het blauwe water met witte schuimkopjes te zien. Ik probeer naar een film te kijken, Free Guy, maar die is nogal flauw en ik val steeds even in slaap. Als ik echt probeer te slapen lukt dat natuurlijk niet.

Als we Groenland naderen zit er heel even een behoorlijk gat in het enorme wolkendek. Dat biedt een schitterend uitzicht op het witte kustgebergte, de fjorden en de ijsgletsjers. Het binnenland is minder spannend. Dat is één gigantische, onherbergzame ijsvlakte. In het westen is weer een gebergte en daar zijn ook wat ijsrivieren te zien. Daarna begint de oversteek over de Straat van Denemarken, die Groenland van Canada scheidt. Van Canada is vanwege de wolken weer niets te zien. Pas als we het merendistrict van de Verenigde Staten hebben bereikt, lost de bewolking op en kan ik nog even van het uitzicht genieten. Als laatste steken we het meer van Michigan over. Aan de andere kant ligt Chicago, waar ik prachtige foto’s van kan maken. Het is nu nog mooi weer in Chicago, maar de voorspellingen voor donderdag en vrijdag zijn helaas niet zo gunstig. Daar staat tegenover dat in het marathonweekend juist weer heel mooi weer wordt verwacht.

Als ik een half uur later eindelijk het vliegtuig kan verlaten, kom ik meteen in een lange rij terecht, waar nauwelijks beweging in zit. Op Schiphol kom je vaak niet weg en hier is het lastig om aan te komen. Na een dik kwartier kom ik in een grote hal terecht, waar Eftelinghekjes zijn neergezet, waarin een eindeloze rij mensen heel langzaam richting de paspoortcontrole kronkelt. Ik ben blij als ik eindelijk aan de beurt ben. Het gaat weer met de gebruikelijke onvriendelijkheid, maar weer ontdooit de grenswacht als ik zeg dat ik voor de marathon naar Chicago ben gekomen. Zonder verder gedoe kan ik doorlopen, op zoek naar het metrostation.

Het metrostation is nog niet zo makkelijk te vinden. Ik moet eerst met een vliegveldmetro naar Terminal 3. Daarvandaan vertrekken de metro’s naar de binnenstad. Bij een kaartautomaat probeer ik een pas voor zeven dagen voor 25 dollar te kopen. Het lijkt makkelijk, maar het apparaat geeft allerlei rare meldingen. Gelukkig is er een vrouw van het vervoersbedrijf in de buurt. Zij raadt dat ik een pas voor zeven dagen nodig heb en drukt snel op een aantal knoppen. Dan plaatst ze de creditcard in de sleuf, negeert ze een aantal foutmeldingen en weet ze een reispas voor mij tevoorschijn te toveren. Die horde is ook weer genomen. Tevreden loop ik naar het ondergrondse metrostation, waar ik op de Blue Line stap.

Het is een lange rit naar het centrum. Bij Clark & Lake moet ik overstappen op de Green Line, maar ik wil eerst nog even de buurt verkennen en kijken of ik misschien een simkaart kan scoren. Dat laatste lukt niet, dus besluit ik eerst maar naar mijn Airbnb te gaan. Na een kwartier rijdt de overvolle Green Line het station binnen. Ook dat wordt een vrij lange rit. Zitplaatsen zijn er helaas niet. Bij Central stap ik uit en loop ik naar de Airbnb, die gelukkig makkelijk te vinden is. Het is een typische buitenwijk met overwegend vrijstaande houten huizen.

Ook de Airbnb zit in zo’n houten huis. Meer een villa eigenlijk. Met de gestuurde code weet ik binnen te komen. Het hele huis blijkt omgebouwd te zijn tot een soort Airbnb-hotel met op elke etage een aantal slaapkamers en gemeenschappelijke ruimtes, zoals een woonkamer en een badkamer. Beneden is een hele grote woonkamer met een open keuken. Het is gezellig en modern ingericht. Niet van dat drukke Amerikaanse gedoe, maar met stijlvolle, voornamelijk grijze en zilverkleurige meubels. Ik tref een mooie slaapkamer aan op de bovenste verdieping, met een comfortabele boxspring waar je makkelijk met zijn tweeën in zou kunnen slapen. Ik ben wel blij dat mijn kamer helemaal boven en achterin is, want het houten huis is redelijk gehorig en dan denk ik dat het op de tweede verdieping nog het rustigst is.

Ik ga eerst wat boodschappen doen. Er zou een supermarkt in de buurt zijn met de naam Deen. Maar als ik daar aankom, blijkt de winkel anders te heten. Ze verkopen nauwelijks wat ik nodig heb, dus zoek ik verder. Bij een winkelstraat zie ik een telefoonwinkel, waar ik voor maar liefst 35 dollar een simkaart van 3GB kan kopen. Heel duur, maar het is niet anders. Roamen kost nog veel meer in de VS.

Bij een Aldi in de buurt haal ik mijn boodschappen, zodat ik een paar dagen voort kan. Het assortiment van de winkel wijkt niet zo heel erg af van de Aldi in Nederland en ik vind er bijna alles wat ik nodig heb. Alleen de pasta die ik zoek is uitverkocht. Die haal ik vrijdag wel, evenals gehakt om pasta Bolognese te kunnen maken. Ik ben blij dat er een bus rijdt, al moet ik daar wel welke keer lang op wachten. Maar anders ga ik weer veel te veel lopen in de aanloop naar de marathon. En ik ben zo slim geweest om vlak voor vertrek nieuwe wandelschoenen te kopen, die zacht aanvoelen, maar wel mijn voeten verruïneren. Als avondeten had ik een nogal dure bak met lasagne gekocht. Ik schep de helft op een bordje en plaats dat in de magnetron. Helaas weet ik niet goed hoe de magnetron werkt, waardoor de helft van de lasagne verbrandt. Na het eten kijk ik nog even de film af, waar ik in het vliegtuig naar aan het kijken was. Maar ik val steeds in slaap. Daarom ga ik maar vroeg naar bed.

Donderdag, 6 oktober 2022

’s Nachts word ik een paar keer wakker van een autoalarm in de straat. Verder is het heel rustig in de buurt. Als ik rond 4 uur weer wakker wordt, kan ik niet meer slapen. Waarschijnlijk door de jetlag. In Nederland is het al 11 uur in de ochtend. Het lukt nog wel een paar keer om in te dommelen, maar uiteindelijk pak ik mijn laptopje maar om wat werk te doen. Dat gaat gewoon door als ik op vakantie ben. Rond 7 uur sta ik op en maak ik beneden een ontbijtje met vanilleyoghurt en cruesli. Ook smeer ik zes boterhammen met honing voor onderweg. Rond half 9 ga ik de deur uit naar het metrostation. Ik wil vanochtend China Town bezoeken. Het is fijn dat de metro's in Chicago boven de grond rijden, zodat er veel te zien valt onderweg.

Wederom lukt het niet om zo min mogelijk te lopen. Dat is wel belangrijk, omdat mijn nieuwe wandelschoenen inmiddels al een blaar op mijn teen hebben veroorzaakt. Vanaf metrostation State & Lake wandel ik via State Street in westelijke richting.

Dit is het theaterdistrict. Verder is de buurt niet veel aan. Na een tijdje ga ik linksaf richting het Millennium Park. Daar is men al druk bezig met de voorbereidingen voor de marathon. Er staan kilometers dranghekken en honderden mobiele wc’s opgesteld. De luidsprekers worden al getest en er is een tentenkamp opgebouwd. Ik bekijk nog een aantal monumenten in het park en loop nog een stukje in zuidelijke richting. Het slechte weer dat voor vandaag voorspeld was, laat zich gelukkig nog niet zien. Het is heerlijk zonnig.

Lopen naar China Town is geen optie. Daarom pak ik weer de metro. Alleen neem ik de verkeerde lijn. De metro rijdt wel langs China Town, maar als we eindelijk stoppen, moet ik ruim een kilometer terugwandelen. Ik begin mijn voeten al aardig te voelen, als ik eindelijk bij China Town aankom. Ik zie een heel leuk gedecoreerd winkelcentrum. Er zijn tal van restaurants – hoe kan het ook anders – en leuke winkeltjes. Hier is het niet zo moeilijk om aan een simkaart te komen, maar ik zie dat de prijzen zelfs nog hoger liggen dan wat ik heb betaald. Behalve het winkelcentrum is er ook nog een drukke winkelstraat in China Town. Aan het begin staat een fraaie Chinese toegangspoort en ook enkele gebouwen zijn in Chinese bouwstijl uitgevoerd. De Chinezen lopen nog bijna allemaal met een mondkapje op en bij veel winkels is het dragen ervan verplicht. Nu was ik niet van plan om iets te kopen, maar wellicht is het handig om voortaan toch een mondkapje mee te nemen.

Na een half uur heb ik het wel gezien en pak ik een metro naar het centrum. Ik wil de luxe winkelstraat Michigan Avenue bekijken, maar daar blijkt bijzonder weinig aan te zijn. Later op de dag kwam ik er achter dat ik aan de overkant van de rivier had moeten zijn. Ik wandel naar de rivier en volg het wandelpad dat er langs loopt. Hier heb je een fantastisch uitzicht op de enorme wolkenkrabbers die langs de rivier zijn gebouwd. Een van de grootste is van Donald Trump. Dat is te zien omdat er met metershoge letters TRUMP op de gevel staat. Even later loop ik langs een aanlegplaats voor rivier- en havencruises. Er wordt gretig gebruik gemaakt van de mogelijkheid om Chicago vanaf het water te bekijken, maar goedkoop is het niet. 42 dollar per persoon. Misschien dat ik dat woensdag doe, de laatste dag.

Rond een uur of drie lijkt het mij wel een goed idee om naar de Marathon Expo te gaan. Het eerste deel loop ik, maar al snel zie ik op de kaart dat het niet opschiet. Het beursgebouw waar de Expo plaatsvindt is zeker drie kilometer ver weg. Dus is het handiger om de metro te pakken. Ik moet er lang op wachten, maar het scheelt een enorm eind lopen. Vanaf het metrostation is het ook nog een flinke wandeling. Er staat ook nergens aangegeven waar McCornick Place is. Ik loop maar in de richting van waaruit ik mensen met marathontasjes zie lopen. En dat blijkt goed te werken, want na een kwartier zie ik het gebouw. Ook daarop staat niets aangegeven, maar ik ga toch maar naar binnen. In één van de hallen van het beursgebouw vindt de Marathon Expo plaats.

Het is weer het gebruikelijke circus. Nadat ik mijn startnummer heb opgehaald, moet ik achterin de hal mijn t-shirt ophalen. Zo krijgt men het voor elkaar dat toch iedereen langs de kraampjes met sportspullen loopt. Er staan aanbieders van kleding, van sportvoeding, van andere marathons en van medische behandelingen. Ook staan er veel goede doelen. Sommige lopers kunnen meedoen omdat ze een groot geldbedrag voor zo’n goed doel hebben ingezameld. Op een aantal plaatsen kan je op de foto met een mooie achtergrond.

Als ik na zo’n anderhalf uur weer naar buiten loop is het flink gaan regenen. Ik hol naar de bushalte tegenover het gebouw, waar net een bus staat. Ik kan nog net mee. Tergend traag probeert de bus zich door het zeer drukke verkeer te worstelen. Omdat ik blij ben dat ik even kan zitten, rijd ik mee tot aan het eindpunt. Daar kan ik helaas niet op de metro overstappen. Dus loop ik een eindje terug om even later met dezelfde lijn 3 weer terug te gaan naar de binnenstad. Nu loopt de bus helemaal vast in het verkeer. Na bijna een uur komen we in de buurt van metrostation Rooseveld en stap ik uit om met de metro terug naar de Airbnb te rijden. Het is intussen al helemaal donker geworden, maar het is wel opgehouden te regenen. De weersvoorspelling klopte achteraf dus exact. In de Airbnb zet ik de rest van de lasagne op en weet ik nog net op tijd een nieuwsbericht te publiceren, zodat het meekan in de nieuwsbrief. De deadline is altijd 3 uur ’s nachts, ofwel als het in Chicago 8 uur ’s avonds is. Ik werk nog even mijn verslag bij en ga dan redelijk vroeg slapen.

Vrijdag, 7 oktober 2022

Weer word ik rond 3 uur wakker. Waarschijnlijk toch de jetlag. Ik had daar in het verleden nooit last van, maar ouderdom komt met gebreken. Ook voel ik mij niet optimaal. Ik heb wat pijn in mijn buik en voel mij een beetje koortsig. Als ik even opsta is het vervelende gevoel echter snel verdwenen. Ik doe wat werkzaamheden en probeer dan nog een uurtje of twee te slapen. Helaas lukt dat niet, waardoor ik zo rond 7 uur maar opsta. Na mijn ontbijt ga ik naar de Aldi om nog wat boodschappen te doen. Ik heb geluk, want op zowel de heenweg als de terugweg hoef ik niet of nauwelijks op de bus te wachten. Het is al een uur of 11 als ik eindelijk richting de stad ga. Het zonnetje van vanochtend is inmiddels verdwenen en er is een koude wind gaan waaien. Volgens internet wordt het vandaag niet warmer dan 9 graden en dat is te merken. Eigenlijk had ik wel een jas mogen aantrekken, maar ik heb geen zin om terug te lopen. In plaats van met de metro ga ik nu eens met de bus naar het centrum. Dat kan ook, al ben je natuurlijk veel langer onderweg.

Het busritje met lijn 20 is niet voor herhaling vatbaar. Het schiet totaal niet op en er is onderweg niets interessants te zien. Als ik uitstap is het veel harder gaan regenen. Ik trek een sprintje naar de overkant van de straat, waar ik op bus 2 wil overstappen. Die gaat naar het Science and Industry Museum, dat ik vandaag wil bezoeken. Eerst komt bus 6 en als die ook naar Hyde Park blijkt te gaan, stap ik daar in. Je weet tenslotte niet hoelang de 2 nog kan wegblijven.

De bus is behoorlijk druk en door de beslagen ramen is het niet mogelijk om naar buiten te kijken. Als ik denk dat we vlak bij het museum zijn stap ik uit. Ik sprint meteen naar de overkant, naar een bushokje, om niet kletsnat te worden. De regen valt nog steeds met bakken uit de lucht. Op Google Maps zie ik dat ik nog een paar haltes in de bus had moeten blijven zitten. Dat had ik beter kunnen bekijken toen ik er nog in zat. Ik wacht op de volgende 6 en rijd dan mee tot de goede halte. Als we daar aankomen is het ineens opgehouden met regenen. Daar ben ik blij om, want het is nog een aardig eindje lopen naar het gigantische museum.

Als ik binnenkom, zie ik meteen een prachtige, klassieke expresstrein staan. Die ga ik eerst maar eens goed bekijken. Merkwaardig is dat bijna de helft voor goederen- en postvervoer bestemd is. De achterste twee wagons zijn voor reizigers en helemaal achterin is een soort vergaderzaal ingericht met uitzicht op de spoorbaan.

Waarschijnlijk had de trein in het echt veel meer passagierswagons, maar konden die vanwege de beperkte ruimte niet tentoongesteld worden.

Om de rest van het museum te kunnen zien moet ik een kaartje kopen. Dat kost 21,95 dollar. Niet echt goedkoop, maar het is wel een heel groot museum, waar je je makkelijk een hele dag kan vermaken. Helaas ben ik er kwart over 1 pas. Er zijn ook enkele bijzondere attracties, zoals een soort Omniversum-bioscoop en een tentoonstelling van Legobeelden. Voor dat soort zaken moet je nog een extra kaartje kopen. Dat doe ik niet, omdat ik waarschijnlijk al tijd tekort kom voor de gewone collectie.

Ik begin natuurlijk bij de historie van de spoorwegen. Er is een gigantische modelspoorbaan te zien, waarop talloze treinen rijden. In de hal staan ook twee stoomlocomotieven. Een replica van de Rocket van Stephenson en een wat modernere, Amerikaanse stoomlocomotief. Verder staat er een klein trammetje, waarbij je als reiziger wel een dak boven je hoofd hebt, maar waarin je feitelijk in de openlucht zit.

Ook interessant vind ik de ruimtevaarttentoonstelling. Er worden films vertoond, er zijn schaalmodellen te zien, maar ook originele spullen die in de ruimte zijn geweest.

Heel bijzonder is een stukje maansteen in een vitrine. In weer een andere zaal worden allerlei natuurverschijnselen gedemonstreerd. Er zijn bijzondere fietsen en bijzondere auto’s te zien, waaronder een elektrische auto uit 1923.

Ook is er een elfenkasteel te zien, dat prachtig is ingericht. Het ontgaat mij wat de link is met wetenschap en industrie. Dat laatste is wel het geval bij een tentoonstelling over landbouw en veeteelt. Getoond wordt welke high tech boeren tegenwoordig gebruiken. Maar vooral kinderen leren ook hoe het traditionele boerenbedrijf werkt.

Een van de hoogtepunten van het museum is een enorme onderzeeër, die in de Tweede Oorlog is buitgemaakt op de Duitsers. De U555 stond voorheen naast het museum, maar voor het behoud heeft men er een enorme hal omheen gebouwd. Ik ben niet echt geïnteresseerd in onderzeeërs, maar deze wil ik toch wel even bekijken. Helaas ben ik te laat voor een rondleiding door het interieur. In de hal zijn ook tal van wetenswaardigheden over de oorlog te vinden en natuurlijk vooral over de oorlog op zee.

Jammer genoeg word ik al om 4 uur verzocht om de uitgang op te zoeken. Het museum gaat sluiten. Ik had verwacht dat het tot minstens 5 uur open zou blijven, dus dat valt tegen. Ik heb nog lang niet alles gezien. Aan de andere kant word ik ook wel erg moe van het geslenter. En mijn tenen doen pijn van mijn nieuwe schoenen.

Buiten blijkt het mooi weer geworden te zijn, maar het is nog wel erg koud in vergelijking met de afgelopen dagen. Bus 6 komt er al aan, maar het is extreem druk, omdat iedereen zo’n beetje tegelijk het museum heeft verlaten en terug wil naar de binnenstad. Dat wordt dus staan. En lang ook, want de vrijdagmiddag spits is inmiddels begonnen, waardoor het verkeer weer muurvast staat. Onderweg rijden we langs het finishgebied van de marathon. De finishboog staat er al.

Ik stap uit bij de rivier en wandel de mooie Michigan Avenue in. Af en toe duik ik even een winkel in om een beetje op te warmen. Een ander probleem is dat ik veel te weinig gedronken heb vandaag. Bij een 7/11 winkeltje wil ik een flesje drank kopen, maar een halve liter bronwater kost er al drie dollar. Zo dorstig ben ik nu ook weer niet. Andere winkels zijn er niet, waar je drank kan kopen. Er is een Aldi, maar die is vrij ver weg. Als ik denk dat ik er met een bus naar toe kan, kom ik in een heel ander deel van de stad terecht. Met dezelfde lijn keer ik terug naar het centrum. Onderweg zie ik een prachtige wolkenlucht boven het Michiganmeer. De toppen worden nog verlicht door de net ondergegane zon en gloeien schitterend op tegen de donkere achtergrond.

Als de bus weer vastloopt in het verkeer, stap ik uit en ga ik lopend verder. Dat gaat sneller. Bij de rivier maak ik een groot aantal foto’s van de fraai verlichte gebouwen. Ik loop haastig de wandelpromenade langs de rivier af om nog meer foto’s te maken. De promenade eindigt in de buurt van een metrostation, waar ik op de metro naar huis stap. Rond 8 uur ben ik weer terug in de Airbnb, waar ik een heerlijke pastamaaltijd bereid. Rond een uur of 10 ga ik naar bed. Morgen moet ik vroeg op, want ik moet om 7 uur in de binnenstad zijn voor de 5 kilometerloop. Als ik dat geweten had, had ik mij er niet voor opgegeven. Nu ga ik maar proberen om er ondanks het vroege uur en de kou van te genieten.

Zaterdag, 8 oktober 2022

Vandaag staat de 5K run op het programma. Gelukkig geen 5 mijl, maar 5 kilometer. Helaas begint die al vroeg, waardoor ik mijn wekker op kwart over 5 heb moeten zetten. Zoals gewoonlijk was ik al wakker, maar toch valt het niet mee om zo vroeg op te staan. Ik eet snel wat yoghurt met cruesli en ga dan op pad om de metro van 5 over 6 te kunnen halen. Het zou een koude dag worden vandaag, dus heb ik maar mijn gewone kleding aangedaan. Ook zet ik een mooie ijsmuts op, die ik van de organisatie bij de inschrijving heb gekregen. Ik had ook nog op mijn gewone schoenen willen gaan lopen, maar vanwege de pijn die deze veroorzaken heb ik toch maar mijn superschoenen voor de marathon aangetrokken. Buiten is het helder. De zon is nog niet op.

Ik ben op tijd op het station, maar de metro van 5 over 6 komt niet opdagen. Op een display lees ik dat er in de binnenstad een seinstoring is en dat er daarom vertragingen zijn. Daar schiet ik aardig van in de stress. Ik wil zeker niet dat dit morgen gaat gebeuren. De volgende metro zou om 10 voor half 7 komen, maar ook die valt uit. Ik ren naar de halte van bus 20, die ook naar het centrum rijdt. Die halte is een paar blokken van het metrostation. Daar aangekomen zie ik een display met de tekst ‘no arrivals available’. Dat is Engels voor ‘zoek het maar lekker uit’. Ik wacht nog even op de officiële tijd dat er een bus moet komen, maar al wat ik zie is een lege straat. Ik ren weer terug naar het metrostation. De metro is mijn enige hoop om nog voor half 8 in het centrum te komen. Ditmaal heb ik geluk. Er staat een metro aangekondigd en zo rond 5 over half 7 komt die ook. Als we een beetje normaal doorrijden, kom ik nog op tijd. Het is natuurlijk geen ramp als ik de 5K mis, maar leuk is het ook niet. En ik heb er wel 35 dollar voor betaald.

De rit verloopt voorspoedig en om 10 over 7 ben ik in de stad. Vanaf het station is het nog een halve kilometer lopen naar de stad. De straten zijn intussen gevuld met andere lopers. Ik hoef hen maar te volgen om bij de start uit te komen. Sommige mensen lopen in korte broek en t-shirt. Dat lijkt mij niet zo verstandig met een temperatuur van 4°C en een gevoelstemperatuur van 1°C. Zelfs met mijn sweater, lange broek en regencape aan vind ik het nog behoorlijk fris.

Ik ben blij dat het startvak in de zon ligt, die intussen opgekomen is. Op de startnummers staat de nationaliteit van de lopers. Ze komen echt overal vandaan, maar ik kan zo gauw geen Nederlanders ontdekken. Wel Duitsers, Engelsen, Brazilianen en zelfs Zuid-Afrikanen. Ook Japanners lopen mee, evenals Polen en mensen uit landen waarvan de vlag en afkorting mij niet bekend voorkomen.

Om half 8 gaat de eerste groep van start. Ik zit in de tweede groep en start 10 minuten later. Ik doe het rustig aan, want ik wil mijn krachten sparen voor morgen en ik wil niet teveel transpireren. Het is geen wedstrijd. Het gaat om de lol.

De route is mooi. We gaan via een straat met heel hoge gebouwen naar de rivier, die wij een tijdje volgen. Ook hier zijn we omringt door indrukwekkende hoge gebouwen. Na een half uur bereik ik de finish en krijg ik een medaille, een fles water, een fles hersteldrank en wat te eten. Het is goed verzorgd allemaal.

Vanwege de kou zoek ik snel de metro weer op, maar die rijdt net voor mijn neus weg. Dat is vervelend, want de volgende laat 16 minuten op zich wachten. Eenmaal thuis neem ik een heerlijke douche en geniet ik van een tweede ontbijtje. Ditmaal met twee eieren. Ik maak wat brood klaar voor onderweg en ga dan de deur uit met het voornemen om mij vandaag niet moe te maken.

Ik pak de metro voor de verandering eens richting Harlem om daar vandaan helemaal naar het andere eindpunt te rijden. Het is een voordelige vorm van sight seeing en in ieder geval niet vermoeiend. Wel irritant soms. Vooral als een oude man met een ghettoblaster de hele metro wil laten meegenieten van wat hij muziek noemt. Hij krijgt met diverse passagiers ruzie, maar trekt zich er niets van aan. Ik ben blij als hij uitstapt. Ik had geen zin om naar een andere wagon te lopen, want ik had net een ideale zitplaats, waarbij je naar buiten kan kijken, in plaats van naar passagiers tegenover je, waarbij je met je rug naar het raam zit.

In de binnenstad stap ik uit en wandel ik naar het start- en finishgebied. Helaas blijkt dat hermetisch afgesloten te zijn. Ik zal tot morgen moeten wachten om die plekken te bekijken. Dan maar verder met de metro. Ditmaal met de Brown Line. Ik ga niet door naar het eindpunt, want dan kom ik te laat thuis. Na een tijdje ga ik terug naar de binnenstad, ofwel The Loop, en stap ik over op de Green Line die er gelukkig net aankomt. Bij Central moet ik lang op bus 85 wachten, waarmee ik naar de Aldi wil om nog wat boodschappen te halen. Terug gaat het voorspoediger. Ik maak een grote pan pasta en werk die snel naar binnen in de hoop dat ik nog voor 8 uur mijn bed in kan duiken. Morgenochtend gaat om 5 uur de wekker en wil ik om 10 voor 6 de metro pakken. Hopelijk rijdt hij dan gewoon.

Zondag, 9 mei 2022

Vandaag is de grote dag. Gelukkig heb ik goed geslapen. Niet tot de wekker ging, omdat een of andere aso het nodig vond om half 4 toeterend door de straat te rijden, maar toch ruim 6 uur. Nog even doorslapen lukt zoals gewoonlijk niet, zodat ik maar zo ontspannen mogelijk blijf liggen. Kwart voor 5 gaat de wekker en sta ik meteen op. De voorbereidingen voor een marathon duren altijd best lang. Eerst even douchen, dan de kwetsbare plekken van mijn voeten intapen, mijn teensokken en compressiekousen aantrekken en dan de rest van mijn kleren. Ik had alles klaar gelegd, zodat ik geen tijd verlies met zoeken. Snel werk ik nog een schaaltje yoghurt met honing naar binnen en smeer ik zes boterhammen met honing. Met nog twee bananen en een flesje cola vind ik mijn ontbijt wel compleet.

De metro van 10 voor 6 rijdt vandaag gelukkig keurig op tijd. Rond half 7 ben ik in de binnenstad en loop ik samen met honderden andere atleten naar het startgebied. Het is nog donker en met slechts 4°C behoorlijk fris. Voor de verandering staat er eens weinig wind.

De enorme drukte die voorspeld was valt best mee. Ik denk dat ik ook wel een uurtje later had kunnen komen. Vooral omdat ik geen tas hoef af te geven. Ik zoek een plekje achter een tent op waar ik zittend op een betonblok de zonsopkomst boven het meer van Michigan kan afwachten. Zo moet ik mij een uur zien te vermaken. Als de zon opkomt voel ik helaas nog weinig van de warmte. Het is echt rillen. Rond half 8 ga ik naar het startgebied, waar ik in vak F moet wachten tot we mogen beginnen. In het startvak is het door alle mensen gelukkig iets warmer. Ik doe wat oefeningen om mijn spieren en de rest van mijn lichaam op te warmen.

Precies om 8 uur mag Wave 2, waar ik in zit, vertrekken. Dat is toch altijd weer een heel bijzonder moment. Het begin van een lange en zware reis. Nu zit ik nog vol energie, maar het zal geleidelijk steeds zwaarder gaan worden. Ik kijk naar de mensen om mij heen die voor dezelfde uitdaging staan.

We gaan meteen een soort tunnel in die onder de enorme kantoorgebouwen doorloopt. Via een brug kruisen we de rivier en dan gaat het linksaf over Grand Avenue. Voor mij zie ik de enorme gebouwen van downtown Chicago. Het is een indrukwekkend gezicht en ik besef weer hoe bijzonder het is dat ik dit mag meemaken. De afgelopen dagen heb ik gefilosofeerd over wat er allemaal fout had kunnen gaan. De coronapandemie had weer flink kunnen opsteken, waardoor Amerika de grenzen weer dicht zou gooien. Ik had zelf ziek kunnen worden. Mijn vlucht en Airbnb hadden geannuleerd kunnen worden. Ik had nog last van mijn blessures en vooral mijn kuiten kunnen hebben. Ik had mij kunnen verslapen. De metro had niet kunnen rijden en ga zo maar door. Maar dat is allemaal niet gebeurt en nu loop ik door de kaarsrechte straten van ‘Windy City’ mijn 24ste marathon en vierde Abbott World Marathon Major.

En het loopt heerlijk. Op mijn superschoenen lijk ik wel boven het asfalt te zweven. We slaan linksaf richting State Avenue, waar het Chicago Theater is met in gigantische letters het woord Chicago aan de gevel. Dat wil ik op de achtergrond van een foto hebben. Makkelijker gezegd dan gedaan, want je bent afhankelijk van het fotografeertalent van het publiek. Ik kijk of ik iemand met een grote camera zie die er niet uitziet alsof hij harder kan lopen dan ik, maar dat lukt niet. De eerste toeschouwer bakt er niets van, dus vraag ik het iemand anders. Dat is ook geen meesterfotograaf, maar in ieder geval sta ik en het theater er helemaal op. Daar is met Photoshop nog wel iets van te maken.

We gaan een beetje zigzag door het centrum. Van Jackson Boulevard komen in LaSalle Street terecht en dan begint de lange weg naar het noordelijkste puntje van de route bij Sheridan Road. Het tempo gaat nog altijd prima en ik voel nog geen pijn. Alleen heb ik in het begin een beetje het gevoel alsof mijn rechter sok in een propje onder mijn voetzool zit. En later krijg ik last van mijn wreef, doordat het lipje van mijn schoen niet geheel aansluit. Ik let erop dat ik elke keer mijn voeten goed afrol en dat ik mijn armen stevig heen en weer blijf bewegen om de doorbloeding optimaal te houden.

Om de mijl is er een verzorgingspost met energiedrank en water. Dat is erg goed geregeld. Er zijn gigantisch veel vrijwilligers opgetrommeld, zodat je nergens echt hoeft te wachten. In de zijstraten staan enorme sneeuwruimers en politieagenten om te voorkomen dat auto’s het parcours oprijden. Via Broad Way, Clark Street, Sedgewick Street en Wells Street komen we weer terug in downtown met zijn gigantische torenflats. We lopen het stukje langs de rivier waar ik gisteren ook de 5K heb gelopen en gaan dan een heel eind in westelijke richting. Aan het einde is Damen Street waar het 25 kilometerbord aangeeft dat het nu echt zwaar gaat worden. Ik voel mij nog heel fit, maar ik weet uit ervaring dat de laatste 10 kilometers zwaarder zijn dan de eerste 32.

Dit gedeelte gaat door een veel minder mooi gedeelte van de stad, maar het dolenthousiaste publiek maakt veel goed. Veel mensen dragen borden met grappige teksten. Na kilometer 35 wordt het echt afzien. Er begint van alles pijn te doen, zodat ik mijn tempo iets laat dalen. Dit is wel het punt waarbij je zeker kan zijn dat je het gaat halen. Zelfs als ik verder zou moeten wandelen, zou ik nog een heel redelijke tijd scoren. Dan kom ik eindelijk weer op Michigan Avenue. Eerst gaat het nog een tijdje in zuidelijke richting en dan beginnen de laatste drie kilometers naar de finish. Dit geeft een geweldig gevoel. Na alle stress van de voorbereiding kan ik over een dik kwartier de medaille in ontvangst nemen, uitrusten en weer alles eten. Na de laatste kilometer voor de finish staat per zoveel honderd meter aangegeven hoe ver het nog is. Ik voel de tranen opkomen en krijg een zwaar gevoel in mijn hoofd. Dit maakt veel emoties los. Ook bij andere mensen. Zelfs al ben je de zoveel duizendste die over de finish gaat, je voelt je toch een held en een winnaar. Het publiek gilt om ons aan te moedigen en om de honderd meter klinkt oorverdovende muziek. En dan begint bij Roosevelt Road de laatste hindernis. De klim over een viaduct over de spoorweg. Maar eenmaal boven gaat het alleen nog bergafwaarts. Ik sla linksaf Columbus Drive in en zie de finish.

Nog even inspannen en dan is het voorbij. Moe, maar vooral voldaan loop ik onder de finishpoort door. Foto’s maken is helaas wat lastig, omdat de zon op de minst gunstige positie staat. Maar iemand is bereid even zijn best te doen, terwijl anderen mij sommeren om door te lopen. De foto is gezien de moeilijke omstandigheden best nog redelijk.

Rustig slenter ik verder. Er worden water, energiedrank, bananen, appels, allerlei reepjes en bier uitgedeeld. Gelukkig hebben ze ook tasjes, zodat ik een deel van de buit mee naar huis kan nemen. Ik laat mij de medaille omhangen en vraag andere lopers wat foto’s van mij te maken.

Als laatste kijk ik nog even bij het 27ste mijl-feest, maar daar is niet zo heel veel aan. Niet als je alleen bent tenminste. Veel mensen zijn in het gras gaan liggen om van de zon te genieten, maar ik blijf liever wandelen. Dat is beter voor de spieren.

Na een tijdje heb ik het wel gezien en zoek ik de metro op. In de Airbnb lekker douchen en dan mijn verslag bijwerken, nu het avontuur nog vers in mijn geheugen zit. Ik kijk ook of de uitslag al bekend is en zie dat ze snel zijn in Chicago. Ik ben gefinisht in 3:52:59, waar ik zeker niet ontevreden over ben. Het is geen PR, maar dat was ook niet mijn ambitie. Ik wilde vooral genieten van deze ervaring en dat lukt niet als je je uit de naad loopt. Ik ben op de 12406de plaats geëindigd van de 37112 deelnemers die de finish hebben gehaald en ik ben 161ste geworden binnen mijn leeftijdscategorie.

Tot half 5 blijf ik een beetje uitrusten op de kamer. Dan ga ik weer op pad. Met de Green Line rijd ik naar het centrum met mijn medaille nog om mijn nek. Als ik zie dat iedereen er trots mee loopt te pronken op straat, haal ik hem ook tevoorschijn. Dat levert al snel wat felicitaties op van wildvreemde voorbijgangers.

Ik kijk of uit eten een optie is, maar de restaurants doen erg geheimzinnig over wat ze te bieden hebben en al helemaal over wat het kost. Bij een van de restaurants zie ik dat voor een gewoon biertje al 8 dollar wordt gevraagd. Ik denk dus niet dat je voor minder dan 50 dollar iets kan vinden. Bij sommige restaurants moet je een QR-code scannen voor het menu, maar dan krijg je een menu zonder prijzen. Omdat het ook nog eens niet gezellig is om alleen te dineren in een restaurant, besluit ik bij een Aldi in de buurt wat eten te halen. Het duurt helaas erg lang voordat ik daarna weer in de Airbnb ben, maar dan kan ik meteen naar de laatste aflevering van een tv-serie over de Bijlmerramp kijken. Op het laatst lukt het nauwelijks nog om wakker te blijven, zodat ik rond half 11 mijn bed in duik.

Maandag, 10 oktober 2022

Vandaag is ‘the day after’ en dat merk ik als ik opsta. Ik moet alles even losschudden voordat ik weer een beetje kan lopen. Rustig aan dus maar. Vandaag staat het Field Museum op het programma. Dat is een natuurhistorisch museum, maar tegelijk ook een oudheidkundig- en een volkerenmuseum. Dat zijn dus drie Leidse musea in één. Ik ga vroeg de deur uit, maar kom toch pas rond 10u aan in het museum. Eerst valt de metro uit. Vervolgens komt een aansluitende bus niet opdagen. Dan maar weer met een andere metro en een stukje wandelen. Ik kom langs de kruising waar ik gisteren de laatste kilometer van de marathon heb gelopen. De wegen zijn weer vrij, maar er staan nog talloze dranghekken en mobiele toiletten. Het is prachtig weer vandaag. Er is geen wolkje te zien, de temperatuur is perfect en er staat nauwelijks wind. Eigenlijk geen weer om naar een museum te gaan. Maar ik ga nu mijn plannen niet meer veranderen.

Voor 27 dollar schaf ik een kaartje aan en dan begin ik aan de lange wandeling door het enorme gebouw. Als eerste bezoek ik een tentoonstelling over het oude Egypte. Er zijn onder andere sarcofagen te zien. Er is ook een Egyptisch tempeltje nagebouwd. Verder worden allerlei sieraden en andere opgegraven spulletjes getoond.

Van de Egyptenaren kom ik op de afdeling insecten terecht. Er zijn wat mooie opgezette vlinders te zien, maar verder kan het mij niet echt boeien. Ik kom in het centrale atrium terecht, waar een geweldig kabaal wordt gemaakt. Het moet folkloristische muziek voorstellen, maar ik vind het niet om aan te horen. Ik vlucht snel een afdeling in waar opgezette dieren zijn te zien. De meest uiteenlopende dieren worden tentoongesteld, tot een gigantische bruine beer aan toe. Er zijn zalen met Amerikaanse dieren, Afrikaanse dieren en zelfs Australische dieren. Ook zijn er pinguïns en tal van andere vogels te zien.

Zoals gewoonlijk zijn er een paar attracties waarvoor je extra kaartjes moet kopen, zoals een 3D-theater en een tentoonstelling over China. Dat laat ik maar zitten, want ik heb niet eens genoeg tijd voor de rest. Ik bekijk een expositie over indianen. Het is erg interessant. Behalve dat de geschiedenis wordt verteld, wordt ook ingegaan op het heden van deze onderdrukte bevolkingsgroep en wordt ervoor gepleit hun oude cultuur in stand te houden. Dat laatste wordt steeds moeilijker, omdat Amerika er alles aan doet om de indianen te integreren in de rest van de bevolking.

Als laatste bezoek ik de afdeling over dinosauriërs. Dat is het hoogtepunt van het museum. Er is onder andere tyrannosaurus Sue te zien. Ook enkele andere gigantische geraamtes worden getoond. Ik vraag mij af hoe authentiek de botten zijn. Het ziet er wel erg perfect uit. Rond een uur of 3 of ik nog lang niet alles gezien, maar ik wil ook nog van het mooie weer genieten.

Ik pak de metro en een bus naar de universiteit van Chicago. Als ik daar aankom ben ik eerst teleurgesteld. Ik zie alleen moderne gebouwen, terwijl ik een soort Cambridge had verwacht. De oude gebouwen blijken echter iets verder te staan. Door de grote bomen is er niet al te veel van te zien, maar het lukt toch wel om een aantal aardige foto’s te maken. De campus van Boston was eigenlijk mooier, maar het was toch wel even de moeite waard om hier naar toe te gaan.

Met bus 2 rijd ik terug naar de binnenstad. Ik wil nog even door het Millenniumpark wandelen, maar dat is nog steeds afgesloten. Dan maar meteen het volgende plan, een bezoek aan het John Hancock-gebouw dat een panoramadek heeft, vanwaar je vanaf 314 meter hoogte Chicago kan bewonderen. Het duurt weer even voordat ik er ben, maar het is in ieder geval nog op tijd om de avond te zien invallen.

Ik ben blij dat er geen lange rij staat en dat er nog kaartjes te koop zijn. Enkele kaartjes, want veel attracties zijn uitverkocht. Na tien minuten in de rij gestaan te hebben, brengt een lift mij in 45 seconden naar boven. Het gaat zo snel, dat ik moet slikken om de druk uit mijn oren te krijgen. Boven is het een drukte van belang. Het is jammer dat je alleen van achter glas naar buiten kan kijken. Dat maakt het fotograferen lastig. Vooral doordat er licht op het glas wordt gereflecteerd. Ik bind mijn zwarte sweater min of meer rond de lens om die reflecties tegen te houden.

Het observatiedek is heel groot en er zijn rondom ramen. Maar toch is het dringen om bij een raam te komen. Iedereen wil op de foto met de stad op de achtergrond. En dat duurt lang. Gelukkig ben ik vrij lang en kan ik boven kleinere mensen foto’s maken van het fascinerende uitzicht. Al snel wordt het donker. Ik blijf totdat het helemaal donker is geworden en sluit mij dan aan bij de lange rij voor de lift naar beneden.

Er is verder niet veel te doen voor een man alleen in de stad, dus pak ik een bus naar het metrostation. Ik merk dat mijn telefoon al een tijdje geen internetontvangst meer heeft. Ik probeer van alles, maar zonder resultaat. Dan helpt alleen herstarten nog. Dat doe ik, maar als ik de telefoon aanzet, weigert die de toegangscode. Dat wordt een probleem vrees ik. Ik probeer de code van de Amerikaanse simkaart, maar ook die wordt geweigerd. Ik durf niet nog een poging te wagen, want dan wordt mijn hele telefoon geblokkeerd en ik weet niet of ik de pukcode nog heb.

Met een rothumeur wacht ik op de metro, die pas over 14 minuten komt. En dan is het nog te hopen dat hij niet uitvalt. Een vervelende vent komt naast mij zitten op het bankje en begint vies ruikend fast food te eten. Hij probeert een praatje aan te knopen, maar daar heb ik nu helemaal geen zin in. Ook in de metro word ik weer met een paar verwarde personen geconfronteerd. Meer regel dan uitzondering overigens. Twee mannen met afgezakte broek komen joelend binnen. Een gaat iets smerigs zitten eten. De ander gaat in het hokje naast de bestuurderscabine met drugs zitten rotzooien. Eerder op de dag was het ook al raak met een vrouw die ongegeneerd een sigaartje ging zitten roken, waardoor de halve metro moest hoesten. Ik ben blij als we eindelijk bij Central zijn. Nog even naar de Airbnb lopen en dan proberen mijn telefoon weer in orde te krijgen. Dat lukt uiteindelijk. Er is een nieuwe gast gekomen, die beneden aan de tafel blijft zitten. Hij is wel aardig, maar ik heb niet zoveel zin in gezelschap. Ik heb nog werk te doen en dit verslag wil ik ook nog vanavond afhebben. Ik maak weer een pannetje pasta, bij gebrek aan culinaire fantasie en neem mij voor om morgen wat te gaan eten in Chinatown. Het is al weer 11 uur geweest, als ik eindelijk mijn bed in stap.

Dinsdag, 11 oktober 2022

Voor het eerst heb ik een goede nachtrust. Helaas komt daar om half 7 een einde aan als mijn telefoon gaat. Een onbekend nummer. Ik ben boos op mijzelf dat ik vergeten ben het apparaat gisterenavond op de vliegtuigstand te zetten. Om 7 uur word ik alweer gebeld. Ditmaal door een 06-nummer. Het blijkt iemand te zijn die een verkeerd nummer had gedraaid. Vanavond gaat de telefoon op de vliegtuigstand. Dat ga ik echt niet vergeten.

Slapen lukt niet meer. Bovendien wil ik niet te laat opstaan, want vanmiddag gaat het regenen. Dus wil ik nog zoveel mogelijk ’s morgens bekijken. De nieuwe huurder is alweer op. Die is altijd op en hangt continu rond in de grote woonkamer op de benedenverdieping. Hoewel hij heel vriendelijk is, irriteert hij mij wel. Hij biedt steeds allerlei eigen maaksels aan, die ik niet durf te eten of te drinken en ik heb niet langer het rijk alleen beneden. De huurder, Barry heet hij, zegt door zijn ouders op straat gezet te zijn, nadat deze hadden ontdekt dat hij homo is. Zo gaat dat dus nog in bepaalde kringen in Amerika. Hij wil zijn hele verhaal kwijt, terwijl ik zit te ontbijten, maar ik heb geen zin om de psycholoog uit te hangen. Dat kan ik ook niet. Bovendien heb ik werk te doen. Dat gaat gewoon door als ik op vakantie ben.

Zo snel mogelijk ga ik de deur uit om zolang mogelijk van het mooie weer te kunnen genieten. Eerst ga ik naar de Chicago River voor een boottocht. Die had ik eigenlijk ’s middags willen maken, omdat de zon dan op de skyline schijnt, maar in de regen is er niet veel aan om op het dak van een rondvaartboot te zitten.

Ik koop een kaartje van maar liefst 42 dollar en loop naar de boot aan kade 4. Het is een mooie boot en er zitten maar zo’n 15 andere passagiers op het bovendek. Dat is prettig, want doorgaans zijn deze boten tot de laatste plaats gevuld. Ik zie verschillende boten varen, waar ik minder graag op gezeten had. Het enige nadeel zijn de dieselwalmen uit de korte schoorsteen. Een hoge schoorsteen was niet mogelijk, want dan past de boot niet meer onder de lage bruggen door. De gids stelt zich voor als Terry en begint vervolgens aan een stuk door te ratelen. Hij heeft zich voorgenomen om ons de hele geschiedenis van Chicago te gaan vertellen en het ziet er naar uit dat hem dat wel gaat lukken in die anderhalf uur.

Als de boot eenmaal vaart, is de dieselwalm niet meer te ruiken gelukkig. Terry vraagt of iemand weet hoe de rivier heet, waarop wij varen. Niemand lijkt het te weten, dus roep ik maar Chicago River. Dat is goed. De mensen weten ook op enkele na niet hoe het meer heet, waar we naar toe varen. Niet te geloven. Alleen een stel uit Chicago weet het goede antwoord te geven. Terry vraagt waar iedereen zoal vandaan komt. Er blijken nog andere Nederlanders aan boord te zijn. Een man en een vrouw. Zoals gewoonlijk ben ik de enige alleenreizende.

Via een sluis varen we het meer op. Nu zie ik dat de ochtend juist perfect is voor deze boottocht. Ik denk steeds dat het meer ten westen van Chicago ligt, maar het ligt juist ten oosten van de stad. Ik had het kunnen weten, want ik zag zondag nog de zon opkomen boven het Michiganmeer. We varen heen en weer om de skyline vanuit verschillende hoeken te kunnen bewonderen. Intussen ratelt Terry rustig door. Hij vertelt over de enorme brand die in 1871 twee derde van Chicago in de as heeft gelegd. Ook interessant is een wet die het verbiedt om langs de kust te bouwen. Dit tot groot verdriet van projectontwikkelaars. Soms wordt er creatief omgegaan met de wet. Zo is een hoge torenflat net langs, maar voor de kust gebouwd. En in het Millenniumpark wilde men een theater, wat dus niet mocht, dus bedacht de ontwikkelaar iets heel slims. Kunstwerken mogen wel in het park worden geplaatst, dus ontwierp hij een kunstwerk dat als theater dienst kan doen.

Na de boottocht wandel ik naar de Navi Pier. Dat is een wandelboulevard die een aardig eind het meer inloopt. Er zijn al heel veel Halloween-objecten geplaatst. Veel mensen willen maar wat graag met zo’n nepgeraamte op de foto.

Voor maar liefst 4,40 dollar bestel ik bij McDonalds een medium chocolademilkshake. Nadat ik voldoende ben uitgewaaid, wandel ik terug waar ik aan het begin van de pier een bus pak, die mij naar de Blue Line brengt. Met die metro rijd ik naar Wicker Park. Dat moet een trendy buurtje zijn met veel winkels en restaurantjes. Maar als ik aankom, blijkt er weinig aan te zijn. Het begint nog te regenen ook.

Ik wandel nog een eindje verder in de hoop leukere straten te vinden, maar dat lukt niet. Wat teleurgesteld pak ik de metro terug naar het centrum. Daar aangekomen is het al behoorlijk had gaan regenen. Langs de gevels van de gebouwen loop ik snel naar het Cultural Center van Chicago. Dat is vooral van binnen een prachtig gebouw. Ik bekijk de exposities en blijf dan nog een tijdje zitten in de grote zaal, onder een gigantische koepel.

Ik wilde ook nog naar de Holy Name Cathedral gaan, maar dat plan moet ik maar een dagje uitstellen. Hetzelfde geldt voor Union Station. Het is gewoon te slecht weer.

Voor het eten ga ik eerst nog naar de airbnb. Ik rust even uit, pak alvast een deel van mijn bagage in en ga rond half 7 weer op pad. Het regent nog steeds zachtjes, dus het is te doen. Via de greenline en de Red Line kom ik in China Town terecht. Daar zijn aardig wat restaurantjes, maar het is meestal onduidelijk wat ze precies hebben en wat het kost. Omdat ik niet eindeloos wil rondzwerven, pak ik uiteindelijk maar een restaurantje. Daar bestel ik een schaal Tom Yam-soep, die heerlijk smaakt. Met een portie rijst erbij, kom ik wel aan mijn trekken. Als ik uitgegeten ben, is de regen opgehouden. Ik kan vlakbij op de Red Line overstappen, maar iets verder stopt de Green Line. Ik neem toch maar de Red Line, dan kan ik nog even de stad in. Het is droog en het is mijn laatste avond. In de stad wandel ik nog één keer langs de River Walk. Op een van de gebouwen worden films geprojecteerd. Om 10 uur waarschuwt mijn telefoon dat het tijd is om in te checken. Dat was ik bijna vergeten. Inchecken kan tot 23 uur voor vertrek. Zodra het mailtje van Lufthansa binnen is, reserveer ik met mijn telefoon raamplaatsen in het vliegtuig. Dat is ook weer gebeurd. Rond half 11 rijd ik met de Green Line terug naar de Airbnb. Barry is uiteraard in de kamer en biedt mij zelfgemaakte wijn aan. Ik bedank er vriendelijk voor. Ik moet nu gezond zien te blijven voor de lange vlucht die mij te wachten staat. Het is 12 uur als ik eindelijk ga slapen.

Woensdag, 12 oktober 2022

Als ik om half 7 wakker word hoor ik buiten de regen kletteren. Ik sta maar vast op, want ik wil op tijd de deur uit ondanks het slechte weer. Ik kijk op mijn horloge en zie dat het tot vanmiddag 4 uur zal blijven regenen. Dat is geen prettig vooruitzicht. En dat op mijn laatste dag in Chicago. Ik heb geen echte plannen vandaag. Eerst doe ik wat werk en als ik om 10 uur de deur uit ga, blijkt het droog. Ik heb de tas achtergelaten in de Airbnb. Zo wandel ik voor misschien wel de laatste keer naar het metrostation, waar ik de Green Line naar de binnenstad pak.

Op mijn gemak wandel ik naar de Holy Name Cathedral, waar net een mis begonnen lijkt te zijn. Ik had gelukkig al wat foto’s gemaakt toen iemand mij verzocht om mijn camera weg te doen. Ik bewonder nog even de prachtige kerk en vooral het kunstige houten plafond en ga dan weer verder.

Op mijn gemak wandel ik door het centrum en maak wat foto’s van de weinige oude gebouwen in de stad. Ik dacht eerst dat ze nog van voor de brand waren, maar dat blijkt niet het geval. Zo rond een uur of 1 begint het zachtjes te regenen.

Ik kijk of er nog overdekte attracties zijn en kom er zo toe het Museum of Illusions te bezoeken. Ook daar ben ik weer ruim 25 dollar kwijt, maar het schijnt erg leuk te zijn. Dat klopt, maar het is ook wel erg klein. Er hangen wat afbeeldingen van optische illusies, zoals lijnen die krom lijken, maar in werkelijkheid recht zijn en spiralen die cirkels blijken te zijn.

Het hoogtepunt is een draaiende tunnel. Als je daar via een loopbrug doorheen loopt, lukt het bijna niet om rechtop te blijven staan. Voor je gevoel draai je in de rondte. Dat is wel grappig. Ik loop er een aantal keer doorheen. Na een half uur heb ik het museum wel weer gezien.

Een beetje teleurgesteld wandel ik verder. Ik wil het Union Station nog zien. Als ik denk het gevonden te hebben, blijkt het bombastische gebouw voor mij de centrale bibliotheek te zijn. Omdat ik niet nog natter wil worden, pak ik de Orange Line om zomaar een stukje met de metro te rijden.

Het is een aardig ritje, maar het is ook al 3 uur. De tijd begint te dringen, dus ruim voor het eindpunt stap ik uit om met een andere metro terug naar het centrum te rijden. Ik wil toch nog het Union Station bekijken en dat is zo’n tien minuten stevig doorlopen vanaf het metrostation. Merkwaardig trouwens dat er geen metro naar het belangrijkste station van de stad rijdt. Ik weet het station te vinden.

Het is zeker van binnen inderdaad prachtig. Met hoge snelheid maak ik wat foto’s en dan snel ik weer naar de metro om met de Green Line naar mijn Airbnb terug te rijden. Dat gaat voorspoedig en rond kwart over 4 ben ik er. Ik pak mijn tas en ga dan met bus 85 naar de Blue Line. De bus is lang niet zo snel als de metro, maar volgt wel een veel kortere route. Hopelijk komen we niet vast te staan in het verkeer.

Alles gaat verder goed en rond kwart over 6 ben ik bij het vliegveld. Ik hoef ditmaal niet met een soort monorail naar een andere terminal. Wel is het een flink eind lopen. De paspoortcontrole gaat probleemloos, maar de bagagecontrole duurt wel wat langer. Ik sta ongeveer een kwartier in de rij en moet dan zo’n beetje alles uit mijn tas halen, mijn schoenen uitdoen en mijn riem afdoen. Het ouderwetse ongemak, dat op Schiphol inmiddels verleden tijd is. Maar hier hoef je niet buiten in de rij te staan, dus al met al gaat het toch nog sneller. Gate B17 is niet ver lopen en ik vind een desk met stopcontacten waar ik kan zitten en intussen mijn laptop en telefoon kan opladen voor onderweg.

Precies op tijd mogen we aan boord. Ik heb plaats 34A aan het raam. Zo hoop ik ’s nachts in de buurt van IJsland het noorderlicht te zien. Net als op de heenweg zit er niemand naast mij. Dat is perfect.

We stijgen op en ik kijk nog een keer naar Chicago. De binnenstad zie ik niet voorbijkomen zoals op de heenweg, omdat we meteen koers naar het noorden zetten. Het duurt vrij lang voordat het diner wordt opgediend, zodat ik maar vast een film opzet. Red 2. Ik had hem al eens gezien, maar het is een goede film en ik had geen idee meer hoe hij afliep. Het diner bestaat uit pasta bolognese, alsof ik dat de afgelopen dagen al niet genoeg gegeten heb. Het smaakt in ieder geval goed. Na nog een uurtje film gekeken te hebben probeer ik te slapen. Dat valt niet mee. Het is gewoon onmogelijk om een goede houding te vinden in de krappe stoel. Maar na een tijdje merk ik dat de man aan het gangpad vertrokken is. Misschien naar het toilet? Maar als hij na een kwartier nog niet terug is, ga ik er vanuit dat hij elders een plaats heeft gevonden waar hij kan liggen. Het vliegtuig zit maar half vol. Ik ben blij, want nu kan ik enigszins gaan liggen. Het is nog steeds geen comfortabel bed, maar het is beter dan rechtop zittend slapen. Als we de Atlantische Oceaan naderen, val ik in slaap en als ik wakker word vliegen we al boven Ierland. Het is inmiddels licht geworden. Helaas was er geen noorderlicht de afgelopen nacht, anders had ik dat boven Canada wel moeten zien.

Keurig op tijd landen we in München. Ik loop met een stevig tempo naar Gate G19 voor mijn vlucht naar Amsterdam. Onderweg moet ik een deel met een luchthavenshuttle afleggen. Ik ben mooi op tijd, maar als we aan boord moeten, begint mijn neus ineens hevig te bloeden. Waarom nu? Ik ren naar een wc-ruimte, waar ik mijn neus koel en het bloed afwas. Ik prop een flink stuk wc-papier in mijn neus en zet mijn mondkapje op om dat te camoufleren. Zo ga ik met de bus naar het kleine vliegtuigje, dat mij naar Amsterdam zal brengen. Het is zo krap, dat mijn tas in het ruim moet, maar ik kan hem bij aankomst direct weer meenemen, zo is beloofd. Met een kwartier vertraging stijgen we op van München. Naast mij zit een forse Duitser, wat de vlucht niet veraangenaamd. Maar even doorbijten, dat laatste uur en een kwartier van mijn lange reis. Op Schiphol wil ik snel uitstappen, maar dat gaat niet door. Eerst moet de bagage van boord en dat kan niet, omdat er maar één koffersjouwer is. Uiteindelijk gaat die maar in zijn eentje de koffers uitladen, maar dan is er al weer een kwartier voorbij. We zijn ook nog bij de verst van de uitgang verwijderde gate afgezet. Welkom thuis!

Washington DC

Proloog

Op uitnodiging van de Canadese fabrikant Genetec kreeg ik de kans om Washington DC te bezoeken. Een buitenkansje, want deze stad stond al een tijdje op mijn bucket list en nu kon ik er op kosten van een ander naar toe. Ik zou alleen een aantal nachten AirBNB en wat kosten voor eten kwijt zijn. Wel jammer dat het in februari was, want dan kan het nog behoorlijk koud zijn. Maar bij aankomst bleek dat enorm mee te vallen.

Zondag, 4 februari 2024

De dag begon vroeg. Kwart voor 7 ging de wekker en half 8 ging ik op weg naar Schiphol. Normaal behoor je 3 uur van tevoren aanwezig te zijn als je naar Amerika gaat, maar ik verwachtte niet dat het op zondagochtend druk zou zijn op onze luchthaven. Het blijkt inderdaad vrij rustig. Het kost ongeveer een kwartier om door de paspoort- en bagagecontrole te komen. In de hal met taxfree-winkels ga ik op zoek naar Gate D3. Dan zie ik een enorme drukte. Honderden mensen staan in lange rijen voor opnieuw een paspoortcontrole. Ik sluit maar aan, maar als het lang gaat duren, vraag ik iemand of ik wel goed sta. Dat blijkt gelukkig niet het geval. Ik kan zonder verdere problemen doorlopen naar de gate. Ik doe nog wat werk en ga dan in de rij voor de wachtruimte staan. Het boarden is al begonnen. Ik zie mijn naam op een monitor met het verzoek mij bij de balie te melden. Ik hoop niet dat er iets aan de hand is. De dame achter de balie stelt mij al snel gerust. Ik had geen ruimbagage ingecheckt en daarom was mijn paspoort nog niet 'geswiped'. Zij doet dat alsnog en dan kan ik langs de laatste controle naar het vliegtuig. Ik zit op plaats 41A. Helaas wel boven de vleugel. Naast mij zit een oudere man. Degene voor mij heeft meer geluk. Die heeft niemand naast zich. De vluchttijd wordt omgeroepen. De eerste vlucht naar Detroit gaat 8 uur en 20 minuten duren. Ik vlieg met Delta Airlines.

Ongeveer 20 minuten later dan gepland, wordt het vliegtuig van de gate weggeduwd. Tien minuten later begint het taxiën. Al snel stijgen we op vanaf de Kaagbaan. Helaas zit ik aan de linkerkant, anders had ik Hoofddorp nog even kunnen zien. Als we de splitsing van de A4 en A44 passeren, verdwijnt het vliegtuig in de wolken en is er buiten lange tijd niets dan wit te zien. Ik zet een film op. The Eagles Nest over een Amerikaanse militair die in Zuid-Amerika op zoek gaat naar een gevluchte SS-officier, die tijdens de oorlog zijn maten heeft doodgeschoten. Veel is er niet aan.

Er wordt eten geserveerd. Kleine stukjes kip, hele kleine aardappelbolletjes in een lekker sausje en iets dat op spinazie lijkt. Er zit ook nog een bakje bij met een soort zure mais en tofu. Als toetje krijgen we een bekertje salted caramelijs. Het smaakt allemaal prima. Met een bekertje cola spoel ik het naar binnen. De tweede film die ik opzet is ook niet veel aan. Ik besluit om mijn laptopje te pakken. Daar heb ik goede films op staan. Ik zet Aquaman op, een fantasyfilm met enorm veel visueel spectakel en een heel dun verhaaltje zoals gewoonlijk. Maar goed, het houdt mij weer twee uurtjes bezig. Als de film is afgelopen zijn er nog 3244 kilometer te gaan. Nog ongeveer 4 uur. In de cabine zijn alle luikjes dicht en er brandt alleen nachtverlichting. Ik zet een tweede film op. Blue Beetle. Ook dit is een fantasyfilm, met een iets beter verhaal dan de vorige film.

Ik ben blij als we eindelijk de Atlantische Oceaan achter ons hebben. Het is toch nog zo'n 2500 kilometer vliegen. Beneden is nog niets anders dan een heel dicht wolkendek te zien. Hopelijk is het in Washington beter. Na een tijdje zie ik eindelijk land. Een ruw en donker landschap met veel besneeuwde plekken. Als ik een derde film op mijn laptop wil aanzetten, zie ik dat de batterij bijna leeg is. Dan maar weer via het schermpje van het vliegtuig kijken. De laatste film op deze vlucht is Vindicta en gaat over een brandweervrouw bij een corrupt korps. Een moordenaar heeft het op haar vader en collega's voorzien, nadat zijn gezin is omgekomen bij een door de brandweer aangestoken brand. We krijgen nog een broodje met pittige kip. Dan begint de landing. Achter de vleugel zie ik het enorme Lake Erie. Als laatste vliegen we over Detroit, dat uit enorme wijken met vierkante stratenpatronen bestaat met allemaal vrijstaande huizen.

Op de luchthaven moet ik door de strenge paspoortcontrole, maar dat gaat verder goed. Na de ondervraging moet ik weer door de bagagecontrole, waardoor ik niet mijn flesje water kan meenemen, dat ik in het vliegtuig gekregen heb. Met een treintje ga ik naar gate A15, waar ik plaats neem op een stoel naast een stopcontact. Zo kan ik mijn laptopje weer opladen. De internetontvangst is erbarmelijk, maar er is gratis wifi, die goed werkt, ook met VPN. Er wordt omgeroepen dat we later zullen vertrekken, omdat de bemanning nog onderweg is naar Detroit. Toch kunnen we redelijk op tijd instappen. Ik heb nu een gunstige raamplaats ver achter de vleugel. En de zon staat aan de goede kant, zodat ik prima van het uitzicht kan genieten. Fijn is ook dat er nu niemand naast mij zit.

Met een half uur vertraging stijgen we op en zetten we via Lake Erie koers naar Washington. We vliegen eerst nog een klein stukje over Canada en beginnen dan aan de oversteek van het enorme meer. Ik wilde nog naar een film kijken, maar het is leuker om van het uitzicht te genieten. Het landschap wordt geleidelijk bergachtiger als we de Appalachen naderen. Toch is het in vergelijking met Canada nog aardig dicht bevolkt hier.

Vlak voor de landing zie ik de zon heel mooi ondergaan. Dan landen we op de nationale luchthaven Ronald Reagan, die vrij dicht bij het centrum ligt. Ditmaal geen vervelende rijen en controles. Ik kan zo naar het metrostation wandelen. Na wat gehannes lukt het om een pasje te komen met 2 dollar saldo. Genoeg om in de stad te komen. Helaas rijdt de metro niet zo vaak. Ik moet ongeveer een kwartier wachten en onderweg lopen we ook nog een flinke vertraging op. Vanaf het metrostation moet ik ongeveer een halve kilometer lopen naar de bushalte. Daar is bus D4 net vertrokken. De volgende komt over 18 minuten, maar daar kwamen nog wel de nodige minuten bij. Het is al bijna 8 uur 's avonds als ik eindelijk bij de Airbnb aankom.

De Airbnb is bij een vrouw thuis in een gebouw met heel veel faciliteiten. Volgens haar neef, die mij binnenlaat, zijn er zelfs een fitnessruimte en een dakterras. Beneden in de lobby kan je bij de open haard zitten. Ik volg de neef naar boven. De hospita en de neef zeggen dat ik de woonkamer, de badkamer en de keuken kan gebruiken. Ik installeer mij in mijn kamer, kleedt mij om en ga nog wat boodschappen halen bij een Target-supermarkt om de hoek. Die winkel is niet bepaald goedkoop, maar er is geen Lidl in de buurt. Ik haal een kant-en-klaar-maaltijd met Koreaanse kip, een grote beker yoghurt en een 2 literfles Canada Dry. Weer terug werk ik mijn verslag bij en kijk ik of er nog nieuws is. Mijn website bijhouden wordt nu wel wat ingewikkeld, want als het in Nederland ochtend is, is het hier in Washington nog midden in de nacht. Terwijl ik dit schrijf is het in Nederland 3u in de nacht. Na de lange reis besluit ik maar op tijd te gaan slapen. Dan heb ik morgen weer voldoende energie om Washington DC te verkennen.

Maandag, 5 februari 2024

Ik heb niet echt goed geslapen, ondanks de lange dag gisteren. De kamer is nogal luidruchtig en dat ben ik niet gewend. De bewoonster zit nog tot 2 uur in de nacht tv te kijken en elk half uur dendert er een lange, lawaaierige goederentrein voorbij. Af en toe klinkt er een autoalarm. Merkwaardig genoeg hoor ik vannacht geen politiesirenes. Ik had de wekker op 8 uur gezet, maar ik zat om half 7 al te werken. Met wat joghurt als ontbijt achter de kiezen, ga ik rond half 9 de deur uit. Op weg naar het Air en Space Museum, waar ik om 10u naar binnen kan.

Ik pak bus D4 en moet onderweg overstappen op bus F6. Gelukkig komen beide bussen redelijk snel. De rit gaat echter niet bepaald vlot. Bij elk huizenblok staan stoplichten en die staan vrijwel altijd langdurig op rood. Ik hoef mij echter niet te haasten, want het museum gaat pas om 10u open. Ik geniet nog maar even van het prachtige weer vandaag. Het is niet warm, maar de zon schijnt wel heerlijk. Er is geen wolkje te zien in de helder blauwe hemel. Geen museumweer eigenlijk.

De entree is gratis, maar je moet wel vooraf een kaartje bestellen. Daar heb ik gisteren voor gezorgd. Eenmaal binnen kijk ik mijn ogen uit. In de centrale hal hangen verschillende oude vliegtuigen aan kabels. Je kan zo de hele luchtvaart volgen van de eerste probeerselen om de lucht in te komen tot en met het International Space Station.

Ik ga niet alles lezen, want ik wil nog veel zien vandaag. Maar visueel is het museum van binnen ook prachtig. De eerste zaal die ik bezoek gaat over het ontstaan van de hedendaagse luchtvaart. Vrijwel alles wat ermee te maken heeft is er te zien. Je krijgt ook een goed beeld van hoe een luchtreis er honderd jaar geleden aan toe ging. In een andere zaal zijn heel primitieve vliegtoestellen te zien, waarvan ik mij afvraag of die ooit gevlogen hebben.

De eerste verdieping vind ik nog interessanter. Daar draait het allemaal om de ruimtevaart. Ook hier begint het weer bij de dromen die mensen vroeger hadden om bijvoorbeeld naar de maan te reizen. Geleidelijk komen er steeds serieuzere concepten, totdat het uiteindelijk lukt de zwaartekracht van de aarde te ontvluchten. Bijzonder zijn de originele maancapsule van de Apollo 11-missie en het originele ruimtepak waarmee Neil Armstrong als eerste mens op de maan stapte. Ik had een uurtje willen blijven, maar dat werden twee uurtjes.

Weer buiten loop ik op mijn gemak naar het Washington Monument, de gigantische obelisk aan het einde van de National Mall. Daar ga ik maar eens uitvissen hoe ik een fiets kan huren, want van het wandelen ben ik intussen al weer aardig moe geworden. En de blessure in mijn rechterbeen speelt ook weer op. Bij de eerste locatie werkt de automaat van het fietsenverhuursysteem niet. En bij de tweede locatie werkt de automaat wel, maar kan ik geen 30 dagen-pas kopen. Die is voor mij het gunstigst. Met dagkaarten zou ik de resterende vijf dagen 40 dollar kwijt zijn en nu maar de helft. Ik besluit de app op mijn telefoon te installeren. Daarmee lukt het wel een 30-dagenkaart te kopen. Die app is trouwens sowieso heel handig. Ik hoef alleen maar de QR-code van een fiets te scannen, waarna ik die uit de houder kan halen. Ik kan dan maximaal 45 minuten gratis fietsen. Daarna moet ik weer een andere fiets pakken, als ik het verder gratis wil houden. De ophaalstations zijn door de hele stad te vinden, dus dat gaat weinig problemen opleveren.

Ik fiets lukraak wat rond en kom onder andere langs het Capitool, dat ik morgen wil bezoeken. Ook ga ik langs het Witte Huis. Daar kan je helaas niet echt in de buurt komen. Hoge hekken maken het bovendien lastig om foto's te maken. Op een gegeven moment begin ik wel honger en dorst te krijgen. Ik pak een andere fiets en rijd daarmee naar de dichts dichtstbijzijnde Lidl. Dat is bijna een half uur fietsen, maar dat vind ik niet zo erg. Zo zie ik ook nog andere delen van de stad. Niet zulke interessante delen, blijkt later, maar bij de Lidl kan ik weer wat proviand inslaan.

Als de avond valt maak ik wat mooie foto's van het Lincoln Memorial en het Washington Monument. Ik fiets ook nog met een rotgang naar het Capitool, maar als ik daar aankom is het al te donker om nog echt mooie foto's te kunnen maken. Ik ga op zoek naar wat gezelligheid en verwacht die wel in China Town te kunnen vinden. Helaas valt dat tegen. Op straat is niets te doen en ik heb geen zin om in mijn eentje in een restaurant of café te gaan zitten.

Ik probeer nog een andere buurt, waar het 's avonds druk zou moeten zijn, maar daar is het al net zo ongezellig als in China Town. Daarom besluit ik rond half 8 maar naar maar airbnb te fietsen. Vanaf waar ik de fiets pak is het alsmaar rechtdoor over New York Avenue. Dat is wel makkelijk. Het is wel een flink eind fietsen, maar ik was er met de bus beslist niet sneller gekomen. Bij Target haal ik nog een magnetronmaaltijd, die ik opeet terwijl ik dit verslag schrijf. Rond een uur of half 10 houd ik het voor gezien voor vandaag. Morgen wil ik vroeg opstaan om mijn spullen te pakken en die ruim op tijd bij het hotel af te geven.

Dinsdag, 6 februari 2024

Vannacht heb ik beter geslagen. Vooral dankzij de oordopjes die ik heb in gedaan. Om 7 uur sta ik op, ga douchen en kijk dan wat er aan werk te doen is. Als ontbijt heb ik alleen nog wat zoutjes die gisteren waren overgebleven. Ik neem mij voor om langs een supermarkt te gaan en een flinke beker yoghurt te kopen. Er is weinig nieuws, maar het lukt toch wel wat berichten op mijn website beveiligingnieuws.nl te zetten. Tot die er mee ophoudt. Ik krijg een Error 1001 en dat voorspelt weinig goeds. Misschien is het tijdelijk. Daarom pak ik eerst maar mijn tas in, zodat ik straks op tijd weg kan. De fout blijft echter. Ik neem contact op met mijn ICT-er in Nederland en die gaat ermee aan de slag. Als het tijd is om te vertrekken is het probleem nog altijd niet opgelost. Ik had zelf al de hostingprovider om hulp gevraagd, maar die stuurt mij alleen maar verder het bos in.

Ik pak buiten een fiets en zet koers naar het hotel waar ik vanavond slaap om mijn tas af te geven. Dan hoef ik daar niet de hele dag mee rond te sjouwen. Het is wel een behoorlijk eind fietsen en het is een stuk kouder dan gisteren. Wel is het gelukkig net zo zonnig. Na bijna drie kwartier ben ik bij het Washington Monument aangekomen en is het tijd om van fiets te wisselen. Anders gaat het ritje mij geld kosten. Het is alleen niet makkelijk om een station te vinden waar ik mijn fiets kwijt kan. Alle standaards zijn bezet. Ik kijk op de app en zie dat er in de buurt nog een plek is met één vrije standaard. Snel er naar toe. Ik wissel van fiets en vervolg mijn weg langs de beroemde begraafplaats Arlington, waar talloze oorlogsslachtoffers liggen. Ik zie de heuvels met de enorme aantallen witte kruizen. Na ongeveer een half uur ben ik bij het hotel. Ik geef mijn tas af en kijk of de website het al weer doet. Helaas nog steeds niet. Ik moet mij intussen haasten om voor 11u bij het Capitool te zijn.

Google geeft een route aan die over een soort geitenpad gaat. Ik besluit rechtdoor te gaan over een brug over de Potomac. Aan de overkant fiets ik door een gezellige wijk richting het Washington Monument. Vervolgens fiets ik langs de Smithsonia-musea over de Mall naar het Capitol. Pas kwart voor 11 ben ik er en weer lukt het niet om mijn fiets kwijt te raken. Een kilometer van het Capitol moet nog een vrije standaard zijn. Ik race er naar toe en loop dan in een rustige looppas naar het bezoekerscentrum. Ik ben net op tijd.

Het is even een beetje ingewikkeld, maar er is vriendelijk personeel dat mij de juiste weg wijst. Ik ben blij dat ik het entreebewijs thuis al geregeld heb, zodat ik een printje kon maken. Ik sluit mij aan bij een vriendelijke gids, die ons naar een filmzaal brengt. Daar wordt een film vertoond over de geschiedenis van de democratie in de Verenigde Staten en over de functie die het Capitool daarin vervult.

Dan begint de echte rondleiding. Eerst bezoeken we een ruimte onder de koepel en dan gaan we steeds een etage hoger, totdat we onder de echte koepel staan. Dat is bijzonder indrukwekkend. Rondom staan standbeelden van beroemde Amerikanen en er hangen schilderijen die mijlpalen uit de geschiedenis laten zien. De gids praat in een enorm tempo verder en het is te horen dat de jonge vrouw dit verhaal al honderden keren heeft verteld. Ineens komt een groepje mensen voorbij. De speaker of the senat, zegt de gids vol ontzag. ‘Dit is de tweede keer in mijn leven dat ik hem zie’.

Na nog een paar fraaie ruimtes te hebben bezocht en heel veel over de Amerikaanse politiek gehoord te hebben, zit de toer er op. Ik zoek de uitgang en een fiets en rijd in een rustig tempo naar het Washington Monument, waar ik om half 2 naar binnen kan. In de tussentijd rust ik even uit en werk ik mijn verslag bij. Mijn website doet het nog steeds niet.

Ik kom ruim op tijd aan bij het Washington Monument. Zo heb ik nog een half uurtje om mijn verslag bij te werken en te hopen dat mijn website weer gaat werken. Dat eerste lukt, het laatste niet. Half 2 ga ik naar binnen en met de lift omhoog naar de bijna 200 meter hoge observatieruimte. Van daaruit heb je een prachtig uitzicht over de vier windstreken van Washington. Ik maak wat foto's en bezoek dan nog een expositie over de bouw van de enorme obelisk. Als de lift naar beneden gaat, daalt de snelheid af en toe en zijn bijzondere stenen te zien door het glas van de lift dat doorzichtig en transparant gemaakt kan worden. Veel van de marmeren stenen zijn geschonken door de verschillende staten en zijn alleen vanuit de lift te zien.

Buiten loop ik weer naar de fietsenstalling om een fiets te pakken. Eerst maar eens naar een supermarkt om wat eten en vooral drinken te kopen. Yoghurt was het plan, maar omdat dit alleen in bekers van 907 gram te koop is, houd ik het maar bij een pak methoskoekjes en een fles cola. Alles wordt in enorme hoeveelheden verkocht in Amerika en dat is niet handig als je onderweg bent en even zin in wat lekkers hebt.

Het is alweer 4 uur als ik richting de beroemde begraafplaats Arlington rijd. Die gaat om 5 uur dicht, dus ik moet mij haasten. Net als in het Capitol en het Washington Monument is hier een beveiligingscontrole. Ik wandel op goed geluk de enorme begraafplaats op. Er moeten hier zo'n 400.000 graven zijn. Gigantisch. Tijd om alles te bekijken heb ik natuurlijk niet meer. Dus bezoek ik in ieder geval het beroemdste graf, dat van John F. Kennedy, zijn vrouw en kind.

Ik wandel nog wat rond, maar dan is het intussen half 6 en hoog tijd om de uitgang te zoeken, voordat die op slot gaat. Met een andere fiets rijd ik naar het hotel. Na mij een beetje opgefrist te hebben, ga ik naar de lobby waar ik mensen van Genetec ontmoet, het bedrijf dat mij uitgenodigd heeft. Ook ontmoet ik buitenlandse journalisten, die ik van eerdere persconferenties ken. Na een tijdje wandelen we naar het kantoor van Genetec, waar een welkomstreceptie wordt gehouden. Het is prima verzorgd allemaal, met lekker eten en drinken. Daar was ik wel even aan toe, na een dag fietsen en wandelen. Ik heb leuke gesprekken met verschillende mensen en vertrek zo ongeveer als laatste, samen met een Duitse collega. Terug in het hotel werk ik nog even mijn verslag bij, zie ik dat mijn website het nog steeds niet doet en probeer ik desondanks te slapen.

Woensdag, 7 februari 2024

Vandaag valt er niet veel te vertellen, want dit is de eerste dag van de conferentie die mij naar Washington DC bracht. De nacht was onrustig, maar als ik rond 3.30u zie dat de website het weer doet, lukt het nog om een paar uur goed te slapen. Het ontbijt is niet in het hotel vandaag, maar in het kantoor van Genetec. Ik kan daar nu volop van het uitzicht genieten. Vanaf de 25ste verdieping is heel Washington te zien. Ik zie in de verte ook een kathedraal. Dat is wel iets om zondag naar toe te gaan.

Om half 9 begint de conferentie. Verschillende specialisten van Genetec vertellen over de ontwikkelingen binnen het bedrijf en wat die voor de markt kunnen betekenen. Technologie verandert snel. De markt ook. Dus zit er voor fabrikanten niets anders op dan mee te bewegen. Genetec probeert daarbij zoveel mogelijk voorop te lopen, maar het blijft altijd een uitdaging om de achterban mee te krijgen. In de beveiligingsbranche kijkt men altijd graag de kat uit de boom en dat kan zomaar een paar jaar duren. Als een innovatie dan eindelijk vertrouwd wordt, is die technisch allang weer achterhaald. De fabrikant richt zich daarom steeds meer op eindgebruikers om behoefte aan nieuwe mogelijkheden te creëren. De distributeurs en installateurs zullen dan vanzelf volgen, want die zijn erg vraaggericht.

Na de lunch kunnen we alles in de praktijk bekijken in het ultramoderne experience center. Daar is een meldkamer nagebouwd, waarop complete en complexe alarmscenario's kunnen worden nagebootst. Bij een alarm worden de juiste camera's ingeschakeld, zodat de veroorzaker geobserveerd en gevolgd kan worden. Gelijktijdig krijgt de centralist een opvolgingsprotocol voorgeschoteld. Intussen wordt volautomatisch bewijsmateriaal verzameld, dat handig kan zijn als de indringer wordt opgepakt en voorgeleid. De sessies duren tot een uur of 5. Daarna hebben we nog een uurtje voor onszelf, voordat we met een touringcar naar het restaurant worden gebracht.

We gaan naar restaurant Boqueria Quater in het centrum van Washington, vlakbij China Town. Er zijn helaas gereserveerde plaatsen, zodat ik niet kan kiezen naast wie ik ga zitten. Het gezelschap valt mee, maar een van de mensen is een verkoopdirecteur van Genetec die non stop aan het woord is. Dat gaat na een tijdje wel vervelen. Je moet bovendien schreeuwen om je verstaanbaar te maken, want het is een lawaai van jewelste in het restaurant. Na ongeveer een half uur worden de eerste hapjes opgediend. We eten vanavond allerlei soorten tapas. Voor Amerikaanse maatstaven smaakt het erg goed. We krijgen zo'n twaalf kleine gerechten. Ruim voldoende voor een volle maag. Rond 9 uur vertrekken we weer. De bus brengt ons terug naar het hotel, waarna iedereen direct gaat slapen. Dat doe ik zelf ook maar, want ik ben wel moe na zo'n dag.

Donderdag, 8 februari 2024

Na een redelijke nacht sta ik om half 7 op. Tijd genoeg om naar de fitness te gaan op de derde etage. Het is daar nog rustig, wat gezien het tijdstip niet zo gek is. Er zijn drie andere mensen. Er staan aardig wat apparaten, dus ik kan mijn lol op. Een beetje de spieren laten werken na al het overvloedige eten van gisteren. Omdat ik ook nog werk te doen heb voordat ik kan ontbijten, houd ik het bij een korte training.

Om 8 uur zit ik in de ontbijtzaal. Er ligt een menukaart op tafel, maar van de ober begrijp ik dat iedereen een Genetec-ontbijt krijgt. Dat bestaat uit wat ei, spek en nog iets onbestendigs. Ook zitten er vier geroosterde boterhammen en een heel klein potje jam bij. Ik laat het mij smaken en praat intussen een beetje bij met een Duitse collega. Als het 9 uur is, is het hoog tijd om naar de kamer te gaan. Ik moet mijn tas nog verder inpakken en half 10 vertrekt de bus naar de Capital One Arena, waar Genetec een omvangrijk project heeft gerealiseerd.

Ik ben op tijd. Ik check uit en geef mijn tas af. Die kan ik vanmiddag weer ophalen. Als eerste stap ik de bus in, zodat ik lekker voorin kan zitten. Het duurt een hele tijd voordat iedereen er is. Dan vertrekken we. We rijden van Arlington naar Washington DC en na ongeveer een half uur stoppen we voor het stadion, dat midden in de binnenstad staat. Het hoofd Beveiliging geeft een uitgebreide uitleg over het multifunctionele gebouw, dat afwisselend voor ijshockey- en basketbalwedstrijden en popconcerten wordt gebruikt. Elke keer is een andere aanpak van de beveiliging nodig. Niet zo lang geleden kwam Joe Biden onverwachts langs. Toen stond de boel helemaal op zijn kop. We krijgen een korte rondleiding. In de grote arena worden voorbereidingen voor een popconcert getroffen, dat morgen zal plaatsvinden. We zien ook de beveiligingsloge, waar nu maar één operator zit, maar waar plaats is voor een man of twintig. Van hieruit zijn de ruim 600 camera's te bedienen.

Na het stadion rijden we met veel vertraging terug naar het hotel, waarbij we onderweg het Pentagon passeren. Heb ik dat ook meteen een keer gezien. Bij het hotel nemen we afscheid van elkaar en haal ik mijn tas op. Op de fiets rijd ik terug naar Washington DC. Achteraf was het misschien slimmer geweest om mijn tas in de bus mee te nemen. Dat had veel tijd en een behoorlijk eind fietsen gescheeld.

Na ruim een uur ben ik weer bij de Airbnb. Alleen de neef is er. Chris heet hij. Ik zet snel mijn spullen neer en ga dan naar een Aldi in de buurt voor wat boodschappen. Vanavond hoef ik niet meer te eten, maar de komende dagen wel en dan ben ik bij de Aldi toch aardig wat minder geld kwijt.

Het is maar een klein stukje fietsen naar de Aldi. Ik had een mooie winkel verwacht, zoals in Boston en Chicago, maar dat valt toch wel tegen. Het kost veel moeite om te vinden wat ik zoek. Uiteindelijk lukt het toch. Het meenemen gaat wat lastig, want ik heb een plastic tas die compleet uit elkaar valt als ik de boodschappen er in doe. Met kunst en vliegwerk weet ik alles toch op het kleine bagagedragertje van de fiets te proppen en zo voorzichtig naar de airbnb te rijden. Daarna fiets ik direct weer naar de stad. Ik wil wat mooie foto's van het Capitool maken tijdens het zogenoemde blauwe uurtje. Dat is net na zonsondergang.

Helaas wordt alleen het centrale deel van het gebouw met de koepel verlicht. Ik doe mijn best om toch wat aardige foto's te maken, maar het wordt niet wat ik gehoopt had. Ik fiets maar direct door naar Adams Morgan. Dat schijnt een gezellige buurt te zijn. Het is een pittig stukje fietsen en ik ben lang onderweg vanwege de talloze stoplichten. Als ik er ben, ziet het er inderdaad leuker uit dan de rest van Washington in de avond, maar heel veel stelt het ook niet voor. Ik wandel wat rond en na een half uurtje heb ik het wel weer gezien. Ik heb geen zin om in mijn eentje in een bar te gaan zitten. Ik probeer nog een andere buurt, maar ook daar is het niet bepaald het Amsterdamse Rembrandtplein. Dan maar weer naar de airbnb. Alleen heb ik geen zin om het hele eind weer te fietsen. Ik zie dat bus D4 in de buurt stopt, dus wandel ik naar de halte. Als ik daar aankom, dendert de bus net voorbij. Er hoefde niemand in of uit te stappen, dus heb ik mooi het nakijken. Ik ga niet drie kwartier op de volgende bus wachten. Dan toch maar weer fietsen. 20 minuten later ben ik er. Moe, maar voldaan. Nog even wat yoghurt eten en dit verslag schrijven en dan op tijd slapen.

Vrijdag, 9 februari 2024

Het was een relatief rustige nacht omdat mijn hospita niet thuis was. Wel met een droevige reden. Haar broer is onverwacht overleden. De neef was er ook niet. Volgens mij logeert hij hier om zijn nicht te beschermen tegen die enge man uit Nederland. Toch heb ik maar wel mijn oordopjes ingedaan, want het verkeer en de goederentreinen blijven de hele nacht voor lawaai zorgen. Zo kan ik tot kwart over 6 doorslapen. Als ik wakker wordt besluit ik maar meteen op te staan, want er is altijd genoeg te doen. Rond half 8 heb ik mijn werk voor voorlopig af en kijk ik nog even wat er vandaag te doen is in Washington. Ik wil in ieder geval de tram gaan bekijken, die hier in de buurt rijdt. Ook staat het imposante en prachtige Union Station op het programma. Verder ga ik eens kijken wat er nog meer valt te zien. Ook kijk ik maar vast of ik moet reserveren voor de musea voor morgen. Dan gaat het volgens de verwachting regenen en dan is het prettig om mooie dingen te kunnen bekijken met een dak boven mijn hoofd. Reserveren blijkt niet nodig. Wel bestel ik alvast een gratis kaartje voor de dierentuin, waar ik dan zondag naar toe ga.

Buiten zie ik dat het wat bewolkt is geworden. Maar het zou wel droog blijven vandaag. De temperatuur is echt aangenaam. Ik pak een fiets en rijd naar H Street, waar de enige tramlijn van Washington loopt. Eenmaal daar pak ik de eerste tram die ik voorbij zie komen en die naar Union Station rijdt. Het is heel rustig in de tram. Dat is niet zo gek, want het is een lijn van niets naar nergens. Hij begint in de buurt van Union Station, maar niet voor het station, maar op een viaduct dat vanuit het station niet echt makkelijk te vinden is. Het andere einde ligt in een buurt waar niemand iets te zoeken heeft, tenzij je er woont. De helft van het traject is pas klaar. De lijn wordt nog twee keer zo lang. Ik denk dat het handiger was geweest om het eindpunt voor het station te situeren en de tram via de National Mall naar het Washington Monument te laten rijden. Dan hebben mensen er nog wat aan.

In ieder geval gaat de tram naar Union Station en dat komt mooi uit, want daar wilde ik ook nog naar toe. Om het prachtige gebouw te bekijken, maar om ook wat informatie te verzamelen over het reizen met de trein door de Verenigde Staten.

In de toekomst wil ik nog eens van de oostkust naar de westkust reizen per trein. Dat blijkt het beste te kunnen met een strippenkaart van 550 dollar. Je kan dan tien verschillende treinen pakken. Het maakt niet uit hoe lang de rit is.

Natuurlijk bekijk ik nog even enkele van de prachtige, imposante Amerikaanse treinen. Deze zijn bijzonder luxe van binnen en afgestemd op lange reizen voor mensen die het extra geld en de lange reistijd ervoor over hebben.

In het station maak ik weer een typisch stukje Amerikaanse folklore mee. Ik hoor hysterisch gekrijs in de verte en loop nieuwsgierig op het geluid af. Het blijkt te gaan om een verwarde persoon. De vrouw zit op de grond te schreeuwen en weigert op verzoek van de beveiliging het gebouw te verlaten.

Na een tijdje loop ik maar weer naar buiten om het fraaie station ook nog even van de buitenkant te kunnen bekijken. Ervoor hangt een gigantische klok als monument.

Vlakbij Union Station pak ik weer een fiets en rijd ik naar Georgetown. Dat moet een aantrekkelijke wijk zijn. Het is een flink eind fietsen en met om de 50 meter een stoplicht gaat het niet echt snel. Dan krijg ik ook nog last van mijn linker knie. Die is door al het trappen op de logge, zware huurfietsen wat overbelast geraakt. Net op tijd weet ik Georgetown te bereiken.

Als ik de fiets stal, zie ik dat ik er 44 minuten over heb gedaan. Een kwartier fietsen en een half uur voor stoplichten wachten. Georgetown houdt het midden tussen een Engels stadje en het wilde westen. Het ziet er inderdaad leuk uit. Ik ontdek zelfs een heel aardig grachtje.

Langs de Potomac-rivier fiets ik terug naar het centrum. Daarbij passeer ik een monument ter nagedachtenis van Martin Luther King. Het ziet er indrukwekkend uit.

Wat verder bezoek ik het Thomas Jefferson Memorial. Een tempelachtig gebouw met daarin een groot standbeeld en op de wanden enkele wijze toespraken van de derde president van de Verenigde Staten.

Via de National Mall fiets ik naar de Basiliek van het Nationaal Heiligdom van de Onbevlekte Ontvangenis. Dat is een heel eind fietsen naar het uiterste noorden van de stad, maar het is de moeite waard, zie ik als ik aankom.

Het is een buitengewoon mooie kerk. Ik ben blij dat ik ook het interieur kan bekijken. Dat is werkelijk fantastisch mooi. Zo'n kerk verwacht je in Rome, maar niet in de Verenigde Staten. Het is denk ik een van de mooiste, zo niet de allermooiste kerk die ik ooit heb gezien. Ik neem even een uurtje de tijd om alles te bewonderen. Er zijn verder nauwelijks mensen. Het is te afgelegen voor de gemiddelde toerist.

Ik fiets weer terug naar de airbnb. De neef is weer thuis. Hij vertelt mij dat er een stroomstoring is. Ik condoleer hem en ga naar mijn kamer om nog even verder te werken aan mijn verslag. Dan ga ik snel weer naar de binnenstad voor het 'blauwe uurtje'. Onderweg merk ik dat mijn energie aardig begint op te raken. Het fietsen valt niet mee in een stad met heuvels, erbarmelijke wegen en om de 50 meter een stoplicht. Ik fiets met een slakkengangetje over de National Mall en wacht de duisternis af. Op een bankje rust ik even uit. Als de duisternis eenmaal invalt, valt het mij tegen hoeveel gebouwen verlicht worden 's avonds. Eigenlijk alleen de koepel van het Capitool, het Washington Monument en het Lincoln Memorial.

Ik maak wat foto's van een schaatsbaan met een mooi gebouw op de achtergrond en besluit dan nog even snel naar het Witte Huis te fietsen. Misschien kan ik daarvan nog een mooie foto maken. Dat valt helaas tegen. De straat langs het Witte Huis is inmiddels afgesloten, waardoor er alleen nog vanaf een grote afstand door een dik traliehek foto's gemaakt kunnen worden. Dat wordt dus niets.

Ik fiets naar Chinatown en bedenk of ik daar iets ga eten of dat ik in de airbnb een maaltijd ga opwarmen. Het wordt het laatste. Ik heb geen zin om in mijn eentje in een restaurant te gaan zitten, terwijl niemand anders dat doet. Ik drink nog een biertje en wandel dan naar een bushalte. Ik heb geen zin meer om naar de airbnb te fietsen. Dat betekent wel dat ik een stuk later thuis zal zijn. Uiteindelijk komt de D4 toch opdagen. Ik ga zitten en wacht geduldig tot ik er ben. Ook de bus komt nauwelijks door het belachelijke aantal stoplichten. Na een klein half uur ben ik er. Ik loop naar boven en merk dat ik het slot niet meer open krijg. Ik bel neef Chris, die gelukkig opneemt. Het slot was al een tijd defect en nu het gemaakt is, werkt mijn sleutel niet meer. Chris belooft dat hij het in orde zal maken. Het is intussen alweer half 9. Misschien wat vroeg voor de vrijdagavond, maar ik vind het mooi geweest voor vandaag. Morgen wordt ook weer een intensief programma. Ik moet nog even nadenken of ik naar de musea ga. Dat kan misschien beter zondag en maandag als het regent. Morgen zou het nog droog blijven. Nadat ik mijn magnetronmaaltijd met Thaise kip naar binnen heb gewerkt, ga ik nog een film kijken.

Zaterdag, 10 februari 2024

Nu mijn hospita nog niet thuis is dacht ik wel zonder oordopjes te kunnen slapen. Helaas. Rond half 2 werd ik wakker van een enorm geschreeuw op straat. Het leek wel of de straat in een voetbaltribune was veranderd. Leuke buurt. Toch maar de oordopjes in. Half vijf herinneren twee WhatsApp-berichtjes mij er aan dat ik vergeten was mijn telefoon op de vliegtuigstand te zetten. Dat gaat ook niet meer gebeuren. Al met al heb ik toch nog wel redelijk kunnen uitrusten van de zware dag gisteren.

Ik wilde zondag naar de dierentuin gaan, maar dat kan ik beter vandaag doen, zie ik als ik het weerbericht raadpleeg. Vandaag is het nog de hele dag droog. Morgen gaat het tot 3 uur 's middags regenen. Mooi weer voor de musea dus. Gisteren ontdekte ik dat vlakbij mijn airbnb een Arboretum is, een soort klein natuurgebied in de stad. Dat lijkt mij wel leuk om even te bekijken. Na het ontbijt fiets ik er naar toe. In het bezoekerscentrum haal ik een plattegrondje en dan ga ik op stap.

Al snel merk ik dat dit niet de ideale tijd is voor een bezoek. Alles is nog winters kaal. Ga je hier eind april naar toe dan weet je niet wat je ziet. Een complete vallei met azalea's staat dan in de bloei. En ook veel andere planten en bloemen zijn het beste eind april, begin mei te bewonderen. Maar ja, het is nu eenmaal februari, dus maak ik er maar het beste van.

Het wordt een flinke wandeling. Het mooiste gedeelte is helemaal achterin het park: een coniferentuin. Coniferen blijven het hele jaar mooi, dus hier kan ik optimaal genieten van alle pracht. Het Arboretum bevat een enorme collectie aan planten en bomen. Uit de Verenigde Staten natuurlijk, maar ook uit veel andere landen. Er is een apart gedeelte met Aziatische vegetatie.

Alles is perfect onderhouden. Best vreemd dat je hier dus gratis naar binnen mag. Typisch Amerikaans is wel dat je over veel wegen ook met de auto mag rijden. Gelukkig is er niet veel verkeer en zijn er ook veel wandelpaden. Als laatste bezoek ik het bonsaïmuseum. Ook daar is een buitengewoon mooie collectie te zien.

Via de Aldi rijd ik terug naar de airbnb om meteen weer te vertrekken richting dierentuin. Die is ver weg. Om mijn pijnlijke linker knie te sparen, besluit ik de bus te nemen. Na een tijdje komt er een bus, maar daar staat een vreemd lijnnumer op en afwisselend wordt de tekst 'out of service' getoond. Ik laat hem voorbijrijden en zie dan achterop dat het de D4 is, die ik moest hebben. Ik ren er achteraan en ik heb geluk, want bij de volgende halte moet iemand instappen en lukt het mij ook nog om aan boord te komen. Het tweede deel van de reis gaat met de 96. Die komt vlakbij de dierentuin.

Ook de dierentuin is gratis. Zo blijft de vakantie toch nog enigszins betaalbaar. Helaas is er niet veel te zien. Veel verblijven lijken leeg. Ik kan er in ieder geval geen dieren ontdekken. In het vogelverblijf zie ik wel diverse vogels, maar die vind ik niet zo heel erg interessant. Het bezoek wordt pas leuk als ik de olifanten zie.

Ze hebben vier Indische olifanten. Interessant is ook het apenhuis, waar onder andere gorilla's en orang-oetans zijn te zien.

Reptielen vind ik ook altijd leuk, maar het reptielenhuis heeft als motto 'discover the reptiles' en inderdaad, je moet aardig je best doen om ze te ontdekken. Soms is een klein stukje slang te zien, of de staart van een hagedis. In slechts één terrarium neemt een slang de moeite om even voor het publiek langs te glijden. Er zijn ook aligators en krokodillen, maar die hebben ook niet echt zin om in beweging te komen. Fraai is wel de tijger, die netjes heen en weer loopt door zijn leefkuil. Een leeuw, verderop, heeft daar minder zin in. Fotograferen is moeilijk in deze dierentuin. Je moet altijd door dik glas of dik gaas heen zien te fotograferen.

Ik merk dat de dierentuin al om 4 uur dicht gaat. Nog snel loop ik de laatste paden af, zodat ik in ieder geval geprobeerd heb alles te zien. De reuzenpanda's waren ook leuk geweest, maar die zijn terug naar China, lees ik op een bord.

Na de dierentuin fiets ik naar de nabijgelegen Nationale Kathedraal van Washington. Dat is een deel gotische en deel romaanse kerk van enorme omvang. Helaas staat een deel in de steigers. Het is al te laat om nog binnen te kijken. Dat zou mij bovendien 15 dollar hebben gekost en wat ik op internet van het interieur heb gezien, valt het allemaal wat tegen in vergelijking met de kerk die ik gisteren heb bezocht. Die is niet te overtreffen. Ik wacht tot het donker wordt in de hoop dat het gebouw verlicht wordt. Helaas wordt maar een klein deel verlicht.

Als ik bij de straat kom zie ik net bus 96 voorbij rijden. Ik ren er nog achteraan, maar er is geen halte op korte afstand. Ik ga op zoek naar een fiets, want ik heb geen zin om minstens een half uur te wachten. Helaas zijn er weinig fietsen in de buurt. Ik heb ook geen zin om een heel eind te gaan lopen. Dus wacht ik op de volgende bus. Dat duurt lang. Wel komt er elke keer een 33. Als de derde 33 voorrijdt, pak ik die maar. Die rijd naar een eindpunt vlakbij het Witte Huis. Dan ben ik alweer een aardig stuk dichter bij huis.

Vanaf het eindpunt van de 33 fiets ik naar de halte van de D4. Die komt gelukkig redelijk snel en omdat ik praktisch de enige passagier ben, rijdt hij lekker door. Rond 8 uur ben ik al bij de airbnb. Vroeg voor de zaterdagavond, maar ik had niet echt zin om alleen uit te gaan en ik heb aardig trek gekregen van al het gewandel. Vanavond staat er lasagne op het menu.

Zondag, 11 februari 2024

Als ik 's morgens naar buiten kijk, zie ik dat de weervoorspellingen klopten. De straten zijn nat van de regen. Het is nog vroeg, dus kijk ik eerst de film af, waar ik gisterenavond aan begonnen was. Dan is het half 9 en schakel ik over naar - ja zeker - Ajax-Heerenveen. Omdat de musea toch pas om 10u opengaan, kan ik net zo goed nu naar de wedstrijd van mijn cluppie kijken. Een fijne wedstrijd wordt het niet. Ajax staat al snel met 2-0 achter. Na de rust wordt het zelfs 3-0 voor de Friezen. Ajax weet nog twee keer te scoren en één keer bijna - het scheelt een millimeter - maar verliest uiteindelijk toch. Ik laat mijn humeur er niet door bederven. Vanwege de regen wil ik met de bus naar de stad, maar als ik bij de halte aankom, zie ik dat die pas over 37 minuten komt. En dat moet je dan nog maar afwachten. Omdat het eigenlijk maar heel zachtjes regent, pak ik een fiets om naar de National Mall te rijden.

20 minuten later ben ik er en wandel ik het Smithsonian National Museum of Natural History binnen. Op de deur staat een strenge security check aangekondigd, maar ik kan zo naar binnen lopen. Eerst maar naar de hal met de fossielen. Dat vind ik het interessantst. Er zijn heel wat geraamtes te zien, onder andere van dinosaurussen. Overal staat een uitgebreide uitleg bij en alles is prachtig, maar wel wat moeilijk te fotograferen ingericht. Dat laatste komt door de overdaad aan decoratie.

Het is behoorlijk druk in het museum. Natuurlijk omdat het zondag is, maar het weer zal ook wel hebben meegespeeld. Vanuit de zaal met de geraamtes wandel ik steeds verder terug in de tijd tot ik bij de microben kom, die zo'n 4 miljard jaar geleden het begin van het leven op aarde vormden. Het museum is groot en veelzijdig.

Een duidelijke route is er niet, dus ga ik maar gewoon op ontdekking uit. Een andere afdeling is gewijd aan de oceanen. Behalve dat er veel zeedieren en planten zijn te zien, wordt er ook veel informatie gegeven over hoe de mens het milieu in de oceanen bedreigt en wat voor gevolgen dat op het land kan hebben. Ik wandel verder en kom langs zalen met zoogdieren, waaronder restanten van een mammoet.

Natuurlijk zijn er ook zalen waar het ontstaan van de mens wordt uitgelegd. Ik zie welke rassen er vroeger waren geweest, welke zijn uitgestorven en welke zich hebben geëvolueerd tot de huidige homo sapiens. Het is bijzonder om te zien hoe primitief mensen zo'n 50.000 jaar geleden nog waren en hoe snel zij zich hebben ontwikkeld. Als de aarde 24 uur geleden ontstaan zou zijn, zou de mens alleen in de laatste seconde een rol van betekenis hebben gespeeld.

Rond 2 uur heb ik nog lang niet alles gezien, maar ik wil ook nog naar het Smithsonian National Museum of American History. Dat is ernaast. Gelukkig is het net opgehouden met regenen, zodat ik droog aankom. Hier begin ik in een vleugel over de Amerikaanse democratie. Het is wat saai op deze etage, dus ga ik al snel naar de tweede verdieping.

Daar is een afdeling over entertainment, met allerlei leuke presentaties over film, toneel en muziek. Aan muziek is nog een apart gedeelte gewijd. Aardig is ook het overzicht van alle presidenten die Amerika heeft gehad en er is aparte zaal waar jurken van first ladies bewonderd kunnen worden. Verder is een vleugel ingericht met het thema the price of freedom. Daar wordt van alles getoond over de oorlogen die de Verenigde Staten hebben meegemaakt en nog steeds meemaken. Er is onder andere het wrak te zien van een kanonneerboot waarmee nog tegen de Britten is gevochten. Als laatst ga ik naar het leukste deel van het museum, het deel over techniek in het algemeen en transport in het bijzonder.

Hier zie je wat Amerikanen de afgelopen 200 jaar zoal hebben uitgevonden, zoals de gloeilamp en de telefonie. Er staan ook een paar stoomlocomotieven, een leuk trammetje en diverse antieke auto's. Hier blijf ik tot de bezoekers rond half 6 worden verzocht het pand te verlaten.

Ik fiets nog even naar het Witte Huis om wat avondfoto's te maken. Ditmaal is de straat die er vlak langs loopt wel open. Het is erg druk voor de poort. Een man staat door een megafoon te schreeuwen hoe geweldig Jezus is en naast hem staat een man te schreeuwen dat het allemaal gelogen is wat er in de Bijbel staat. Beiden houden het eindeloos vol. Het publiek trekt zich er weinig van aan. Dat is bezig met selfies maken en foto's te maken van 'the most famous address in the world'. Als ik genoeg foto's heb gemaakt is het pas 7 uur. Een beetje vroeg om alweer naar de Airbnb te gaan. Ik pak een fiets en rijd naar Georgetown, om dat ook eens 's avonds te zien.

Het ziet er gezellig uit in Georgetown, maar de straten zijn nogal verlaten. In mijn eentje een bar binnengaan, zie nog steeds niet zitten. Dus na heen en weer de drukste straat uitgelopen te hebben, pak ik een bus die naar Union Station rijdt. Dan is het nog maar een klein stukje fietsen naar de Airbnb. Daar kom ik rond een uur of 8 aan. Ik zet eten in de magnetron en begin aan mijn verslag. Ik ga op tijd slapen vanavond.

Maandag, 12 februari 2024

Aan alles komt een eind. Mijn laatste overnachting in Washington zit erop. Ik douche, ontbijt en pak mijn tas in. Nog even wat werk doen en dan op pad. Ik neem mijn tas maar vast mee. Dan hoef ik vanmiddag niet helemaal terug naar de airbnb, terwijl het vliegveld precies de andere kant uit is. Mijn tas probeer ik wel in een locker van een museum op te bergen.

Op de app zie ik dat er geen fietsen in de buurt beschikbaar zijn. Dan maar met de bus. Voor de laatste keer stap ik in de D4. In het centrum stap ik uit en pak ik een fiets om dichterbij het museum te komen. Helaas zijn er lang niet altijd fietsenstations op plaatsen waar dat handig is, zoals bij de ingang van een populair museum. Ook nu moet ik nog een aardig stukje lopen naar het Museum van Amerikaanse Geschiedenis. Maar ik ben mooi op tijd en met wat moeite lukt het mij om mijn tas in een locker te proppen. Dan heb ik de komende 6 uren nog even lekker mijn handen vrij.

De beeldentuin is wegens onderhoud gesloten, maar ernaast kan ik het Hirschhorn Museum voor moderne kunst bezoeken. Ook dat is gratis toegankelijk. Er staan aardige kunstwerken, maar na een half uur heb ik het wel gezien. Het zijn vooral grote lege zalen, met hoogsten één kunstwerkje. Ik vervolg mijn weg naar het National Museum of American Indians. Dat is gevestigd in een bizar vormgegeven gebouw met allerlei kunstige rondingen. Ook hier valt de collectie wat tegen.

Er is wat kunst te zien, die door indianen vervaardigd is. Ook zijn wat gebruiksvoorwerpen te zien, maar het houdt niet over. Veel aandacht gaat wel uit naar hoe de Indiaanse cultuur de Amerikaanse samenleving heeft beïnvloed. Veel plaatsnamen en gebruiksvoorwerpen hebben nog Indiaanse namen. Gevechtshelikopters worden bijvoorbeeld steevast naar Indianenstammen genoemd. En een bekende kruisraket is de Tomohawk. Of indianen daar blij mee zijn valt te betwijfelen. Na een uur heb ik alle afdelingen gezien.

Het is nog redelijk vroeg. Ik heb wel trek eigenlijk. Ik kijk of er een McDonalds in de buurt is en wandel daar naar toe. Ik bestel een 'hete' kipburger en een chocolademilkshake. Voor 'slechts' 8 dollar heb ik weer wat in mijn maag. Dan bedenk ik mij dat ik in mijn tas in de locker nog een maaltijdsalade heb. Nou ja, die eet ik dan wel om 4 uur op, als het tijd is om richting de luchthaven te gaan.

Als laatste bezoek ik het National Museum of African American. Dat is geheel gewijd aan de gekleurde Amerikanen. Het begint in de kelder met de slavernij. Via de apartheid kom je in het heden. Daarbij gaat vooral aandacht uit naar zwarte mensen die het hebben gemaakt, zoals Barrack Obama en Oprah Winfrey. Ook hier is de tentoonstelling echt prachtig ingericht. Beneden zag ik nog een treinwagon uit de tijd van de rassenscheiding. Een deel is voor blanken, het andere voor zwarten. Beide delen hebben wel hetzelfde soort meubilair. Dat dan weer wel.

Ik haal mijn tas op, eet mijn maaltijdsalade op en zoek dan een fiets uit met een bagagedrager op het stuur, waar mijn zware tas op kan steunen. Het is maar een klein eindje fietsen naar het vliegveld. En het is een leuke route. Eerst ga ik langs het Jefferson Memorial, dan de brug over de Potomac over en dan over een vrijliggend fietspad verder naar het vliegveld. Het is heerlijk dat er geen kruisend verkeer en vooral geen stoplichten zijn. Met stoplichten heb ik het wel gehad na 9 dagen Washington.

Onderweg begint het zachtjes te miezeren. Zo kom ik toch nog redelijk nat bij het vliegveld aan. Ik stal de fiets en zoek de ingang van de luchthaven. Die is niet zo heel makkelijk te vinden. Eerst loop ik verkeerd. Maar met de telefoon in de hand weet ik het via een grote parkeergarage toch te vinden. Ik ben mooi op tijd. De paspoort- en bagagecontrole verloopt moeiteloos en zo houd ik mooi tijd over om nog even aan mijn verslag te werken en naar een film te kijken. Buiten zie ik het donker worden. Mijn laatste dag in Washington zit erop.

ik krijg een melding van Delta en van de KLM dat mijn vlucht naar Amsterdam een half uur vertraagd is. Dat is ergens wel prettig, want ik had anders in Atlanta maar een uur overstaptijd gehad. Nu zal ik het wel gaan halen, want als een vertraging bij de KLM eenmaal begint, loopt het al snel uit de hand. Al om kwart voor 7 begint het boarden. Als mijn instapkaart wordt gescand, klinkt een hard signaal. Nee hè. Maar het valt mee. Omdat ik geen Amerikaan ben, moet ik mijn paspoort laten zien. Dan kan ik aan boord. Ik installeer mij op stoel 19A en kijk naar het vervolg van de film, terwijl de passagiers langzaam binnendruppelen.

We vertrekken op tijd uit het regenachtige Washington. Al 15 seconden na het opstijgen zitten we in de wolken. We hoeven niet op een drankje te rekenen onderweg. Volgens de piloot is er teveel turbulentie. Iedereen wordt ook verzocht te blijven zitten met de veiligheidsriem vast. Als we eenmaal op hoogte zijn zie ik dat we niet snel vooruitkomen. De turbulentie valt enorm mee, maar we hebben een tegenwind van maar liest 300 km/u. Daardoor is de grondsnelheid niet hoger dan 550 km/u. Toch ziet het er naar uit dat we op tijd zullen aankomen in Atlanta. De 877 km zullen in 1 uur en 36 minuten worden afgelegd.

Even voor half 10 landen we in Atlanta. Ik ben redelijk uitgedroogd na twee uur zonder drinken. Zoals gewoonlijk duurt het heel lang voordat iedereen zijn bagage heeft gepakt. Ik ben blij met de half uur vertraging van de volgende vlucht, anders was het echt stressen geweest. Nu kan ik rustig op zoek gaan naar de juiste gate. Als ik eindelijk monitoren heb gevonden, zie ik dat ik bij Gate F3 moet zijn. Daar moet ik met een treintje naar toe. Een lange rit. Het is al 10 uur als ik bij de gate aankom. Ik ben blij dat het tot zover goed gaat. Als mijn eerste vlucht vertraging had gehad, had ik mogelijk nog in Atlanta moeten overnachten. Nu weet ik in ieder geval zeker dat ik redelijk op tijd thuis kom. Het vliegtuig staat er al en wordt schoongemaakt.

Om 11u begint eindelijk het boarden. Na lang in de rij gestaan te hebben, kan ik eindelijk naar het vliegtuig. Ook dit keer weer gedoe. Nadat mijn boardingpass is gecontroleerd, word ik teruggeroepen. Het is niet duidelijk wat er aan de hand is. Ik moet de barcode nogmaals laten scannen. Dat levert rood licht op, uiteraard, want ik was al ingecheckt. Gelukkig kan ik nu doorlopen. Het is niet handig dat de passagiers achterin als laatste mochten instappen, want we moeten nu heel lang wachten op mensen die meer voorin zitten en heel veel tijd nodig hebben om hun spullen op te bergen. Ik neem plaats op stoel 40J. Niet aan het raam helaas. Als ik een raamplaats had gewild, had mij dat ministens 55 euro gekost. Ik heb echter geluk. Degene die de raamplaats had, komt niet opdagen. Dus kan ik een stoel opzij schuiven. Ik blijf het fascinerend vinden om de wereld van 11 kilometer hoogte te bewonderen.

Het is een gloednieuw vliegtuig van de KLM, een Boeing 787-10. Geen luikjes voor de ramen, maar een raam dat je elektronisch kan verduisteren. Ook de binnenverlichting is erg fraai. Die is heel geleidelijk naar de nachtstand te draaien. Nadat we zijn opgestegen, zie ik dat ik weer richting Washington vlieg. Zonde van de tijd, maar het is niet anders. Boven New York krijgen we een maaltijd aangeboden. Daarna gaat het licht uit en probeer ik naar een film te kijken. Ik ben echter te moe om die te kunnen volgen. Maar slapen lukt ook niet echt in zo'n stoel. Het wordt dus geduldig afwachten tot we op Schiphol zijn. Rond half 11 Nederlandse tijd passeren we de Ierse kust. Ik ben weer in Europa, al is er door de bewolking weinig van te zien.

Pas als we de Nederlandse kust naderen, begint het op te klaren. Ik zie de kust van IJmuiden tot Noordwijk. Eindelijk weer terug in Nederland. De landing verloopt voorspoedig. Na heel lang wachten kan ik eindelijk het vliegtuig uit en wordt het zoeken naar de uitgang. Bij de reguliere uitgang mag ik niet doorlopen, omdat ik uit Atlanta kom. Ik word verwezen naar een andere uitgang, maar van de bordjes word ik niet wijzer. Uiteindelijk vraag ik het maar aan iemand, want ik begin het heen en weer lopen wel een beetje beu te worden. Dan weet ik eindelijk de luchthaven te verlaten en kan ik de bus naar huis pakken. Het avontuur zit er weer op.

HomeDisclaimerPrivacybeleidOver de auteur
Contact